Kindertrauma's na IS

Kinderen langs de kant van de weg bij Hawija, Irak, na de verdrijving van IS Beeld AFP

Kinderen hebben onder de islamitische groep IS moorden en executies gezien, soms van familieleden. Hun trauma's nemen ze mee naar de kampen voor ontheemden in Irak. "Soms zagen we vier of vijf dode lichamen op een dag."

Iedere dag, van acht tot vijf, is Sliman (18) te vinden in het activiteitencentrum van het Haj Ali-kamp in Irak. "Hier ben ik relaxed," zegt hij, even een partijtje tafeltennis onderbrekend. Want hier kan hij met de hulpverleners praten over wat er met hem is gebeurd tijdens het driejarig regime van de islamitische terreurgroep IS in zijn woonplaats Hawija. Daar kon dat niet, want wie zich negatief uitliet over IS, of Daesh in het lokale taalgebruik, werd gestraft. "Je was bang dat iemand het zou horen, dus praatte je er niet over." Want hij had die vergissing als eens gemaakt. Sliman stroopt de mouw van zijn voetbalshirt van het Spaanse nationale team op om de verwondingen te laten zien die hij daardoor opliep. "Er was een vrouw die brood bakte voor Daesh. Ik zei dat ze dat niet moest doen omdat die lui niet eerlijk zijn. Ik kreeg veertig zweepslagen."

En dat was niet de enige keer: hetzelfde gebeurde nog vier keer omdat hij niet was gaan bidden, wat bij IS vijf keer per dag verplicht is. Maar dat waren niet zijn meest traumatische ervaringen, en die andere deelt hij met veel kinderen die onder IS-bezetting leefden. Sliman vertelt over twee lichamen zonder hoofd, die hij op straat zag. Mannen die gedood waren door IS. Hij denkt dat ze lid waren van het Iraakse leger of de politie.

In het Haj Ali vluchtelingenkamp Beeld AP

"Daarna kon ik niet meer eten of praten", vertelt hij ernstig. Zijn bezorgde ouders vonden een dokter die niet met IS werkte, en vaststelde dat Sliman in een shock was omdat hij 'iets' had gezien. "Maar daarna wende ik eraan. Mijn broers en vrienden ook. Dagelijks zagen we vier of vijf dode lichamen." Echt wennen was het niet, biecht hij op, want hij hield nog zeker twee maanden nachtmerries. "Maar die verdwenen, en nu heb ik ze niet meer."

Tekeningen vol strepen

Omdat zijn ouders, met wie hij in het kamp woont, genoeg hebben van zijn verhalen, komt hij naar de hulpverleners in het psychosociale centrum van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Daar speelt hij tafeltennis, volleybal, krijgt les in Engels en Arabisch en tekent zijn pijn van zich af.

Op de tafel in een barak liggen tekeningen vol strepen waar nauwelijks wat van te maken is. Kinderen maakten die kort nadat ze uit Hawija waren aangekomen, vertelt teamleidster Rasha Al-Hussein. Dit vorige maand heroverde IS-bolwerk, het laatste in Irak, was al conservatief voor de groep haar in juni 2014 innam - maar daarna mocht er bijna niets meer. Het Spaanse voetbalshirt dat Sliman draagt bijvoorbeeld niet, vanwege het wapen met een kruis erin. Buiten voetballen was er niet meer bij. Ouders hielden hun kinderen uit angst voor IS vooral binnen. "Je kon merken dat ze geïsoleerd waren geraakt", zegt Al-Hussein. "Aanvankelijk wilden ze niet met andere kinderen spelen."

En tekenen was ook een taboe; IS stond alleen kalligrafie toe. Maar dat verklaart slechts deels de vreemde tekeningen. "De kinderen waren in shock," zegt Al-Hussein. "Ze konden zich niet concentreren. Ze hadden al veel meegemaakt, en toen ook nog de bombardementen en de vlucht door de woestijn."

Ze kwamen totaal uitgeput in het kamp aan. Al-Hussein toont foto's met kluwens van kinderen die op de harde vloer in slaap zijn gevallen. "De eerste week bleven families in hun tent. Moe, van de vlucht en het lange wachten op de bevrijding. Het duurt even voor ze accepteren dat het hier eindelijk veilig is."

Vertrouwen winnen

De hulpverleners stimuleren de kinderen om via spel over hun ervaringen te communiceren, door hun gevoelens op ballonnen te schrijven, te tekenen en maskers te maken. Zanglessen moesten echter worden geschrapt omdat conservatieve ouders boos waren toen hun dochters zingend thuiskwamen, vertelt hulpverlener Mohammed Musa tijdens een les waarin een jonge docente een dozijn meisjes tussen de tien en achttien in het Engels het alfabet leert. Een van hen is in een grijs-zwarte niqaab verpakt, vermoedelijk omdat ze al getrouwd is hoewel ze niet ouder lijkt dan twaalf, anderen dragen vrolijke hoofddoeken -maar allemaal hebben ze lange jurkjes aan met lange mouwen.

Beeld Sandra Black, IOM

Alle beperkingen vanwege die conservatieve achtergrond maken hun werk niet eenvoudig. Jongens en meisjes moeten gescheiden worden gehouden. "We moeten kinderen vooral bereiken via onderwijs, want dat accepteren de ouders wel", zegt Musa. "En via spel, zodat ze je gaan vertrouwen."

De problemen van de kinderen zijn legio, en bedplassen is er maar een van. "Vaak zijn ze bang voor soldaten en mannen met wapens, want Daesh had die. Bang om gedood te worden." Net als Sliman zagen ze moorden en executies. "Een kind was gedwongen toe te kijken hoe iemand werd onthoofd, bloed spatte op zijn gezicht. Sindsdien stottert hij." Pas als er vertrouwen is, beginnen kinderen die angsten ook te tekenen, en zijn gesprekken mogelijk. De ernstigste traumazaken worden doorverwezen naar de psychotherapeut.

Sommige kinderen reageren wat ze zagen af met agressie, zegt Musa. "We hadden een groep zeventienjarige jongens. In plaats van samen volleybal spelen vochten ze vooral. We moesten hard werken, maar uiteindelijk kalmeerden ze."

Je ouders bij IS

Veel van de kinderen zitten in het kamp zonder hun vaders en oudere broers, omdat die na hun vlucht zijn opgesloten totdat is vastgesteld dat ze niet samenwerkten met IS. Maar sommige kinderen arriveerden helemaal alleen, of met grootouders. Beide ouders waren bij IS, legt hulpverlener Younes Mohammed uit. "Voor de bevrijding stuurden zij hun kind hierheen, en gingen zelf terug om in Hawija te vechten." Hij schat dat 70 procent van de kinderen een vader heeft die iets met IS had, en dat van 5 procent beide ouders actief waren. Die laatste groep kinderen was in het kamp echter niet welkom. Zo jong als ze waren, hadden ze al een stigma. "Ze werden gezien als onderdeel van IS. Ze zijn naar andere kampen overgebracht."

Dat geldt niet voor families waarvan alleen de man of zoon iets met IS had, vertelt Fauzia Khalil. Die vergoelijkende houding is uniek voor Hawija omdat IS daar heel veel aanhang had; in andere bevrijde plaatsen worden ook de families als paria's beschouwd. Terwijl ze haar jongste aan de borst legt, vertelt Khalil dat ze IS haat. Maar dat ook veel vrouwen niet blij waren toen hun mannen of zonen zich aansloten. "Jongeren van twaalf, dertien jaar wilden bij IS. Hun ouders waren ertegen maar konden dat niet zeggen, want dan werden ze opgepakt. Net als iedereen die iets tegen de groep zei. En als dat jouw kind was, dan werd jij als ouder opgepakt."

Naast haar eigen vier kinderen zorgt ze voor haar neefje Leith van elf en zijn zusje van veertien. Die kwamen alleen naar het kamp, omdat hun ouders met hun oudere broer naar het ziekenhuis in Kirkuk moesten, na een ongeluk in hun illegale olieraffinaderijtje - waarmee ze wat probeerden te verdienen om onder IS te overleven. De broer liep ernstige brandwonden op. "Hij wil Leith graag zien voordat hij geopereerd wordt", vertelt de tante. De jongen doet een verwoede poging zijn tranen te verbergen. Zijn moeder is bij zijn broer, maar over het lot van zijn vader weet hij niets.

Khalil maakt zich zorgen over de afwezige mannen, die momenteel door het Iraakse leger worden onderzocht op lidmaatschap van IS. Voor velen is dat een onterechte verdenking, zegt ze. "De kinderen worden de dupe, want die zullen hen lange tijd niet zien. En dat alleen maar omdat we niet weg konden uit Hawija en van IS. Dat is niet eerlijk."

Beeld Sandra Black, IOM

Een ondraaglijke werkelijkheid

Kinderen zijn onder IS-bezetting geconfronteerd met 'een ondraaglijke werkelijkheid', zoals de titel is van een rapport van de hulporganisatie Save the Children. Het onderzocht in twee ontheemdenkampen de situatie van kinderen die uit het Iraakse IS-bolwerk Mosul waren gevlucht, waar ze net als die in Hawija drie jaar onderworpen waren aan een IS-regime. Veel kinderen waren nog steeds bang voor IS, al wisten ze dat het kamp veilig was. Velen hadden familieleden verloren, leden aan nachtmerries en vertoonden agressief gedrag. Meer dan de helft van de ouders zag dat hun kinderen angstig en nerveus waren, bijna twintig procent van de kinderen plaste in bed.

Het grootste gevaar is dat kinderen als gevolg van dat alles aan 'toxische stress' lijden, zegt onderzoekster Eileen McCarthy. Dat is de gevaarlijkste vorm van stress, die kan leiden tot depressies en gevolgen kan hebben voor hun geestelijke gezondheid als ze niet tijdig op een adequate manier wordt behandeld. Volgens haar "kan dat tot psychische problemen leiden in een land waar dat als een stigma wordt gezien", zoals in Irak het geval is. Het land kampt bovendien met een chronisch tekort aan psychologen en psychiaters.

Het rapport stelt dat kinderen die familieleden omgebracht zagen worden in een 'staat van extreem verdriet verkeren en vaak geen blijdschap kunnen tonen.'

Volgens McCarthy zijn deze kinderen nauwelijks in staat zich als kind te gedragen. Vaak vertonen ze een robotachtig gedrag. Ze zijn rustig en kalm.

Het is belangrijk om ook getraumatiseerde ouders te behandelen, zodat die hun kinderen beter kunnen opvangen. Onderzoekers waarschuwen dat "als de wortels van het conflict in Irak niet worden aangepakt een trauma chronisch kan zijn en zichzelf kan reproduceren voor komende generaties. De gehele samenleving kan dan lijden onder een blijvende cultuur van pijn."

Lees ook:

Het kalifaat van IS loopt op zijn laatste benen
Raqqa is bevrijd, IS is zijn hoofdstad kwijt

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden