Kinderen van nu: vastgeplakt achter beeldscherm, motorisch matig

De inspectie onderzocht hoe leerlingen zich redden met hardlopen, mikken, springen en zwaaien. Beeld Werry Crone

Basisschoolleerlingen zijn minder vaardig op het gebied van lichamelijke oefening. In tien jaar tijd is de coördinatie van scholieren afgenomen, zo constateert de Onderwijsinspectie in een rapport over het bewegingsonderwijs, dat vandaag verschijnt.

‘Balanceren’, ‘werpen en vangen met kleine bal via de muur’, ‘touw zwaaien met landing halve draai’ en ‘tennissen via de muur’ blijken voor de kinderen van nu lastiger dan destijds voor hun leeftijdsgenootjes.

Inspecteurs keken hoe bijna 2000 leerlingen uit groep 8 zich redden met oefeningen als hardlopen, mikken, springen en zwaaien. Op vijf van de acht onderdelen bleken de kinderen minder goed te scoren dan in 2006, toen een soortgelijk onderzoek werd uitgevoerd. Bij rollen en rennen (‘piepjestest’) zijn de prestaties gelijk gebleven, maar bij geen enkele gymactiviteit blijken ze hun voorgangers nog te kunnen overtreffen.

Opmerkelijk is dat bijna alle leerlingen die aan het onderzoek deelnamen, wel regelmatig op een sportclub te vinden zijn, soms zelfs een paar keer per week. Toch biedt een paar uur voetbal of judo in een trainingsclubje geen soelaas: georganiseerd sporten mag dan zijn toegenomen, daarbuiten bewegen kinderen minder. Een meerderheid van de leerlingen zit een tot twee uur voor de tv. Net zoveel tijd besteden ze aan spelletjes op laptop, mobiel of tablet.

Minder oefentijd

De onderwijsinspectie heeft zelf niet gekeken naar de oorzaken van de achteruitgang, maar de uitkomsten zijn wel in lijn met eerder onderzoek. Zo stelde het Utrechtse Mulier Instituut, dat sociaal-wetenschappelijk onderzoek doet naar sport, vorige maand nog vast dat basisschoolkinderen minder vaak en minder lang buiten spelen dan tien jaar geleden. “Ze zitten op de bank, op de tablet, voor de tv of op een andere manier stil. De oefentijd van kinderen is in de loop van de tijd duidelijk afgenomen”, zegt bewegingswetenschapper Jo Lucassen van het Mulier Instituut. “Het kan zijn dat kinderen vaker naar een sportclub gaan, tegelijkertijd zien we dat kinderen dankzij de recessie, die tien jaar heeft geduurd, minder vaak lid zijn van meerdere sportverenigingen. Dat betekent dat kinderen motorisch gezien minder intensief en minder divers oefenen.”

Rinda den Besten, voorzitter van de belangenbehartiger van basisscholen, de PO-raad, vindt de haperende motoriek van schoolkinderen zorgwekkend. Ze vindt dat kinderen ook op school vaker van hun stoel moeten komen. “Scholen kunnen bewegen ook op andere manieren stimuleren, door bijvoorbeeld buiten les te geven of door bewegen te integreren met taal- of rekenlessen.”

Scholieren krijgen zo’n twee uur per week gym. Scholen hebben afgesproken dat dat eigenlijk naar drie uur moet, maar in de praktijk is dat een niet te nemen horde. Er zijn te weinig gymzalen en vakleerkrachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden