Kindermishandeling / Rotte tanden door een rottig leven

Veel tandartsen zijn nog niet of nauwelijks alert op aandoeningen die op kindermishandeling kunnen duiden. Bloeduitstortingen in het gehemelte, afgestompte melktandjes, bijtwonden in de wang, gehavende lippen. Het hóeft niet om kindermishandeling te gaan, maar het kán.

Van cariës bij een kind kijkt een tandarts niet op. Bij een aantal kinderen zijn de melktandjes echter zó verrot dat zelfs een leek kan vaststellen dat slecht poetsen niet de enige oorzaak kan zijn. De tandarts moet dan aan kindermishandeling denken: wordt het kind verwaarloosd, hoe ziet de thuissituatie eruit?

Vandaag spreekt dr. Rob Bilo, forensisch arts en consulent forensische kindergeneeskunde bij de dr. Henri van der Hoeven Stichting in Utrecht, op een congres voor kindertandartsen in Bussum. De Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde heeft hem gevraagd over kindermishandeling te praten. Deze uitnodiging beschouwt Bilo als een gunstig teken -héél langzaam beseffen steeds meer specialisten dat zij actiever op signalen van kindermishandeling moeten letten.

Juist tandartsen, legt Bilo uit, kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Tandartsen zien niet alleen een gebit van heel nabij, maar ook de rest van de mond, het gezicht, de haren, en de armen. Ook afwijkend gedrag valt in de tandartskamer op; zelfs bij een bezoekje van tien minuten heeft een beetje ervaren tandarts al snel door wat nog normaal is en wat niet.

Bovendien komen letsels als gevolg van kindermishandeling het meest voor in het gebied waar de tandarts zich per definitie over buigt: dat van het hoofd en de hals. ,,Agressie richt zich vaak op het hoofd en aangezicht omdat dit de delen van het lichaam zijn waaraan een persoon, in dit geval een kind, herkend wordt'', licht Bilo toe. ,,Gelaatsuitdrukkingen zeggen ook veel over emoties, vandaar dat de agressie daarheen gaat. Bij kinderen is dit nog vaker zo dan bij volwassenen: als een kind huilt, krijgt het een klap, als een kind weigert te eten, wordt de lepel met geweld in die mond geduwd.''

Bilo weet waarover hij praat. Hij werkte twaalf jaar, van 1988 tot 2000, als vertrouwensarts kindermishandeling in Rotterdam. Daarna werkte hij enkele jaren als zelfstandig consulent in de forensische kindergeneeskunde, totdat hij begin dit jaar overstapte naar 'Forum Educatief', onderdeel van de dr. Henri van der Hoeven Stichting in Utrecht. Een stichting die vooral bekend is vanwege zijn kliniek voor forensische psychiatrie, maar sinds 1997 ook een centrum heeft voor forensisch onderwijs en advies.

Bij dit 'Forum Educatief' zet Bilo zijn werk als consulent voort. In opdracht van justitie schrijft hij rapportages over zaken van kindermishandeling en seksueel misbruik die nog voor de rechter moeten komen. In 2002 was hij betrokken bij 17 rapportages, in 2003 bij 79, dit jaar staat de teller al op 21. Op basis van foto's van het jonge slachtoffer en verklaringen in het proces-verbaal komt hij tot een advies. ,,De vraag die ik moet beantwoorden is of de letsels passen bij de verklaringen in het verbaal'', vertelt Bilo. ,,Helaas zijn de foto's soms van erbarmelijke kwaliteit, of ze ontbreken volledig, dan kan ik er niks mee.'' Op zijn computer toont hij foto's, meest wel van goede kwaliteit, die hij vrijdag aan de tandartsen zal laten zien. Gruwelijke afbeeldingen zijn het, zoals die van een peuter met bloeduitstortingen in het gezicht, het hoofdje duidelijk van de camera afgewend. ,,Een kind dat vaak mishandeld wordt, kijkt je niet meer in de ogen'', verklaart Bilo. ,,Zo'n kind wéét inmiddels dat het als brutaal ervaren wordt om iemand aan te kijken. Op deze manier wil hij voorkomen dat hij opnieuw geslagen wordt. Helaas wordt dit al snel een patstelling: ook door niét aan te kijken roept hij nieuw geweld over zich af, 'je kijkt me niet aan!', is dan de boze reactie die hij krijgt.''

Vaak zullen kinderen met dit soort kwetsuren niet bij de tandarts komen, erkent Bilo. Ouders die hun kind zoiets hebben aangedaan, zien van een (al dan niet gepland) tandarts-bezoek af. Een klein aantal komt echter wel, ze willen dat hun kind geholpen wordt en vertellen een smoes als hen iets gevraagd wordt.

,,Bij fysiek geweld gaat het bijna altijd om ouders of verzorgers die dit niet met opzet doen'', weet Bilo. ,,Het is voor hen de enige manier om te communiceren met hun kind. Dit zijn geen monsters, geen vreselijke mensen, het zijn mensen die in hun eigen jeugd ook niet anders gewend waren.''

De diagnostiek van fysiek geweld is voor de (tand-)arts moeilijk, geeft Bilo toe. Dit geldt vooral voor het gebit: ligt die tand eruit vanwege een mep, een ongelukkige val, of een te hoog geslagen hockeybal? Als de tandarts, ook op grond van andere aanwijzingen (gedrag, twijfelachtig verhaal van ouders, enzovoort) maar enigzins een vermoeden heeft, adviseert Bilo toch te melden. ,,Bij een AMK, een advies- en meldpunt kindermishandeling, kan je over zo'n vermoeden overleggen. Wie weet zijn er ook al andere signalen binnengekomen.''

Bij andere aandoeningen op en rond de mond is de diagnostiek vaak wat makkelijker. Experts kunnen soms vaststellen of een bovenlip beschadigd is als gevolg van een fles of knuffellap die te hard uit de mond getrokken is; of juist van een flesje dat 'naar binnen geslagen is'. Bilo toont een foto van een brandwond rond een mondje die door een sigarettepeuk is veroorzaakt.

Ook verwaarlozing (,,van die weggevreten cariësgebitjes'') moet een tandarts kunnen vaststellen. Hij somt de symptomen op: de tandjes zijn niet meer dan stompjes, er is overmatig veel tandplak, de adem stinkt, de kleding is smoezelig en de haren zijn ronduit smerig. ,,Het heeft geen zin zo'n melkgebit te saneren'', houdt Bilo zijn toehoorders vrijdag voor. ,,Als je dat doet zonder verder actie te ondernemen, houd je alleen jezelf van de straat, want je weet op voorhand dat ook het blijvend gebit snel beschadigt.''

Een tandarts kan ook geconfronteerd worden met aanwijzingen voor seksueel misbruik. Vaak zijn ze niet specifiek en moeilijk te herkennen: een gezwollen tong, schaafwondjes of bloeduitstortingen aan de lippen en kleine bloeduitstortingen aan het gehemelte. Seksueel overdraagbare aandoeningen (gonorroe, syfillis, herpes simplex) kunnen voorkomen als hardnekkige infecties in de keel of mondholte. Bilo klikt op zijn computer een foto van een kindergezicht open. Op de wimpers zijn de neten van schaamluizen zichtbaar.

Bilo toont zich voorstander van een meldplicht voor hulpverleners die een vermoeden van kindermishandeling hebben. Hier wordt al lang over gediscussieerd, maar de politieke daadkracht ontbreekt. ,,Ik ben ervan overtuigd dat het aantal meldingen hierdoor niet zal verminderen. Het kind heeft er recht op dat er wat gebeurt als een hulpverlener iets vermoedt. Dit geldt ook voor de ouders. Wat doe je die ouders aan als je niets doet? Je laat hen doormodderen, in de kou staan, dat is onbehoorlijk gedrag.''

Hoe vaak tandartsen kindermishandeling melden, is niet bekend. In elk geval ligt dit cijfer laag. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat minder dan één procent van de tandartsen meldt. In de twaalf jaar dat hij in Rotterdam vertrouwensarts was, heeft Bilo één melding van een tandarts meegemaakt. ,,Het moeilijke voor tandartsen is dat ze een kind relatief weinig zien'', beseft Bilo. ,,Eén keer in het half jaar is al veel.''

Het onderwerp geweld vond Bilo al heel jong 'enorm boeiend'. ,,Het fascineert me om te zien wat mensen elkaar aandoen, maar het fascineert me ook dat mensen die buiten dat 'systeem' staan, helemaal niets doen. Ze weten dat er gruwelijke dingen gebeuren, maar laten deze ouders toch doormodderen.''

De Van der Hoeven Stichting/Forum Educatief treft voorbereidingen om een polikliniek te openen waar kinderen die mogelijk mishandeld zijn, medisch worden onderzocht. Voorwaarde is dat er aangifte van kindermishandeling is gedaan bij de politie. Het is de eerste kliniek voor forensische kindergeneeskunde in Nederland, inclusief een uitgebreid informatie- en documentatiecentrum. Bilo ziet ernaar uit om zelf weer kinderen te gaan onderzoeken. ,,Dan werk ik niet meer alleen van papier. Natuurlijk zie je de kinderen niet in de meest prettige situatie, maar je kunt wel iets gaan oplossen, samen met de ouders.''

De titel voor een volgende lezing heeft hij al klaar. 'De sprekende letsels van zwijgende slachtoffers', prijkt erboven. ,,Vaak zwijgt het kind, terwijl het letsel vertelt'', licht hij toe. ,,Het kind kan niet praten, durft niet te praten, of denkt dat dit geweld gewoon is. Door het letstel op de juiste manier te duiden, kunnen we soms toch achterhalen wat er gebeurd is.''

Als een vrouw een blauw oog heeft, stelt Bilo, en ze zegt dat ze tegen een keukenkastje is aangelopen, denkt iedereen 'jaja, en dat moet ik geloven'. Heeft een kind een blauw oog, dan denkt iedereen dat het is gevallen. ,,Dat verbaast me, elke keer weer'', verzucht Rob Bilo. ,,Het gemak waarmee we dit soort verklaringen bij kinderen accepteren, ik kan er nog steeds niet bij.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden