Kinderpardon blijft een noodverband

verblijfsvergunning | analyse | Hartverscheurende verhalen van asielkinderen brengen de PvdA keer op keer in een benarde positie. Dat blijft zo, zolang het kinderpardon geen oplossing biedt aan het onderliggende asielprobleem.

Aan gezichten geen gebrek in het debat over het kinderpardon. Nederland leerde alweer jaren geleden de Angolees Mauro kennen en kon kinderen als de Chinese Shenjun en Vietnamese Tri vorige zomer zien voetballen op het Binnenhof.

Zij hebben inmiddels verblijfspapieren, maar wie naar de website van kinderrechtenorganisatie Defence for Children gaat, krijgt niet de indruk dat daarmee het boek dicht kan. Vijftig pasfoto's van kinderen die zonder verblijfsvergunning in Nederland wonen, springen meteen in beeld. Onder de bijbehorende petitie 'Ik blijf hier' staan ruim 9000 handtekeningen.

Hypergevoelig dossier

Vier jaar geleden was de hoop dat het snel gedaan zou zijn met dergelijke publieksacties. Na jaren van politiek gesteggel was er na de verkiezingen van 2012 een Kamermeerderheid voor een kinderpardon. PvdA en ChristenUnie werkten al langer samen aan een wetsvoorstel voor in Nederland gewortelde kinderen, maar de coalitie hield de zaak liever in eigen hand. Najaar 2012 presenteerden VVD en PvdA een regeling waardoor kinderen van afgewezen asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland wonen voor verblijfspapieren in aanmerking komen.

Dat zogenoemde kinderpardon vormde de langste paragraaf van het regeerakkoord. Tot in detail legden de twee partijen vast hoe zij in de toekomst willen omgaan met dit hypergevoelige dossier. Ze onderscheidden twee fases: in het voorjaar van 2013 konden kinderen en gezinnen zich melden voor de overgangsregeling die een einde moest maken aan een hoop langslepende zaken. Daarna zou de vaste regeling ingaan. Die kent strengere voorwaarden en zal 'naar zijn aard betrekking hebben op een klein aantal personen', zo voorspelden VVD en PvdA.

Met dat doorlopende karakter wijkt de kindregeling af van het generaal pardon van 2007. Onder Balkenende-IV besloten CDA, PvdA en ChristenUnie om eenmalig 27.000 migranten, die vaak al lange tijd zonder verblijfsvergunning in Nederland leefden, van papieren te voorzien. Migranten konden zich melden, hun aanvragen werden redelijk coulant beoordeeld en daarna ging het pardonloket weer dicht. Door 27.000 dossiers van de plank te vegen, kon de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) haar achterstand flink inlopen en zouden nieuwkomers niet meer onnodig lang op de uitkomst van hun asielprocedure hoeven te wachten, was de gedachte.

Bij het kinderpardon blijft het loket voor onbepaalde tijd open, met als hoofdargument dat een kind nooit de dupe mag worden van een haperende overheid. Krijgt de IND het niet voor elkaar om de asielprocedure van een kind binnen vijf jaar af te ronden, dan moet het belang van het kind voorop staan, redeneerde PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt in 2013 in het debat over het kinderpardon. Een kind moet in zo'n situatie, nu en in de toekomst, in Nederland kunnen blijven. "Daarom is het dus een premie op het goed en snel afronden van de procedures", aldus Recourt.

Zo'n regeling zonder einddatum is niet zonder risico's, waarschuwden CDA en PVV in datzelfde debat. De regering prikkelt zo volgens hen gezinnen om procedures te rekken en na een afwijzing illegaal in Nederland te blijven, om na vijf jaar een beroep te doen op het kinderpardon. Wordt de groep die niet exact aan alle voorwaarden voldoet maar groot genoeg, dan zwelt de roep om een volgend pardon weer aan, voorspelden CDA'er Eddy van Hijum en PVV'er Sietse Fritsma. "Dat zal er natuurlijk toe leiden dat nog meer onverantwoordelijke ouders dit slechte voorbeeld zullen volgen", aldus Fritsma.

Precieze afspraken

Om die risico's te ondervangen, maakten VVD - die het kinderpardon 'contrecoeur' steunt - en PvdA heel precieze afspraken over de voorwaarden waaraan kinderen en gezinnen moeten voldoen. Kinderen moeten voor hun achttiende verjaardag minstens vijf jaar aaneengesloten in Nederland hebben gewoond en niet langdurig buiten beeld zijn geweest bij de rijksoverheid. Daaronder vallen organisaties als het Centraal orgaan opvang asielzoekers, de IND en Dienst Terugkeer en Vertrek. Voor nieuwe gevallen gelden aanvullende voorwaarden: afgewezen gezinnen moeten hebben meegewerkt aan terugkeer naar het land van herkomst en hun identiteit hebben aangetoond met behulp van documenten of consistente verklaringen.

Nu het kabinet onlangs de inwilligingscijfers van de afgelopen jaren bekend heeft gemaakt, liggen die voorwaarden echter onder vuur. Voor de overgangsregeling ontving de IND in 2013 in drie maanden tijd 3280 aanvragen van kinderen en gezinsleden. Daarvan werden er 1540 ingewilligd, zo'n 47 procent. Voor de doorlopende regeling meldden zich in de ruim anderhalf jaar daarna 1360 mensen, waarvan er 100 groen licht kregen. Dat is 7 procent. De IND wees de meeste aanvragen af omdat de aanvrager niet altijd meewerkte aan zijn terugkeer.

Hoewel VVD en PvdA vooraf al waarschuwden dat het aantal toekenningen in de tweede fase lager zou liggen, voeden de cijfers bij voorstanders van een royaal kinderpardon het gevoel dat de voorwaarden te streng zijn en te rigide worden toegepast. Zoals bij het Groningse PvdA-lid Esther van Dijken, dat een extra partijcongres bijeen wil roepen. Volgens haar zijn de criteria 'een onneembare horde'. Defence for Children vindt dat het aantal afwijzingen op zichzelf al 'boekdelen' spreekt.

Geen einddatum

Zo lang er geen einddatum is en de inwilligingspercentages de honderd niet naderen, blijft de discussie over de criteria opspelen. Doordat zich steeds nieuwe gezinnen kunnen melden, zullen er ook steeds afwijzingen bijkomen. Met regelmaat haalt zo'n afgewezen gezin het nieuws omdat de lokale gemeenschap zich boos maakt over de aanstaande uitzetting van een klasgenoot, stervoetballer uit de F1 of aardig buurmeisje. Burgemeesters klimmen in de pen, organisaties als Defence for Children tuigen campagnes en voetbaltoernooien op voor de neus van Kamerleden in Den Haag, waarna beelden daarvan de discussie over het kinderpardon weer nieuw leven inblazen en van de politiek actie wordt geëist.

Uitgerekend de PvdA krijgt het daarbij het zwaarst te verduren. De partij die in een coalitie met nota bene de VVD een permanent kinderpardon wist af te dwingen, moet nu keer op keer toezien hoe de linkse oppositie gehakt maakt van die regeling. Deze week kregen de sociaal-democraten weer de wind van voren, ook van een deel van de eigen achterban, omdat ze niet genoeg zouden doen om de voorwaarden van het kinderpardon te versoepelen. "Je moet dan gewoon het lef hebben om te zeggen: We passen de regeling aan", hield GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman PvdA-collega Attje Kuiken voor. "Wees gewoon eens wat harder tegen de VVD!", voegde SP'er Sharon Gesthuizen eraan toe.

Soepeler regels

Dat de vier jaar geleden lang bediscussieerde en tot in detail geformuleerde regeling onder dit kabinet nog verandert, is zo goed als ondenkbaar gelet op de coalitiesamenstelling. Zowel VVD als PvdA wijst op de nadelen van soepeler regels. Leg je de grens op vier in plaats van vijf jaar verblijf, dan zijn er altijd gezinnen te vinden die net een maand tekort in Nederland zijn. Hoeft een vreemdeling niet meer te bewijzen wie hij is, dan kun je zomaar een oorlogsmisdadiger binnenhalen. Laat je elk geworteld kind blijven, dan is dat een vrijbrief aan ouders van waar dan ook om in Nederland vijf jaar in de illegaliteit op papieren te wachten. "Kijk naar de vele Albanezen die nu naar Nederland komen", schetste Kuiken vorige maand op een PvdA-partijraad. "Drie zwangerschappen en twee beroepsprocedures verder en een gezin mag blijven."

Daarbij komt dat coulante regels nooit de oplossing kunnen zijn voor het onderliggende asielprobleem. Het gaat bij het kinderpardon om afgewezen asielzoekers die te verstaan is gegeven dat hun gezin Nederland moetverlaten. Dat gebeurt om allerlei redenen lang niet altijd.

Sommigen kunnen buiten hun schuld om niet terug naar het land van herkomst, bijvoorbeeld omdat dat land niet de benodigde reisdocumenten afgeeft. Anderen kunnen niet terug omdat hun land alleen vrijwillig terugkerende onderdanen accepteert. En weer anderen willen simpelweg niet terug en grijpen alles aan om in Nederland te blijven, al dan niet illegaal.

Zolang het de overheid niet lukt om alle afgewezen asielzoekers uit te zetten, zullen er altijd kinderen als Shenjun en Tri opduiken die in afwachting van hun terugvlucht volledig inburgeren. Zij zijn met het kinderpardon geholpen, maar op de lange termijn is de regeling eerder een noodverband dan een panacee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden