KINDEREN VAN DEZE TIJD

De tijd dat ontspoorde kinderen als 'boefjes' werden gezien, in de sfeer van Ciske de rat, is voorbij. Nu hebben we het over minderjarige criminelen: rovers, moordenaars, verkrachters, dealers met messen en pistolen. Maar het blijven kinderen die zelf vaak jarenlang misbruikt, verwaarloosd en mishandeld zijn. Met Mohammed B. komt het waarschijnlijk nooit meer goed.

De weduwe wil alles weten. Ze kent het dossier, ze kent de levensloop van Mohammed. Het is al vroeg hopeloos. Problemen op school, problemen thuis. Zwerven, stelen en schandknaperij. Op school is hij niet te handhaven, thuis is hij niet te handhaven. De politie en de hulpverleners kunnen geen kant met hem uit. En hij wordt als een ongewenst pakketje van de ene balie naar de andere geschoven. In 1990 duwen ze hem tenslotte naar de kinderrechter, die de ouders min of meer van hem verlost. Hij wordt onder toezicht geplaatst en naar zijn eerste inrichting gestuurd. Op zijn vijftiende verhuist hij naar de open behandelinrichting De Marke in Rekken. Na drie maanden gaat hij op verlof, breekt in met twee vrienden in het huis van een van zijn oude seksuele contacten en laat de huishoudster dood achter. Hij verschijnt opnieuw voor de kinderrechter, die nu de zwaarste maatregel neemt: buitengewone behandeling, vergelijkbaar met TBS voor volwassenen. Hij belandt in de rijksinrichting het Nieuwe LLoyd.

Daar lijkt het goed te gaan: Mohammed heeft weer contact met zijn familie en hij mag regelmatig op verlof. Het ministerie van justitie vraagt de open inrichting De Marke hem weer op te nemen voor verdere behandeling. In het dossier staat dat het een wat krampachtige jongen is, emotioneel gespannen, iemand die zijn daden niet heeft verdrongen maar ook niet weet wat zijn grenzen zijn. Als er wat gedold wordt kan Mohammed opeens door het lint gaan. Maar verder probeert hij zo opvallend mogelijk onopvallend te zijn. De Marke weigert hem niet: de instelling is er voor dat soort jongens en kan hoogstens te lichte gevallen weigeren.

Op 4 oktober 1993 komt hij in Rekken aan. Hij krijgt een stageplaats om werkervaring op te doen en kan meteen beginnen. Het eerst volgende weekeinde mag hij weer naar huis op verlof, zonder begeleiding, met toestemming van het ministerie van justitie. Misschien wat snel, maar zijn moeder heeft een kind gekregen en destijds in het Lloyd ging het ook goed. Maar twee dagen voor zijn verlof gaat het mis: hij zou iets hebben gestolen op zijn werk en neemt boos de benen. Hij gaat naar zijn familie, maar na een dag duikt hij onder bij een vriend. Weglopen gebeurt wel vaker en De Marke stelt gewoontegetrouw meteen de politie op de hoogte, die Mohammed op de telex heeft gezet.

Een maand later, op zaterdagmiddag 6 november, loopt hij de sigarenwinkel van het echtpaar Hartman binnen met een pistool dat zijn vriend heeft geregeld. Zij is al naar huis, hij zou de winkel sluiten. Mohammed wil geld en schiet André dood, kennelijk omdat hij niet genoeg meewerkt. Drie maanden later houdt de politie Mohammed aan in Amsterdam. Hij bekent.

Sindsdien zijn er aan zijn dossier weer vele pagina's toegevoegd. An Hartman ziet er slechts de bevestiging in van wat al zo vroeg in dit leven vast stond: hopeloos. “De psychiaters zeggen dat hij een gespleten persoonlijkheid is. Hij zegt dat hij af en toe een gek stemmetje in zijn hoofd hoort. Gekke Moo komt bij hem binnen. Hij is gestoord en zo iemand komt toevallig bij mijn man terecht en schiet.”

Ze noemt het een triest levensverhaal, maar An Hartman heeft ook een verhaal. In haar dossier zitten veertien gewapende overvallen, Mohammed niet meegerekend. Het waren allemaal jongens. De eerste keer was het ergst: toen kreeg ze een revolver tegen haar hoofd en een tweede tegen haar rug gedrukt. Ze wil zich niet laten meeslepen door de sentimenten die in de buurt zijn opgelaaid na de moord, maar het waren wel allemaal gekleurde jongens. De meeste klanten zijn dat trouwens ook in haar winkel in de Indische buurt en die moeten volgens haar lachen om de slappe manier waarop dit land met zijn criminelen om gaat. En zij geeft ze gelijk: het is belachelijk. Ze heeft inmiddels alle mogelijke wapens gezien en alle tronies in het koppenboek op het politiebureau meermalen bestudeerd. Twee keer zijn er jongens gepakt. Veertien keer liep het nog goed af, maar de vijftiende keer ging het mis. En nu wil An Hartman haar gram halen: de jongen moet worden opgeborgen en degenen die hem vrij hebben laten rondlopen moeten daarvoor ter verantwoording geroepen worden. Zij heeft zich erin vastgebeten. Eerst wacht ze het proces tegen Mohammed af en dan wil zij de staat aanklagen. Nu moet iedereen haar horen: zulke jongens mogen nooit meer zomaar rondlopen.

De Marke ligt aan het einde van Nederland op zo'n typische bosen-hei-plek waar de samenleving zijn probleemgevallen in verschillende instellingen bewaart: verslaafden, gestoorde misdadigers en ontspoorde kinderen - ze hebben allemaal hun eigen plek op het uitgestrekte terrein nabij het plaatsje Rekken. Het is een van de vruchten van liefdadig particulier initiatief, dat vele decennia geruisloos en beschut zijn barmhartige werk in de bossen deed. Wandelend op een zomerse avond kun je bijna begrijpen dat mensen smalend van vakantieparken spreken. Kinderen dollen in het zwembad, voetballen op een grasveld, eten in hun paviljoen, spelen met computers, of kijken naar MTV.

Vincent Maas is nog tekort op De Marke om Mohammed te kennen, maar ook hij heeft het dossier gelezen en de mensen gesproken die hem hebben meegemaakt. “Zijn delicten zijn uitzonderlijk, maar de persoon en zijn geschiedenis wijken niet zo af van andere kinderen. Hij hoorde hier.” Maas is verantwoordelijk voor de behandeling van zeventig jongens en meisjes op De Marke. Hij en zijn directeur Paul de la Chambre spreken, zonder cynisch te willen zijn, over een 'bedrijfsrisico'. “Op enig moment in de behandeling moet er een besluit genomen worden hoeveel vrijheid je zo'n jongen geeft, in overleg met justitie. En in dit geval is dat gebeurd op grond van positieve aanwijzingen over hem en zijn familie. Als het dan fout gaat, is iedereen onthutst. Maar we hebben er in deze maatschappij voor gekozen om jongeren niet levenslang te straffen. Er komt een moment dat je een risico neemt, er is geen alternatief hoe vreselijk dat ook voor een slachtoffer is”, zegt De la Chambre. “Niemand treft enige blaam, maar in zo'n zaak merk je dat mensen het niet snappen: een moord en dan nog een moord...”

Het klimaat is ook niet bevorderlijk voor begrip, beseffen De la Chambre en Maas. Lange tijd hebben inrichtingen als De Marke in betrekkelijke stilte verkeerd. De overheid verstrekte subsidie zonder al te indringend na te gaan wat zij daar eigenlijk voor terugkreeg. Dit zijn tenslotte de eindstations van de justitiële kinderbescherming. Het gaat om de allermoeilijkste gevallen waar niemand raad mee weet. Dus je mag blij zijn dat ze nog ergens terecht kunnen.

Ergens aan het einde van de jaren tachtig veranderde deze lankmoedigheid. In het publieke debat over onveiligheid, de zwakte van het rechtsbestel, de scheefgegroeide verzorgingsstaat en de overtolerante samenleving, kwamen uiteindelijk ook de jeugdinrichtingen aan de beurt. Er waren affaires: Zetten, De Dreef, Rekken - ze zijn allemaal aan de beurt geweest.

De bij De Marke behorende Koningin Wilhelmina School kreeg de naam de jongens en de meisjes in de watten te leggen. Ze mochten hasj roken, konden in dure restaurants eten en van kostbare vakanties in het buitenland genieten. Er waren mishandelingen en seksuele ontsporingen gemeld. Het pedagogische beleid was te soft en het financiële te verkwistend. Het meest tot de verbeelding sprak de beschikbaarheid van vijf luxe lease-auto's voor de kinderen. Vincent Maas heeft het niet meegemaakt, maar volgens hem was de zorg om het welzijn van de kinderen zo ver doorgevoerd, dat zij de baas werden.

Paul de la Chambre werd aangesteld om orde op zaken te stellen in De Marke. Volgens een onafhankelijk onderzoek is hem dat goed gelukt. Maar op de zelfstandige school, waar de meeste kinderen van De Marke op zijn aangewezen, bleef alles bij het oude. De directeur was weliswaar ontslagen maar de oude geest bleef er waaien. Kinderen die op De Marke aan strakkere regels waren gebonden, konden enkele tientallen meters verder tijdens schooluren weer hun gang gaan. De situatie was kennelijk zo zorgwekkend dat kortgeleden de sluiting van de school is aangekondigd.

Mohammed liep weg en schoot André Hartman dood op een moment, dat De Marke dacht iets van begrip en vertrouwen voor het werk te kunnen winnen. En dat zou al zo'n moeilijke opgave zijn geweest.

Lange tijd zijn kinderen hoogstens als 'boefjes' gezien in de sfeer van Ciske de Rat: thuis problemen, van het rechte pad afgedwaald, wat gejat of een vechtpartij, naar het internaat gestuurd, tucht en op z'n tijd een arm om de schouder en weer op weg geholpen. Maar nu hebben we het over minderjarige criminelen: rovers, moordenaars, verkrachters, dealers met messen en pistolen. Het gaat niet langer om kinderen die beschermd moeten worden, het gaat om kinderen waar de maatschappij voor beschermd moet worden. Vincent Maas kan er ook van schrikken: “Het aantal kinderen neemt niet zozeer toe, maar ze zijn jonger en hun delicten worden steeds ernstiger. En wij worden ook harder. Wij pikken het niet meer.” Naarmate meer kinderen volwassen misdaden plegen, wordt de roep luider om hen dan ook maar als volwassenen te straffen. Maas: “Iedereen wordt nu sterker op zijn verantwoordelijkheid aangesproken. Ik begrijp het wel, maar je kunt kinderen niet op hun verantwoordelijkheid aanspreken, wij zijn verantwoordelijk voor kinderen.”

Hij kent de kinderen goed. In Rekken ziet hij ze aan het einde van een lange weg, maar daarvoor werkte hij bij de Raad voor de kinderbescherming en ontmoette hij ze eerder. Hij zou het een pijnlijk falen van de maatschappij vinden als zij de kinderen niet meer als kinderen wil zien. “Hier is geen kind dat geen slachtoffer is.” Er zijn veel schokkender geschiedenissen dan die van Mohammed: jarenlange misbruik, verwaarlozing, verstoting, mishandeling, gedwongen prostitutie en eindeloos veel falende hulpverleners.

En het ergste is dat de geschiedenis zich herhaalt van generatie op generatie. Oudere groepsleiders komen in inrichtingen de kinderen tegen van ouders die zij ook als kind hebben gehad. Maas: “De meeste ouders van de kinderen hier hebben ook in inrichtingen gezeten en hun kinderen hebben goede kans hier ook te belanden. Het zijn vaak families die het onheil over zich lijken af te roepen, ook al doen ze verschrikkelijk hun best: vader verliest zijn baan, het huis wordt gesloopt, dochter krijgt een ongeluk, de auto begeeft het - de grote en de kleinere pech blijven ze achtervolgen. Steevast verkeren ze aan de onderkant van de samenleving en daardoor zijn er ook veel buitenlandse kinderen onder. In sommige gezinnen staat alles op z'n kop, ook de normen en waarden. En het perspectief ontbreekt volledig. De kinderen hebben geen enkel vertrouwen dat er iets beters kan komen. Ze hebben het gevoel dat ze niet mogen bestaan en dat er geen plek voor hen is. Ze groeien op met een gering gevoel van eigenwaarde en weinig besef van de consequenties van hun daden. Deze kinderen kunnen nauwelijks omgaan met andere mensen.”

“Sommige kinderen hebben tien, twaalf of meer tehuizen achter de rug voordat ze hier komen. Wij krijgen de kinderen waar niemand meer wat mee kan of wil. Als ze hier komen, hebben ze geen idee hoe ze met anderen moeten omgaan. Je zou verwachten dat ze onder de indruk zijn en zich even rustig houden. Maar vaak spatten ze meteen helemaal uit elkaar. Ze zoeken soms de herhaling van het ongeluk op, ze proberen het af te dwingen door te kijken of groepsleiders net zo reageren als hun ouders. Daarin gaan ze soms heel ver: ze slaan om te kijken of je terugslaat en een incestslachtoffer kan proberen hetzelfde misbruik hier uit te lokken. En onderling is het apenliefde: er wordt flink wat gevochten, verraden en er is weinig loyaliteit.”

Vincent Maas is niet doof voor de roep om een hardere aanpak en meer gesloten inrichtingen. Hij ziet ook dat het onontkoombaar is om meer zware gevallen af te sluiten van de maatschappij: De Marke wil een eigen gesloten afdeling met isoleercellen en op een andere plek een gesloten inrichting bouwen, samen met twee andere internaten. Maar dat mag van hem niet betekenen dat je vergeet dat zij kinderen zijn, die je niet kunt straffen maar moet zien op te voeden. “Het is een schandaal dat zij soms maanden in een gevangenis moeten zitten zonder dat er iets gebeurt. Je moet ze behandelen. Kinderen kunnen niet onbehandeld blijven.”

Maar hoe? Vincent Maas ziet in het gezin de sleutel voor de opvoeding van een kind. Maar hij weet niet hoe je moet voorkomen dat gezinnen breken. “Van de kinderen hier, weet je zeker dat als ze thuis waren gebleven het helemaal mis was gegaan. Het zijn onhoudbare situaties, waarin ouders geen kant meer op kunnen. Je moet ze weghalen, ook al is dat het meest ingrijpende wat je kunt doen.”

Hij heeft respect voor de kinderrechters die in deze beslissingen altijd het belang van de opvoeding van het kind laten prevaleren boven de roep om straf. Maar hij heeft grote moeite met delen van de vrijwillige hulpverlening, die het kind als een volwassen cliënt zien die zijn eigen 'hulpvraag' moet formuleren en zich ook nog gemotiveerd moet tonen. “Psychotherapeuten zeggen dat ze niks met ze kunnen beginnen, omdat de kinderen geen relatie met ze kunnen aangaan. Dat kun je ook helemaal niet van ze verwachten. Ze zouden moeten zoeken naar wegen om ze zonder zo'n relatie te behandelen. Voor mij hoeven ze ook hier helemaal niet gemotiveerd binnen te lopen. Ik vraag er nooit naar. Ze hoeven voor mij helemaal niet blij te zijn dat ze hier zijn.”

Het is volgens Maas verkeerd om zo nadrukkelijk van het kind uit te gaan. Hij wil ze een heldere, overzichtelijke omgeving aanbieden waar orde en regelmaat heersen en de kinderen niet de kans krijgen het ongeluk over zich af te roepen. Hij heeft liever dat groepsleiders wat afstand houden en niet zo snel een vertrouwensrelatie proberen op te bouwen. Je moet simpele voorwaarden scheppen waarbinnen een kind wat meer evenwicht kan vinden: slapen, eten, scholing, werk, sport. En als het ook maar even kan moet de relatie met thuis worden verbeterd. Daar dient het verlof voor, met alle risico's vandien. Soms is het verstandig een begeleider mee te sturen, maar daar moet je dan wel de middelen voor hebben.

Hij vindt dat er te weinig geïnvesteerd wordt in deze kinderen. Bezuinigingen en wachtlijsten frustreren het werk, maar er is ook te weinig gestoken in de diagnostiek, in de verbetering van de behandeling, laat staan in methoden om te voorspellen of een kind nog eens zal doden. In een volwassene met TBS wordt twee keer zoveel geïnvesteerd als in een gedragsgestoord kind met jeugd-TBS, terwijl er aan kinderen nog zoveel gesleuteld kan worden, zegt Maas. “Het klinkt oubollig, maar je moet proberen ze weer op het rechte pad te krijgen.” Soms lukt het, soms niet. Kinderen in De Marke hebben al zoveel achter de rug, dat je je niet kunt voorstellen dat dat echt te repareren valt in een jaar of twee. Maas: “Het is als in een revalidatiekliniek: ik kan ze misschien leren omgaan met een rolstoel, maar ik kan ze niet weer leren lopen. Ze zijn blijvend beschadigd.”

In het paviljoen met de jongste jongens (vanaf twaalf jaar) leidt groepsleider Jan - breed geschouderd en met de handdruk van bankschroef-kwaliteit - deze avond de overlegvergadering. Hij houdt het strak: er wordt niet gerookt, gedronken of gegeten, de petten moeten af en iedereen spreekt op zijn beurt. Het goede nieuws van vandaag is dat een jongen moest voorkomen en een jaar voorwaardelijk heeft gekregen zonder dat hij daar een strafblad aan overhoudt. Het slechte nieuws - hij is inmiddels zestien maar is door de gaten in zijn leven op het niveau van de derde klas lagere school blijven steken - blijft onbesproken. Jan vertelt het tenslotte om iedereen een beetje op te beuren en de belangstelling voor elkaar aan te wakkeren. Wat de vakanties betreft kondigt Jan aan dat hij met iedereen afzonderlijk zal bespreken of en hoe lang ze naar huis kunnen. Maar nu bindt hij ze alvast op het hart niet te aarzelen terug te keren als het thuis toch 'begint te broeien'. Voor degenen die niet naar huis kunnen is er kamp. De jongens informeren naar hun kleedgeld. Ze willen sportschoenen kopen of shirts. Ze willen op verlof een beetje goed voor de dag komen. Het is een rustige avond, zegt Vincent Maas. Om tien voor tien moeten ze in bed liggen.

Mohammed B. zit alweer vijf maanden in de gevangenis. Hij was zeventien toen hij André Hartman doodde en is nu achttien. Als kind ontspoord, wordt hij maandag in beginsel als volwassene berecht en moet hij op tbs rekenen. An Hartman hoopt dat ze hem lang opbergen. “Zo'n jongen is nooit meer goed te krijgen.” Vincent Maas vermoedt dat het nu in ieder geval nooit meer goed met hem komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden