Kinderontvoering loont vaak

Janneke Schoonhoven uit Oude Pekela laat foto's zien van Ammar en Sara, haar twee kinderen die in augustus 2004 door hun vader naar Syrië waren ontvoerd. De kinderen keerden terug naar Nederland nadat ze naar de Nederlandse ambassade in Damascus waren gevlucht. (DENNIS BEEK, ANP)

Als een kind door een ouder, meestal is het de moeder, naar een ander land wordt ontvoerd, heeft deze nog recht van spreken. Ze hoeft alleen aan te tonen dat het kind bij haar goed af is, blijkt uit nieuw onderzoek.

Maximes (6) leven is in twee stukken gescheurd. Het ene deel ligt in Nederland en het andere in Frankrijk. Het jongetje is geboren in Nederland en verhuisde toen hij vier jaar was met zijn Nederlandse moeder en Franse vader naar Parijs. Eenmaal in Frankrijk liep het huwelijk stuk en scheidden zijn ouders. Zijn vader kreeg in Frankrijk het gezag over de jongen. Maxime ging al in Frankrijk naar school, had vriendjes, sprak Frans en had familie en vrienden om zich heen die pappa konden helpen bij de opvoeding. Maxime leek gelukkig. Maar zijn moeder was ten einde raad en nam een rigoureus besluit: ze verhuisde naar Nederland en ontvoerde tijdens een bezoek haar zoontje. Een internationale kinderontvoering door een ouder was een feit en Maxime zag zijn vader niet meer. Een waar gebeurd verhaal, de naam van het kind is om privacyredenen gefingeerd.

De vader die het gezag had, deed aangifte bij de Franse Centrale Autoriteit die haar Nederlandse evenknie op de hoogte bracht. Die instantie houdt toezicht bij internationale kinderontvoeringen door ouders in landen die het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 hebben ondertekend.

Het duurde ruim één jaar voordat de zaak daadwerkelijk voor de Nederlandse rechter kwam. Het proces kwam niet net als bij een ’gewone’ ontvoering bij een strafrechter, maar bij de rechtbank die beslist over personen- en familierecht, zoals bij scheidingen en bezoekregelingen.

Maxime woonde inmiddels bij zijn moeder, ging inmiddels naar school, leerde Nederlands en zat op voetbal. Ook in Nederland had Maxime zijn grootouders, ooms en tantes om zich heen die zijn moeder ondersteunden. Na een lange procedure besliste de rechter in het voordeel van de moeder: Maxime blijft bij zijn moeder die hem uit Frankrijk meenam.

De rechtbank concludeerde dat er sprake was van worteling nu Maxime na de ontvoering al langer dan één jaar in Nederland verbleef, daar naar school ging, de taal beheerste en een sport beoefende. Het feit dat de ontvoerende ouder de moeder was die een speciale band met het kind had, was op zich onvoldoende reden om de terugkeer naar het land van herkomst te weigeren.

Maar vanwege de worteling van het kind in Nederland en omdat de rechtbank geen reden ziet om aan te nemen dat wonen bij de moeder geestelijk of lichamelijk schadelijk is voor het kind, wordt het verzoek van de vader tot teruggeleiding afgewezen.

De conclusie is dat Maxime bij zijn moeder in Nederland mag blijven. Het jongetje was nog te jong om officieel aan te geven bij wie hij wilde blijven, want dat kan in Nederland pas vanaf acht jaar.

Deze casus illustreert de problematiek rondom internationale kinderontvoering en het Haagse verdrag uit 1980. „Het verdrag is geschreven in een tijd waarin veel gastarbeiders naar westerse landen kwamen om te werken, aldaar een relatie aangingen en vervolgens kinderen bij westerse vrouwen verwekten”, zegt juriste Aline Nederveen. „Omdat het geregeld voorkwam dat de vaders hun kinderen zonder toestemming van de moeder meenamen naar hun land van herkomst, werd het verdrag in het leven geroepen om deze moeders en hun kinderen te beschermen tegen dergelijke ontvoeringen.”

Maar uit haar onderzoek blijkt dat nu zowel in Nederland als in Duitsland in verreweg de meeste gevallen de moeder de ontvoerende ouder is. „In Nederland is in 86 procent van de internationale kinderontvoeringszaken de moeder de ontvoerende ouder en in Duitsland in 82 procent”, zegt Nederveen. Dat is volgens haar in strijd met de oorspronkelijke gedachten van het kinderontvoeringsverdrag.

Nederveen vergeleek in haar onderzoek voor het Kennispunt Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht, dat binnenkort wordt gepubliceerd, 148 relevante uitspraken inzake internationale kinderontvoering van de Nederlandse gerechten. Vervolgens legde ze die uitspraken naast 527 voor uitspraken in Duitsland.

Het Haags Kinderontvoeringsverdrag is een rechtshulpverdrag, waarin internationale samenwerking wordt georganiseerd om internationale kinderontvoeringen zo snel mogelijk ongedaan te maken. Het doel van het verdrag is om de situatie –zoals deze voor de ontvoering was– zo snel mogelijk te herstellen, zodat de schadelijke gevolgen die een ontvoering met zich mee kan brengen zoveel mogelijk worden beperkt. Het motto is dan ook: ’eerst terug, dan praten’, zegt Nederveen. Maar die gedachte achter het verdrag wordt niet altijd gevolgd. Want in veertig procent van de gevallen hoeft het kind niet terug naar het land waaruit het ontvoerd is.

Het Haags Kinderontvoeringsverdrag is niet door alle landen erkend. Vooral westerse landen ondertekenden het verdrag. Bij Ammar en Sara bijvoorbeeld die in 2004 door hun vader naar Syrië werden ontvoerd en vervolgens in 2006 naar de Nederlandse ambassade vluchtten om naar Nederland terug te keren, speelde het verdrag geen rol. De moeder kon daar geen aanspraak op maken, omdat Syrië het verdrag niet heeft erkend. Ook kon de vader niet aangeven waarom de kinderen bij hem beter af waren. Deze zaak die veelvuldig in de media kwam, vormde de publieke opinie: de kinderen moesten terug naar de moeder en de vader was fout.

Maar in het geval van Maxime gebeurde dit niet. Als een ouder een kind ontvoert, doet de achterblijvende ouder aangifte. Waarop een procedure volgt om het kind terug te krijgen. Anders dan in een strafzaak kan de ontvoerende ouder volgens het verdrag zogeheten weigeringsgronden aanvoeren, namelijk: worteling van het kind, ernstig risico voor lichamelijk en geestelijk gevaar en/of de ondraaglijke toestand en verzet van het kind.

Als een kind langer dan één jaar bij de ontvoerende ouder woont, kan de grond ’worteling van het kind’ worden aangevoerd. De rechter kijkt dan onder meer naar de Nederlandse taal, familie, school en vrienden om te oordelen of het kind in dat land is geworteld, of niet.

Nederveen: „Het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 heeft geen objectieve criteria voor worteling van het kind geformuleerd. Hierdoor heeft iedere rechter de vrijheid om aan de hiervoor genoemde omstandigheden meer waarde toe te kennen en deze al dan niet mee te nemen in zijn beslissing. Interne eenduidigheid zou hier op zijn plaats zijn. In Duitsland dat een vergelijkbaar rechtssysteem kent, beslissen rechters vaak anders dan Nederlandse rechters. Daarbij komt dat de looptijd van de procedures in Duitsland korter is dan in Nederland. Ook in Nederland zou een kortere procedure de zaak minder ingewikkeld maken, omdat het kind dan minder snel in Nederland is geworteld. In Duitsland wordt in vele gevallen geen beroep gedaan op de worteling van het kind.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden