Kinderen in nood

Op de Internationale dag van de rechten van het kind, vandaag, wordt een vuist gemaakt tegen kindermishandeling. Ook in Nederland is dit nodig. Leed wordt te vaak genegeerd.

Het dochtertje van de buurvrouw dat voortdurend huilt. De mitella om de arm van de jongen op school, en zijn angstige, nerveuze blik die eigenlijk niemand ontgaat. Kindermishandeling vindt vaak dichtbij plaats. Toch sluiten veel mensen liever de ogen dan dat ze aan de bel trekken, is de ervaring van No Kidding, een netwerk tegen kindermishandeling. „En dat terwijl een tot twee kinderen per klas mishandeld, of seksueel misbruikt wordt.”

Martine Vogel, initiatiefneemster van No Kidding, verbonden aan de stichting Profit for the World’s Children, wijst op de cijfers. „In Nederland worden ruim 107.000 kinderen mishandeld, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden. Een kind per klas is slechts een ondergrens. Dat zijn alleen de ergste gevallen. Je praat dan niet over kinderen die verwaarloosd worden of die problemen hebben omdat hun ouders zijn gescheiden.”

Buurtbewoners of andere ouders geloven liever dat een kind van de trap is gevallen, dan dat ze hun vermoeden van kindermishandeling uitspreken, aldus Vogel. „Zelfs artsen moeten er met hun neus op worden gedrukt. Nu is er een aantal ziekenhuizen dat op de poli standaard een formulier met aandachtspunten gebruikt, zodat de mishandeling eerder opvalt. Als je niet weet dat er gemiddeld een tot twee kinderen per klas van dertig leerlingen mishandeld wordt, dan denk je er liever ook niet aan dat het ook om de klas van jouw kind gaat. Want zou je wel op mishandeling letten, dan is de vrijblijvendheid verdwenen. Je kunt niet meer zeggen: ’Ik heb een sterk vermoeden dat het kind wordt geslagen, maar ik steek mijn hoofd in het zand’. Er moet een gevolg aan worden gegeven en dat is een onplezierige gedachte. Het liefst ga je er vanuit dat kinderen opgroeien in gelukkige gezinnen en dat je je nergens mee hoeft te bemoeien.”

De verhalen van slachtoffers op de website van No Kidding zijn schrijnend. Een jonge vrouw schrijft over haar verbazing dat niemand ingreep toen ze werd mishandeld en werd verwaarloosd door haar moeder, terwijl mensen toch op de hoogte moesten zijn geweest. „Het slaan is niet het ergst”, vertelt Vogel. „Een blauwe plek heelt wel weer. Maar 24 uur per dag leven in angst is verschrikkelijk. De voortdurende spanning om opeens een klap te kunnen krijgen, of dat je dagenlang genegeerd gaat worden. Dat is het lijden en de angst van mishandelde kinderen, dat in schril contrast staat met de angst van de omstanders om in te grijpen.”

Juist om mensen bewust te maken van kindermishandeling lanceerde het netwerk No Kidding in 2004 een publiekscampagne. Inmiddels zijn er presentaties voor scholen, worden straatacties gehouden en telt de organisatie circa honderd vrijwilligers.

Met een vernieuwde commercial op televisie en radiospots hoopt No Kidding familieleden, ouders en buurtbewoners bewust te maken van de signalen van het geweld. Ook wordt getracht hen aan te sporen om in te grijpen. „Helaas is praten over geweld in een gezin een taboe. We durven het niet aan te kaarten, we zijn bang. We besteden liever tijd en geld aan doelen zoals Warchild, want dat kinderleed is tenminste ver weg. Ondertussen krijgen wij telefoontjes van moeders die bang zijn dat hun kind vermoord wordt door hun ex-partner, ik hoor over kinderporno, over incest en pedofilie. En dat gebeurt niet ver weg, maar gewoon in Nederland. Uit onderzoek blijkt dat bijna veertig procent van de meisjes onder de zestien jaar te maken heeft met seksueel misbruik. Als je je daar bewust van bent, écht bewust, dan kijk je met andere ogen naar je omgeving. Je móet wat doen, want door het leed te negeren, houd je het ook in stand! Als je ingrijpt, open je een weg naar verandering. Je kunt zelfs anoniem je verhaal doen en vragen om advies bij het AMK, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling.”

Volgens Vogel zijn ’getuigen’ vaak bang dat een kind meteen uit huis wordt gehaald. Toch kun je nooit te snel aan de bel trekken, is haar overtuiging. „Ten diepste zijn we bang iets niet goed te doen. Maar als je nagaat dat vijftig tot tachtig kinderen per jaar sterven aan de gevolgen van mishandeling, dan moet je niet het risico nemen dat het in dat gezin uit de hand loopt.”

Omstanders moeten vooral op hun eigen gevoel afgaan als het om mishandeling gaat. Het kind kan er ziekelijk uit zien, buikpijn hebben, blauwe plekken of brandwonden hebben, of niet zindelijk zijn op een leeftijd dat het wel hoort. Een kind kan apathisch zijn, nerveus, last hebben van faalangst, verstijven bij lichamelijk contact, oogcontact vermijden of juist overdreven aanhankelijk zijn. Dit zijn signalen, zegt Vogel, maar die moeten niet gezien worden als een ’bewijs’ voor kindermishandeling. „Ze kunnen namelijk ook een andere oorzaak hebben. Daarom is het belangrijk dat mensen leren naar hun gevoel en waarneming te luisteren, je kunt het namelijk nooit helemaal zeker weten. Maar neem je observaties serieus. En ook: praat er met anderen over. Met de buren, met de leerkracht, andere ouders. Met elkaar kun je iets doen. Stap met je waarnemingen naar een instantie als het AMK.” Dat een kind meteen uit huis wordt gehaald, komt volgens Vogel maar zelden voor. „Het AMK onderzoekt het gezin, bureau Jeugdzorg en ook de rechter vraagt om informatie. Het duurt dus nogal lang voordat er daadwerkelijk ingegrepen wordt.”

Ook het betrokken gezin zelf aanspreken is een mogelijkheid, al zet het geen zoden aan de dijk om meteen je vermoeden van mishandeling te uiten. „In de politiek wordt veel gesproken over het wegwerken van de wachtlijsten bij instanties als het AMK. En dat is ook nodig, maar met geld alleen los je het probleem niet helemaal op. Het begint bij betrokkenheid. Vertel zo’n gezin dat je je zorgen maakt. Vraag of ze hulp kunnen gebruiken. En ook al reageert het gezin afwijzend, misschien is er een opening ontstaan, waardoor ze later wél over hun situatie kunnen praten. Als omstander ben je niet verantwoordelijk voor wat er op den duur met het gezin gebeurt, maar als je de signalen ziet, ben je wel de aangewezen persoon om er iets aan te doen.”

Vandaag, de Dag van de rechten van het kind, zullen er weer posters van No Kidding worden opgehangen. Ook maakt de organisatie in de Jaarbeurs in Utrecht een vuist tegen kindermishandeling, en wil het wijzen op het belang van betrokkenheid. „Het is opvallend dat ’survivors’, zo noemen slachtoffers van mishandeling zich liever, zoveel kracht hebben geput uit kleine gebaren van omstanders. Die ene hand van de buurvrouw op je hoofd, het kopje thee na schooltijd bij het vriendje. Kleine tekenen dat er mensen bestaan die liefde tonen. Dat geeft kinderen kracht om zich uiteindelijk uit de ellende te vechten.”

Zoals een man op de website schrijft: ’Ze gaven onvoorwaardelijk hun menselijkheid aan me door (). Ze gaven mij als kind het gevoel dat ik er mocht zijn en dat ook ik recht had op een veilige plek, ook al was het maar een tijdelijke vluchtheuvel. Deze mensen gaven mij de moed, om nooit, maar dan ook nooit op te geven, zodat ik de hel achter de gordijnen kon overleven’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden