Kinderen moeten liefde voor dieren kunnen uiten

Het liefst wil de negenjarige jongen een hond, maar een konijn vindt hij ook goed. Zijn ouders hebben een hekel aan dieren. Wat nu?

Zijn eerste liefde betrof de poes van de buren, zijn tweede een gevlekt konijn van de kinderboerderij. Nu strekt de genegenheid van een grootsteedse jongen (9) zich uit tot alles met een zachte vacht. Maar op nummer één van zijn dierentopdrie staat de trouwhartige golden retriever.

¿Mam, pap, ik wil zó graag een hond.¿ De jongen bidt, smeekt en zeurt nu al maanden om wat hij essentieel acht voor zijn levensgeluk. Hij probeert zijn ouders ook om te kopen: ¿Als ik een hond krijg, hoef ik geen zakgeld meer. Mijn Nintendo DS mogen jullie ook verkopen.¿

Nou heeft deze jongen in tenminste één opzicht pech met zijn ouders: zij voelen geen enkele affiniteit met het dierenrijk. Sterker nog: aan honden hebben ze een hartgrondige hekel. Ook van de meeste andere zoogdieren zien zij niks dan nadelen: vlooien, poep, haren op de bank, gelazer met het verschonen van hokken.

Vissen dan maar, zo oppert de vader grootmoedig (vindt hij tenminste zelf). In gedachten ziet hij de lijkjes al drijven in de kom: buikjes omhoog, bolle oogjes dof. Brrr... maar beter dan een golden retriever.

Zo denkt zijn zoon er niet over. Een hond moet het zijn, of anders iets anders warms met poten, geen stomme, kouwe, natte vis. Ze komen er niet uit dus, deze zoogdierminnende jongen en zijn ouders. Hoe moet het verder?

Als deze ouders écht zo'n hekel aan dieren hebben, moeten ze er ook geen in huis halen, vindt gz-psycholoog Nienke Endenburg. ¿Want ouders zijn altijd eindverantwoordelijk voor de verzorging van dieren, linksom of rechtsom.¿ Met tegenzin een hond uitlaten of een kattenbak verschonen omdat kinderen daar ondanks plechtige beloften toch niet toe komen, dat is van dierenhatende ouders wel veel gevraagd.

Maar met alleen een 'nee' komt dit stel niet weg, zegt Endenburg, die onderzoek deed naar de invloed van huisdieren op kinderen. ¿Die is heel positief. Zo leren kinderen zich in een ander wezen verplaatsen. Eerst in een dier, later ook in mensen. Ze worden er sociaal vaardiger van.¿

Daarom moeten deze ouders regelen dat hun zoon zijn dierenliefde elders kan ventileren, vindt de psychologe. ¿Want dat kan een kind moeilijk zelf. Er is altijd wel iemand in de straat met een hond, die hij eens per week kan borstelen en uitlaten. Of maak een afspraak met de kinderboerderij.¿

Dus de negenjarige jongen kan fluiten naar een eigen dier? Als het aan de Rotterdamse dierenarts Audrey Cupedo ligt niet. Honden en katten hebben veel verzorging nodig en vallen dus af, maar een knaagdier kunnen deze ouders hun zoon toch wel gunnen.

Cupedo's favoriet is de rat. ¿Die is sociaal en kun je heel veel leren, maar ja, veel mensen vinden ratjes eng.¿ Konijnen kunnen heel oud worden, waarschuwt de dierenarts. En hamsters gaan juist heel gauw dood. ¿Dat is voor deze ouders misschien een voordeel.¿

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden