Kinderen gezocht met een Wagner-stem

Niets vertedert een publiek méér dan een kind op het toneel. Afgelopen zondag klapten de toeschouwers bij de opera 'Rodelinda' in theater Carré enthousiast nadat Lars Weteman lekker aan het barok-housen was geweest op een kittige melodie van Hündel. Lars doet mee aan deze productie van Onafhankelijk Toneel omdat er in die opera sprake is van een jongen, Flavio genaamd. Maar de rol van Flavio is een 'stomme' rol: hij heeft tekst noch muziek.

Maar ja, een hele avond aan de rok van moeder (Rodelinda) hangen, of even geknuffeld worden door de teruggekeerde vader (Bertarido) of bedreigd te worden door machtsbeluste ooms, daar kun je een knaap die doorleert voor balletdanser aan de vooropleiding van dansafdeling van het Haags Conservatorium niet mee afschepen. Dus werd een heuse choreografie voor hem gemaakt. Lars, in trendy wijde kleren gehuld en met een snel kapsel, vertederde met zijn spontane manier van optreden.

Eind vorig seizoen ging er ook een zucht van bewondering door het Muziektheater in Amsterdam toen De Nederlandse Opera er Wagners 'Siegfried' opvoerde, uit de Ring-cyclus. Siegfried kan, nadat hij van het bloed van de verslagen draak heeft geproefd, de taal der vogels verstaan. Wagner laat op dat moment de 'Stimme eines Waldvogels' zingen: 'Ha! Siegfried bezit nu de Nevelingenschat!'. Het woudvogeltje volgt Siegfried op zijn tocht en waarschuwt hem bij zijn ontmoeting met de gemene Alberich.

Doorgaans wordt deze sopraanpartij gezongen vanuit de coulissen door een vrouw. Maar dirigent Hartmut Haenchen en regisseur Pierre Audi deden iets verrassends: zij kozen voor een jongenssopraan die ook zichtbaar in het spel meedoet. Wagner zou de voorkeur hebben gegeven aan een jongensstem, zo verklaarde Haenchen de niet eerder vertoonde keuze. De partij is echt pittig, maar het Duitse knaapje Stefan Pangratz zong met overtuiging en acteerde allerschattigst. Hij kreeg er een ovatie voor.

In veel opera's spelen kinderen mee, vaak met voor hen geschreven partijen. Misschien wel de beroemdste kinderrol zonder eigen partij is te vinden in Puccini's 'Madama Butterfly'. 'Wie heeft ooit een Japans kind gezien met blauwe ogen?' zingt zij als de Amerikaanse consul nadrukkelijk vraagt of het kind wel van haar en de Amerikaanse officier Pinkerton is.

Maar de scènes die echt tranen opwekken, zitten in het derde bedrijf, tijdens het nachtelijk wachten op de komst van Pinkerton en de uiteindelijke zelfmoord van Butterfly, wanneer zij het kind toezingt: 'Jij, jij, kleine afgod! Mijn lieveling, mijn lelie, mijn roos'. Puccini was goed in het gebruik van kinderen voor theatrale verheviging, zoals in 'Suor Angelica' en in 'Tosca'. In laatstgenoemd werk is het kind een herdersjongen die met melancholieke stem de sfeer van het derde bedrijf bijzonder kleurt als hij zingt: 'Ik zucht onophoudelijk.' Als zo'n passage klinkt, wordt het altijd muisstil in het publiek en kan het zangertje na afloop rekenen op hartelijk applaus.

Schrijnend is het rolletje dat Alban Berg schreef in zijn 'Wozzeck'. Het naamloze kind dat Wozzeck bij zijn vriendin Marie heeft, komt helemaal aan het eind aan het woord. Het speelt met buurtkinderen als een van hen zingt: 'Zeg, je moeder is dood'. Het kind is echter zo met een speelgoedpaard bezig, dat het alleen reageert met: 'hop, hop, hop'. Waarna het doek sluit.

Een echt leuke rol voor liefst drie jongens schreven Mozart en zijn librettist Emanuel Schikaneder in 'Die Zauberflöte'. Ze komen doorgaans aanzweven in een luchtballon en zij verschaffen prins Tamino raad hoe hij zijn doel (het redden van prinses Pamina) moet bereiken. “Wees vastberaden, zwijgzaam en geduldig”. Zij vervullen eenzelfde rol als Wagners vogeltje.

In een enkele opera wordt zelfs de exacte leeftijd van de kinderen door de componist aangegeven. Jules Massenet zette '15 jaar' bij de rol van Sophie. Een meisjesrol, een van de weinige, want doorgaans zijn kinderrollen in opera jongens.

Soms verlangt een componist dat er een heel jongenskoor wordt ingehuurd. De beroemdst geworden scène is te vinden in 'Carmen' van Georges Bizet, direct in het eerste bedrijf als de aflossing van de wacht plaatsvindt. Daar maken de jongens een feest van: 'Met de opkomende wacht, gaan wij mede, ha, ha ha! Klinkt, trompetten, en geeft acht! Ta-ra-ta-ta, ta-ra-ta-ta!

Vaak worden kinderrollen door volwassen zangers, vrouwensopranen of -alten, gezongen. Fjodor, het zoontje van Boris Godoenov in de gelijknamige opera van Moesorgski, zou door een jongen gezongen kunnen worden. (De Nederlandse Opera bedacht in 1987 de partij toe aan een volwassen man, een countertenor). Cherubino in Mozarts 'Le Nozze di Figaro', heet een jongen (in het Italiaans 'fanciullo') te zijn, maar is een travestie-rol voor een goed geschoolde en redelijk plat-ogende vrouw. Nikolaus Harnoncourt introduceerde in 'Die Fledermaus' van Johann Strauss bij De Nederlandse Opera tot aller verrassing een kloek zingende jongen in de altijd door een alt-mezzo gezongen partij van prins Orlofsky. De noviteit werd zeer gewaardeerd.

Zou het eens zo ver komen dat kinderen de titelrol vervullen in de kinderopera bij uitstek: 'Hünsel und Gretel' van Engelbert Humperdinck? Maar dan moeten het wel een jongen en een meisje zijn met een Wagner-stem. Want van dat kaliber zijn de rollen voor een mezzo-sopraan (Hans) en een sopraan (Grietje). Zulke kinderen bestaan (nog) niet. Maar wie weet lukt het door jonge talentjes veel zangzaad en hamburgers te laten eten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden