'Kinderen ook buiten school stimuleren'

Onderzoekers wijzen op grote belang van 'informeel leren', juist voor kinderen van laagopgeleide of allochtone ouders

Scholen, ouders en overheid zien een belangrijke steunpilaar voor het onderwijs over het hoofd: informeel onderwijs. Daarmee wordt alles bedoeld wat kinderen buiten school om leren, van huiswerkbegeleiding, cursussen, sport en bibliotheken tot bijbaantjes. Vooral kinderen van laagopgeleide en anderstalige ouders kunnen daarvan veel meer profijt hebben dan wordt aangenomen. Maar het aanbod is nu versnipperd, onzichtbaar en niet altijd betaalbaar.

Nog geen drie op de tien leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs maakt op een of andere manier gebruik van informeel onderwijs, blijkt uit het eerste - verkennende - onderzoek naar informeel onderwijs, dat vanavond wordt gepresenteerd. Een gemiste kans, vindt onderwijsdeskundige Zeki Arslan van het kenniscentrum voor de publieke sector CAOP. Dat deed samen met het Onderzoekscentrum Drechtsteden een uitgebreide studie in opdracht van de gemeente Dordrecht. Daarbij werden lokale betrokkenen, landelijke organisaties en wetenschappers geraadpleegd.

Het effect van leren buiten school wordt volgens hem onderschat en ondergewaardeerd. "We weten dat juist als van huis uit geen of weinig ondersteuning is, dit soort hulp bijdraagt aan betere leerprestaties, taal en rekenen voorop. En ook aan het zelfvertrouwen. Kinderen en jongeren krijgen een flinke steun in de rug bij het leren."

De onderzoekers verwachten dat kinderen nog meer profiteren van informeel onderwijs als scholen er beter bij aansluiten en vice versa. Nu hebben scholen weinig oog voor wat hun leerlingen kunnen opsteken in bijvoorbeeld de bibliotheek of huiswerkbegeleiding. Er blijkt weinig contact en van doorverwijzen van leerlingen voor extra ondersteuning is nauwelijks sprake. Een van de aanbevelingen is ook om ouders te mobiliseren en bewust te maken van de waarde van informeel leren. Het effect daarvan is groter dan hen proberen te betrekken bij de school, concluderen zij.

"Lokale bondgenootschappen smeden", ziet onderwijswethouder Bert van de Burgt als belangrijkste opdracht aan gemeenten. Als voorbeeld noemt hij de de Stichting Lezen en Schrijven, waarin overheden en maatschappelijke organisaties samen strijden tegen laaggeletterdheid. Voor ouders zoekt hij het vooral in praktische middelen zoals apps die tips geven hoe kinderen van verschillende leeftijdsgroepen zich verder kunnen ontwikkelen. Ook gaat de gemeente Dordrecht minder draagkrachtige gezinnen ondersteunen.

Van de Burgt, oud-schoolleider en initiatiefnemer van het onderzoek, strijdt al jaren voor gelijke kansen in het onderwijs. Het informeel onderwijs kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren, meent hij, "scholen hebben al zoveel maatschappelijke taken op hun bord." Zowel hij als Arslan waarschuwt dat leerachterstanden bij kinderen bepaald geen verleden tijd zijn. Met de vluchtelingenkinderen uit Syrië die drie, vier jaar geen onderwijs hebben gehad en Nederlands moeten leren, dient zich al weer een nieuwe groep aan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden