Kinderen van Madaya zijn stil

Een medewerker van UNICEF meet de arm van een ondervoed kind in Madaya. Beeld AFP

Circa dertig inwoners van het al zeven maanden belegerde Madaya zouden de afgelopen maand van honger zijn gestorven. Een familie verkocht haar auto voor drie kilo rijst. Deze week mochten hulpverleners voor het eerst voedsel brengen. De Syrisch-Turkse Abeer Pamuk (23) van SOS Kinderdorpen was donderdag in Madaya. Zij schrok ervan hoe beroerd de kinderen er uitzien.

"Het is maar een kort tochtje, nog geen drie kwartier van de hoofdstad Damascus waar ik woon. Onderweg kom je zo'n vijf checkpoints tegen. Madaya was een prachtig stadje van 40.000 inwoners in de bergen, vol winkels en bedrijvigheid. Nu is het doods en kapotgeschoten. Iedereen zat binnen want het is koud en regenachtig. Madaya wordt al zeven maanden belegerd, net als vijftien andere locaties in Syrië waar in totaal 450.000 mensen vastzitten."

"Ik ging samen met mijn collega Achmed Hussein huizen af om te bekijken hoe het met de kinderen gaat. Mijn hart brak, geen enkel kind zag er gezond uit. Ik doe dit werk nu drie jaar. Altijd zag ik kinderen binnen spelen, op en neer springen, lawaai maken. In Madaya hebben ze de energie niet meer."

Baby's
"De kinderen zagen er stuk voor stuk slecht uit, met een bleke, droge huid. Ze konden amper lopen of praten. Soms zijn hun tanden zwart, afgebroken, ze hebben bloedend tandvlees en zijn te klein voor hun leeftijd. Een peuter van anderhalf zag eruit of ze pas acht maanden was. Haar moeder vertelde dat het meisje de smaak van melk of een banaan niet kent. Baby's zijn er het slechtst aan toe omdat zij nooit voldoende hebben binnen gekregen."

"Twee broertjes van tien en twaalf hadden zich in de woonkamer opgesloten. Hun vader en oudere broer zijn dood, hun moeder was op pad om voedsel te zoeken. De bomen bevatten nu veel gom, daardoor zaten zij in een dikke, ongezonde walm van de houtkachel. Ik heb meteen de deur wijd opengezet.

Honger
"Een belegering van de burgerbevolking is het ergste oorlogswapen. 'Voor raketten kun je wegrennen, maar je kunt nooit vergeten dat je honger hebt', zei een kind tegen mij, toen we een maand vastzaten in het belegerde Aleppo. Sommige ouders in Madaya hebben hun kinderen slaappillen gegeven tegen de honger en het huilen, sommigen hebben qat gegeten. Tot er deze week eindelijk rantsoenen kwamen, kookten moeders gras, bladeren en kruiden als hoofdmaaltijd. Daar kun je ziek van worden, maar keus hadden ze niet.

"Het VN-konvooi met vrachtwagens heeft voor een maand rijst uitgedeeld, olie, bloem, bonen, linzen en blikvoedsel dat je zonder het te koken direct kunt opeten. Voor de kinderen bracht Unicef verrijkt voedsel, dat je zo uit het plastic op kunt zuigen. Maar de mensen zijn zo wanhopig en bezorgd dat ze kleine porties rijst koken, om over te houden. Ze zijn als de dood dat we niet meer terugkomen. De belegering moet ophouden. Onze organisatie wil nu sommige kinderen evacueren. Dat gaan we keihard proberen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden