Kinderen in de knel

Kinderrechtenorganisatie Unicef springt op de bres voor kinderen in Nederland. Huh? Die behoren toch tot de gelukkigsten van de wereld?

Op het kaartje van Unicef prijkt een zwart-witfoto van schoolmeisjes in Afrika. Lachend springen ze touwtje, op hun slippers. In de attentie die de bezoeker op het kantoor van Unicef Nederland in Voorburg krijgt, is subtiel een usb-stick verborgen. "Extra geheugen voor kinderrechten", staat erop.

Kinderrechten: voor de doorsnee-Nederlander een kwestie uit Verweggistan. Kindersterfte, kinderarbeid, vaccinaties aan kinderen in ontwikkelingslanden, onderwijs voor meisjes: het zijn de associaties die kleven aan de internationale kinderrechtenorganisatie Unicef. Een organisatie die zich in Nederland vooral bezighoudt met fondsenwerving voor hulp aan verwaarloosde kinderen ver weg. Ondersteund met plaatjes als die van de geheugenkaart. Of met beelden uit Ivo Niehe's benefietshow op televisie, die de tv-coryfee afgelopen zomer voor de twaalfde keer voor Unicef hield.

Dat Unicef er alleen zou zijn voor kinderen ver weg is een achterhaald idee, zegt kinderrechtenjurist Karin Kloosterboer van Unicef. Want hoewel het met grote groepen Nederlandse kinderen prima gaat, zijn er ook veel kinderen van wie hier dagelijks de rechten worden geschonden: vreemdelingenkinderen, kinderen die slachtoffer zijn van kinderhandel, kinderen die opgroeien in situaties waarin hun ontwikkelingskansen onder druk staan, bijvoorbeeld in detentie. Hier dichtbij. "Het zou raar zijn om daarvan weg te kijken."

Reden voor Unicef Nederland - die door het VN-kinderrechtenverdrag de opdracht heeft gekregen bij te dragen aan de naleving van kinderrechten wereldwijd - om de laatste jaren nadrukkelijker op te komen voor kwetsbare kinderen in eigen land. Door eerst uitvoerig onderzoek te doen naar de situatie van deze kinderen, en aan de hand van de resultaten kinderrechtenschendingen aan de orde te stellen. In meerdere rapporten waarschuwde Unicef, vaak in samenwerking met andere organisaties als Defence for Children International, dat het in Nederland niet goed is gesteld met de rechten van bepaalde groepen kwetsbare kinderen.

Nederlanders moeten ervoor waken om te snel te denken dat het allemaal wel goed is, zegt Ton Liefaard, sinds maart hoogleraar kinderrechten aan de Universiteit Leiden. Zijn leerstoel wordt gefinancierd door enkele grote donoren van Unicef. "In andere landen zijn veel grotere uitdagingen zoals honger, kindersterfte en kinderarbeid. Maar dat laat onverlet dat een individueel kind in Nederland ook een buitengewoon lastige positie kan hebben. Voor dat kind moeten we altijd blijven opkomen."

Nederland, dat in 1995 het VN-kinderrechtenverdrag ratificeerde, was altijd in de veronderstelling dat het de kinderrechten wel goed op orde had.

Liefaard: "De motivatie om harder te gaan lopen, is hier minder groot dan in andere delen van de wereld. We hebben een hoge levensstandaard en goede gezondheidsvoorzieningen. Maar voor vreemdelingenkinderen bijvoorbeeld, is de toegang tot goede medische zorg nog steeds problematisch. Dus we garanderen niet dat alle kinderen in Nederland die rechten hebben. We maken toch onderscheid."

Bovendien, zegt Liefaard, heeft de overheid lang niet altijd door wat haar eigen beleid concreet betekent voor kinderen en families. "Het is buitengewoon moeilijk om adequate cijfers te krijgen. Bijvoorbeeld van jongeren in voorlopige hechtenis. Het Kinderrechtencomité, dat controleert of landen het Kinderrechtenverdrag wel naleven, neemt aan dat kinderen die van een strafbaar feit worden verdacht hier te vaak worden opgesloten. Maar om hoeveel kinderen het precies gaat, weten we niet."

Onderzoeken zijn daarom hard nodig, vindt Liefaard, die zijn leerstoel gebruikt om te pleiten voor meer wetenschappelijk onderzoek naar kinderrechten wereldwijd, maar ook in Nederland. "De komende jaren worden we geconfronteerd met nieuwe uitdagingen waar we de antwoorden nog niet op hebben: wat betekent de economische teruggang voor de kwetsbare groepen waar kinderen bij horen? Het is duidelijk dat zij de hardste klappen krijgen. De neiging om als land de grenzen dicht te gooien, steviger beleid te voeren ten aanzien van immigranten - daar zit ook een link met de economische malaise."

Maar niet alleen migrantenkinderen worden bedreigd. Liefaard geeft een ander voorbeeld: de plannen die de regering heeft voor onderwijs aan kinderen die extra zorg en begeleiding nodig hebben vanwege een handicap of gedragsproblemen, het zogenoemde passend onderwijs. Daar ziet Liefaard een zorgelijke ontwikkeling. "Zij moeten vaker in de gewone klas zitten te midden van alle andere leerlingen met een leerkracht die extra zorg moet verlenen. Het is een bezuinigingsmaatregel die de hulp aan die leerlingen ernstig onder druk zet."

In tijden van crisis delven individuele belangen van kinderen vaak het onderspit, weten de kinderrechtenhoeders. "Of het nu gaat om jeugdstrafrecht, passend onderwijs, kinderen in instellingen en vreemdelingenkinderen: in wetgeving en beleid is onvoldoende terug te zien of en hoeveel er rekening is gehouden met de positie van kinderen", zegt Liefaard.

Hij wijst erop dat een overheid de verantwoordelijkheid heeft om die specifieke, kwetsbare groepen in haar beleid aandacht te geven. "Dat is lang niet altijd zichtbaar: Ik zou nu bij elk onderwerp van die bezuinigingsoperatie apart de vraag beantwoord willen zien: wat betekent dit voor de kinderen? Dat gebeurt helemaal niet. En toch zou het moeten volgens het Kinderrechtenverdrag, dat door bijna alle landen in de wereld zo ontzettend belangrijk wordt gevonden. Het is het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag ooit. Het is niet zozeer gemaakt om alle honger uit de wereld te krijgen. Het is vooral voor het individuele kind belangrijk, op basis van dat verdrag heeft het kind recht op bescherming ten aanzien van de eigen overheid. Maar grote sociale kwesties, zoals armoede en sociale uitsluiting, staan vaak wel in de weg. "

Op dit moment onderzoekt Unicef de situaties van kinderen die opgroeien op de zes eilanden van het Caribisch deel van het koninkrijk, waarvan Bonaire, Sint Eustatius en Saba als bijzondere gemeenten onder Nederlands bestuur zijn komen te vallen. "Er zijn daar sinds 2010 allemaal kindervoorzieningen over de bewoners uitgestort, zonder onderzoek vooraf naar wat er precies nodig is voor kinderen en hun ouders", zegt Kloosterboer. Dat de kinderen daar hulp nodig hebben, is duidelijk. Er zijn ernstige signalen die aanleiding geven tot zorg, stelt Unicef. Veel kinderen groeien op in een gezin zonder vader terwijl de moeder uit noodzaak continu aan het werk is; er zijn relatief veel tienerzwangerschappen en fysieke straffen in de opvoeding zijn gebruikelijk .

Een succesvol voorbeeld van onderzoek in eigen land is dat uit 2009 naar kinderrechten in asielzoekerscentra, waaraan Kloosterboer leiding gaf. Daaruit bleek dat de leefomstandigheden in asielzoekerscentra niet voldoen aan het Kinderrechtenverdrag: de kinderen voelen zich er onveilig, ouders krijgen onvoldoende steun in de opvoeding, er is te weinig ruimte om rustig huiswerk te maken of te kunnen ontspannen en de vele verhuizingen belemmeren de sociale ontwikkeling van kinderen. "Dat rapport zorgde ervoor dat nu in alle asielzoekerscentra een aanspreekpunt is voor kinderen, en dat er meer speeltoestellen en computers zijn, ook al zijn het er niet genoeg."

"Unicef is een sterk merk", verklaart Kloosterboer het succes. "Als Unicef iets zegt, dan wordt er vaak ook naar geluisterd. Dat kan een voordeel zijn. Er waren al heel lang organisaties en mensen die riepen: het gaat niet goed met die kinderen in asielzoekerscentra. Door uitvoerig in beeld te brengen wat er precies misgaat en aanbevelingen te doen om de situatie te verbeteren, wordt er nu wel degelijk iets mee gedaan. Zo denken we nu samen met de overheid en verschillende organisaties na over alternatieven voor de huidige opvang, zodat kinderen bijvoorbeeld niet voortdurend hoeven te verhuizen."

Nieuw is ook dat Unicef samen met medewerkers van de Immigratie en Naturalisatie Dienst en het ministerie probeert om al aan het begin van de asielprocedure óók te letten op de kinderbelangen: wat betekent het voor dit kind als hij wordt teruggestuurd? "Het is vaak het gebrek aan kennis waardoor niets gebeurt. Want hoe moeten we dat belang dan afwegen? Wij zijn bezig om uit te leggen dat het niet een afvinktabel is waar het belang van het kind in kan worden aangekruist. Het is een individueel proces waarin je goed duidelijk maakt hoe veilig het voor het kind is, ook in het land van herkomst."

Snel gaat het niet, maar de inspanningen zijn niet zonder succes, zegt Kloosterboer. "Ik hoor de laatste tijd van medewerkers in asielzoekerscentra die graag iets aan de situatie willen doen. Dat is nieuw. Voorheen zaten mensen vast in het systeem, zagen de kinderen niet of hadden niet het gevoel dat ze zelf er iets aan konden doen."

Is het een teken aan de wand dat een organisatie als Unicef zich meer focust op minderjarigen in een van de welvarendste landen ter wereld? Dat vreemdelingenkinderen meer onder druk zijn komen te staan, is van deze tijd, zegt Kloosterboer. "Maar dat er in een samenleving altijd kwetsbare groepen zijn en dat het vaak kinderen zijn, is iets van alle tijden. Het is goed dat Unicef dat beseft."

Kinderrechten in Nederland
Tal van organisaties houden zich bezig met de naleving van kinderrechten in Nederland. Deze organisaties, waarvan Defence for Children en Unicef bekendst zijn, vormen samen het Kinderrechtencollectief. Dit collectief rapporteert eens in de vijf jaar aan het VN-Kinderrechtencomité in Genève over de stand van zaken rond de kinderrechten in Nederland. In de laatste rapportage van dit jaar deed het kinderrechtencollectief onder meer de aanbeveling om de kwetsbaarste kinderen te beschermen tegen de gevolgen van de bezuinigingen.

In tegenstelling tot een organisatie als Unicef behandelt de Kinderombudsman - sinds vorig jaar in Nederland actief - ook individuele klachten van ouders en kinderen. In zijn eerste Kinderrechtenmonitor dit voorjaar toonde hij zich bezorgd over de positie van ongeveer een half miljoen kwetsbare kinderen in Nederland. Denk aan kinderen die slachtoffer dreigen te worden van kindermishandeling, kinderen die in armoede leven en asielzoekerskinderen die met hun ouders herenigd willen worden.

Bij wetsvoorstellen die kinderen en jongeren raken, zou eerst verplicht het effect op kinderlevens moeten worden onderzocht, vindt ook de Kinderombudsman.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden