Kinderen van de rekening

Het aantal vechtscheidingen in Nederland stijgt. Een ouderschapsplan opstellen is voor veel vaders en moeders te veel gevraagd. En de kinderen lijden daaronder.

Het staat zomaar ergens op een jongerensite: "Hallo, Ik wil effe iets kwijt. Mijn ouders zijn gescheiden en ik moest van de jeugdrechter de helft van de tijd bij mijn papa zijn. Niet echt erg zul je denken, maar het is bij hem echt niet leuk. Er wordt amper iets tegen mij gezegd, ik moet alleen eten en slaap op een matras op de grond. Mama wil zich er niet mee bemoeien om papa niet boos te maken. Ondertussen zit ik ermee."

Zo'n zestigduizend kinderen in Nederland hebben jaarlijks te maken met scheidende ouders. Zij hebben ongeveer twee keer zoveel problemen als kinderen uit gezinnen die intact blijven. Het voorkomen van leed bij kinderen bij een echtscheiding was de opzet van de 'Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding' die op 1 maart 2009 in werking trad. Sindsdien moeten scheidende ouders samen vastleggen hoe zij zorg zullen dragen voor de opvoeding en de zorg voor hun kinderen tot zij meerderjarig zijn.

Toenmalig minister van Jeugd en Gezin André Rouvoet, initiatiefnemer van de wet, wilde tevens dat kinderen het recht kregen om gelijkwaardig door beide ouders verzorgd en opgevoed te worden na de scheiding. Tot 1998 kreeg vaak alleen de moeder het gezag over de kinderen; daarna kregen zowel de vader als de moeder dit. Met de wet van Rouvoet staat het kind centraal in plaats van de ouders.

In de Eerste Kamer stuitte het voorstel aanvankelijk op breed verzet van VVD, D66, GroenLinks en SP. De VVD was het fundamenteel oneens dat het ouderschapsplan een voorwaarde werd om te scheiden. Het verplichte plan was volgens de partij overbodig voor de 'goedwillenden en ineffectief voor de slechtwillenden'. Toch werd de wet aangenomen. Vijf jaar later moest er een evaluatie komen, stelde Rouvoet. Die is er nu.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie evalueerde. En concludeert voorzichtig 'positieve ontwikkelingen' te zien, maar 'dat er geen aanwijzingen zijn dat het verplichte ouderschapsplan de doelstellingen haalt'. Deze doelstellingen zijn: het contact tussen ouders en kinderen na de scheiding bevorderen, de conflicten tijdens de scheiding verminderen en de nadelige gevolgen van de scheiding voor kinderen verminderen. Voor het WODC onderzochten scheidingsdeskundigen Ed Spruijt en Inge van der Valk van de Universiteit van Utrecht de effecten van het ouderschapsplan op kinderen. Zij trekken wel harde conclusies. Het ouderschapsplan haalt nergens haar doelen. Het verplichte plan zorgt voor meer ruzie, de band met de vader na de scheiding is slechter en de problemen bij de kinderen zijn groter dan voor 2009.

Agressie en depressie
Spruijt stelt dat het welbevinden van kinderen achteruit gaat sinds 2009, zelfs met tien procent. Problemen zoals schooluitval, angst, agressie en depressieve gevoelens nemen toe, de laatste zelfs met twintig procent. Ruziënde ouders zijn hiervan de hoofdoorzaak. "Het aantal vechtscheidingen is met vijftien procent toegenomen. Ouders maken meer ruzie en dat komt doordat de wet 'gelijkwaardig ouderschap' centraal stelt. Wij zouden liever 'kindwaardig ouderschap' zien."

Bureau Jeugdzorg onderschrijft dit volledig. "Vooral vaders willen na de scheiding het ouderschap koste wat het kost fifty-fifty verdelen, stelt Jan-Dirk Sprokkereef, bestuurder van Bureau Jeugdzorg Utrecht. Ook al houdt vader een drukke baan, hij strijdt toch voor co-ouderschap. De wet biedt hiervoor ruimte, daarin staat 'gelijkwaardig ouderschap' centraal en daar staat de vader dan op. De vaders zijn meer tevreden. Maar de kinderen niet. Voor hen is een thuissituatie die het minst verandert het meest prettig." Sprokkereef vindt het verplichte ouderschapsplan averechts werken. "Het suggereert dat we 'even' afspreken hoe we de toekomst van onze kinderen regelen. Maar dat werkt niet. Bij een groot conflict is het moeilijk om goede afspraken te maken over de opvoeding en de zorg voor het kind tot het meerderjarig is. Bij de scheiding is er rouw en boosheid. Ouders verwijten elkaar van alles. Het kind wordt niet gezien."

Kindermishandeling
Ook Bureau Jeugdzorg Utrecht ziet het aantal vechtscheidingen sterk toenemen, vooral door hoogopgeleide ouders. Zij zetten het meest verbeten de hakken in het zand om hun gelijk te halen, is de ervaring van Sprokkereef. "En dan duurt de scheiding nog langer." Hoe langer deze duurt, hoe zwaarder de verwijten zijn die ouders elkaar maken, ziet hij. "En hoe erger de ruzies. Dat is kindermishandeling. Het heeft op de lange termijn grote schadelijke gevolgen voor het kind."

Hij zou willen dat rechters meer ruimte krijgen bij deze groep ouders. "Voor de gemakkelijke groep had er geen wet hoeven te komen. Voor de moeilijke groep wel, maar niet deze wet. Van mij mag de rechter bij ernstige conflicten meer ruimte hebben om het gezag over de kinderen aan één ouder toe te wijzen. Dat er wel omgang is met beide ouders, maar dat er uiteindelijk maar eentje beslist. Dat geeft meer rust in de tent en voorkomt eindeloze juridische gevechten over de school, opvoeding en zorg voor het kind."

Rechter kan dwangsommen opleggen en ouders gijzelen
In de praktijk bepaalt de rechter of het verplichte ouderschapsplan goed is. De Utrechtse kinderrechter Jetty Gerritse zag in de eerste jaren dat ouders apart kwamen opdagen met ieder een eigen plan over de opvoeding. "Dat was dus niet de bedoeling. Het moet een overeenkomst van allebei zijn, anders kunnen ze in principe niet scheiden."

De rechter kan ouders dwangsommen opleggen, en gijzelen, als ze er niet uitkomen, stelt de wet. Rechters gaan hier verschillend mee om. De een stuurt de ouders terug naar de onderhandelingstafel, de ander wijst hen door naar Bureau Jeugdzorg. In 2011 wees de rechter in 18 procent van de gevallen alsnog scheiding toe zonder ouderschapsplan. Ook Gerritse doet dit. "Als ik zie dat ze alles hebben geprobeerd, kan ik op grond van de wet de knoop doorhakken."

Het goede van de nieuwe wet vindt ze dat ouders gedwongen worden na te denken over de gevolgen van de scheiding en dat zij de kinderen bij de scheiding moeten betrekken. "Wij toetsen of ze dit hebben gedaan. Kinderen van 12 jaar en ouder kunnen een brief schrijven naar de rechtbank, of zelf verschijnen. Ik zie een of twee op de tien kinderen daadwerkelijk verschijnen voor een kinderverhoor. Bij conflicten tussen de ouders is dat naar schatting de helft."

De belangen van het kind zijn veel meer het uitgangspunt dan voor de invoering in 2009. "Ik had ouders die het er samen over eens waren dat ze met co-ouderschap zestig kilometer uit elkaar gingen wonen. Hun zoon was het daar helemaal niet mee eens. Hij moest half Nederland door met het openbaar vervoer om op school te komen." De rechter nam het voor de zoon op en de ouders moesten met een nieuw plan komen. Om dezelfde reden kunnen rechters zelfs zonder de inspraak van de kinderen iets anders beslissen dan de ouders willen. "We hebben ingegrepen bij ouders die het erover eens waren dat de kinderen nooit meer iets met de vader te maken kregen. Er was de kinderen zelfs helemaal niks gevraagd."

Sinds 2009 moet de rechter voor het uitspreken van een scheiding elk kind in de gelegenheid stellen van zich te laten horen. Kinderen kunnen een brief schrijven, of zelf met de rechter praten in een kinderverhoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden