Kinetische kunst met piep, knars of knipoog

'Reflecting Holons'. Martens en Visser.Beeld RV

Kinetische kunst kun je makkelijk wegzetten als een leuk grapje van een kunstenaar. Bij tentoonstellingen in Enschede en Amsterdam is te zien dat kinetische kunst over net iets meer kan gaan.

Zeep trekt strepen op de autoruit, grote borstels hobbelen op de auto af en maken net op tijd een bocht, rondom klinken kermende, stampende machines. Voor wie niet weet wat kinetische kunst is, is een ritje door de autowasstraat een mooie introductie. In de kinetische kunst gaat het immers ook om bewegende, vaak ook lawaaierige dingen. Maar in de autowasstraat hebben de dingen en bewegingen nog een duidelijk doel - een schone auto - bij kinetische kunst zijn die dingen hun oorspronkelijke doel kwijt. Ze zijn losgemaakt van hun functie, en kunnen, met een zetje van de kunstenaar, een eigen leven leiden.

Dat klinkt misschien zweverig, maar zelfs, of beter gezegd, juíst kinderen begrijpen meteen wat er zo leuk is aan de kinetische kunst. Neem de witte doek die in Rijksmuseum Twenthe met twee spijkers dicht naast elkaar aan de muur is genageld, als een theedoek hangt hij met z'n punten naar beneden. Zodra je dichtbij komt, slaat een ventilator aan die de doek doet wapperen, je hoort boegeroep en de doek staat in een schijnwerper. De spijkers zijn de ogen, de doek is nu een spook. En zodra je wegloopt is het weer een doek met spijkers.

Tekst loopt door onder de afbeelding

'Spookje', Peter Zegveld.Beeld RV

De installatie heet 'Spookje' en is gemaakt door Peter Zegveld (Den Haag, 1951), een van de acht kunstenaars wiens werk in Enschede is te zien. Jetske Visser, die samen met Michiel Martens sprookjesachtige ronddraaiende bollen maakt van doorzichtige plastic strips, is in Enschede de enige deelnemende vrouw. Elke kunstenaar heeft zijn eigen benadering. Zegveld benadrukt de 'geknutseldheid' van zijn installaties door ze pas aan te zetten als de bezoeker dichtbij komt, het leven wordt er vaak met behulp van schaduw en geluid ingeblazen.

Even verderop gebruikt Christiaan Zwanikken (Bussum, 1967) gecompliceerdere technieken, scharnieren, en computergestuurde bewegingen die van metaal en dierenschedels nieuwe wezens maken die bijna levensecht zijn, en vervaarlijk om zich heen kunnen klauwen en grijpen. Knap gemaakt.

Eenvoud

Toch is het juist de eenvoud die de grootste verbazing kan oproepen. Zoals bij 'Hoop' van Zoro Feigl (Amsterdam, 1983). Hij koos zeven rubberen hoepels van verschillende grootte en liet ze over een horizontaal hangende, ronddraaiende buis hangen. Dat is het, het kunstwerk, de rest laat Feigl over aan de dingen zelf. En die nemen het ervan: de kleinste hoepel stuitert het liefst razendsnel tussen zijn grotere broers en zussen door, de grotere en tragere hoepels roepen de kleine tot de orde, om even later als familie weer een kant op te wandelen.

Juist die onvoorspelbaarheid binnen het kader, de 'eigen wil' van spullen die toch ooit door mensen zijn bedacht, maakt het kijken naar de kunstwerken zo interessant. De dingen krijgen menselijke of dierlijke eigenschappen, zonder dat er ook maar iets aan ze verandert.

Tekst loopt door onder de video

Wie meer onvoorspelbare kunst zoekt, kan nog twee weken terecht bij galerie W139 in Amsterdam, bij de tentoonstelling 'The Wild'. Daar heeft Oscar Peters (1981) met houten balken en constructiebuizen een volledige achtbaan opgebouwd, net niet levensgroot - het kostte hem iets meer dan vijf weken.

Mensen mogen er niet in, de ritjes zijn voorbehouden aan de kunstwerken die via een oproep onder kunstenaars - waarbij niet gezegd werd dat het om een achtbaan ging - op de rails terecht zijn gekomen. En iedere 'passagier' reageert anders op de kermisattractie. Een rood capeje wappert vrolijk op de rug van een pinda, opgezette honden bewegen mee met de looping, bij de geluidstoren van Maarten Schuurman wordt het geluid van het karretje versterkt. De gang van elk wagentje is van dichtbij te volgen - je mag, als je wilt, heel dicht bij de achtbaan komen, en het bestaat volledig uit eenvoudige materialen, de karretjes worden afgeremd door bezems die ondersteboven tussen de rails zitten.

Het is een spectaculair gezicht, en hoewel de achtbaan een min of meer gewone, zij het zelfgebouwde, achtbaan is, past het toch prima bij de andere kinetische kunstwerken. De onvoorspelbaarheid van de kunstwerken in de karretjes, het absurde en nutteloze van de installatie zijn verslavend om naar te kijken. Zware theorieën kom je ook hier niet tegen, toch is het niet terecht om de kinetische installaties zoals deze luchtig te noemen, toegankelijk voor eigen interpretatie is misschien een betere omschrijving. De dingen, alledaags en industrieel, blijken niet zo star als je denkt. Dankzij het nieuwe perspectief worden het wezens met een eigen wil en karakter, die je ook buiten het museum weer kunt tegenkomen. Andersom kan het trouwens ook: in Amsterdam maakt een oude bekende zijn debuut in de galerie. De borstel uit de autowasstraat hangt aan een stellage en draait eindeloos pirouettes tegen de muur: hij is op balletles geweest en hij heeft duidelijk talent. We hadden het altijd al gedacht.

'Ik speel, dus ik ben', tot 22 oktober in Rijksmuseum Twenthe in Enschede, rijksmuseumtwenthe.nl 

'The Wild', tot 13 augustus dagelijks gratis toegankelijk in galerie W139 in Amsterdam, w139.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden