Kinderen hebben eigen rechten bij pardonregeling

Gedrag van ’foute ouders’ mag kinderen niet worden nagedragen. Als een kind voor pardon in aanmerking komt, mogen ook de ouders blijven.

Carla van Os

Duizenden kinderen in Nederland kunnen na jarenlange tergende onzekerheid opgelucht ademhalen. Eindelijk kan het ’overleven’ ingewisseld worden voor ’ontwikkeling’, dé uitdaging voor elk kind. Het gaat om de kinderen die onder het generaal pardon vallen, of de ’regeling nalatenschap oude vreemdelingenwet’ zoals het moet heten. Gerechtigheid. Al is het jammer dat het pardon voor een politiek gebaar van goede wil doorgaat in plaats van voor een erkenning van rechten van kinderen.

Het baart zorgen dat kinderen nauwelijks voorkomen in de summiere aankondigen van staatssecretaris Albayrak over de uitwerking van het pardon. Realiseren de pardonuitvoerders zich dat de kinderen van uitgesloten ouders inmiddels hun eigen rechten in Nederland hebben opgebouwd? Het voorkomen van het scheiden van gezinnen is zo’n heikel punt. We gaan ervan uit dat deze kwestie gemakkelijk wordt opgelost in deze kind- en gezinsvriendelijke kabinetsperiode. Dus bij gezinnen die deels voor en deels na de cruciale datum van 1 april 2001 zijn gekomen, moet het hele gezin kunnen blijven. Dat doet ook recht aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Daarin staat dat kinderen bij hun ouders horen te blijven zolang dat in het belang van de kinderen is.

Een andere bron van zorg vormen de kinderen van ouders die meer dan een maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf hebben gekregen, die onder de uitzonderingen van het Vluchtelingenverdrag vallen of om een andere reden worden uitgesloten zoals bij herhaaldelijk opgeven van onjuiste identiteitsgegevens. Bij die ouders geldt een contra-indicatie voor het pardon.

Ook ouders die ervan worden verdacht in het land van herkomst vuile handen te hebben gemaakt, komen niet in aanmerking voor het pardon. Probleem is dat zo’n vermoeden zelden strafrechtelijk wordt getoetst. Het openbaar ministerie heeft van 2002 tot 2004 520 van deze gevallen onder ogen gehad en is maar in vier zaken tot vervolging overgegaan. Bovendien schat de IND dat in 60 tot 80 procent van deze gevallen, mensen niet uitgezet kunnen worden omdat hun thuis een wrede of onmenselijke behandeling wacht.

Het Kinderrechtenverdrag verplicht om belangen van de kinderen van deze ouders individueel te betrekken bij de beslissing een gezin al dan niet uit te sluiten van een pardon. Nederland heeft genoeg ervaring met de drama’s van kinderen van ’foute ouders’ om te weten dat kinderen het gedrag van hun ouders niet kan worden nagedragen. Als de kinderen voor een pardon in aanmerking komen dan kan de ouder verblijf bij kind aanvragen. Het kind heeft namelijk behalve recht op een continue ontwikkeling, óók recht op gezinsleven.

Bij de kinderen van ouders die meer dan een maand onvoorwaardelijke straf hebben, kan aansluiting gezocht worden bij de criteria die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hanteert. Daarbij wordt de aard en ernst van het misdrijf gewogen, de duur van het verblijf, het tijdsverloop sinds het misdrijf, het gedrag van de betrokkene erna, of er kinderen zijn, hoe oud die zijn en hoe het moeilijk het voor de andere familieleden zou zijn om zich in het land van herkomst van de misdrijfpleger te handhaven.

Uit oogpunt van mensenrechten is het overigens merkwaardig dat mensen na het uitzitten van hun straf opnieuw gestraft worden voor dezelfde misdaad, in feite een schending van het ’ne bis in idem’ beginsel, (artikel 68 van de Nederlandse Strafwet). Volstrekt onaanvaardbaar is het als de kinderen van deze mensen hiermee geconfronteerd worden.

Internationale regels vragen om erkenning van het feit dat kinderen geworteld kunnen raken in de Nederlandse samenleving, en op grond daarvan ook zelfstandig verblijfsrechten kunnen opbouwen. Criteria zijn dan bijvoorbeeld een relatief lange verblijfsduur in Nederland, het spreken van de Nederlandse taal, deel uitmaken van de Nederlandse leefomgeving, niet of nauwelijks (culturele) binding hebben met het land van herkomst van de ouders, niet bestaande herinneringen aan dat land en het ontbreken van kennis van de talen daar. Met deze criteria zou het niet meer uitmaken of een ouder asiel heeft aangevraagd of gewoon gemigreerd is, of een ouder zich altijd aan de wet heeft gehouden of niet. Het gaat dan om de eigen rechtspositie van het kind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden