kinderen en werk

Zo'n tien jaar geleden leek het even een trend: moeders die stopten met werken om bij de kinderen te zijn. Vlak voor Internationale Vrouwendag vraagt Dana Ploeger zich af hoe het deze vrouwen vergaat.

Toen de kinderen nog in de luiers zaten en ik doodvermoeid aan een werkdag begon, vroeg ik me geregeld af of het niet heerlijk zou zijn om alle dagen thuis te zijn. Geen stress, deadlines of schuldgevoel over de crèche. Gewoon lekker thuis aanrommelen.

Om me heen zag ik geregeld hoogopgeleide vriendinnen de handdoek in de ring gooien. Met volle overtuiging stopten ze met werken. Ze wilden minder stress, waren ontevreden over de kinderopvang of gewoon: ze vonden het fijn om bij de kinderen te zijn. De financiële crisis was nog lichtjaren ver weg, economisch ging het ze voor de wind, dus stopten ze, in de veronderstelling hun werk na enkele pauzejaren gewoon weer op te pakken. Geregeld zag ik ze volkomen uitgerust thuis keutelen met zelfgehaakte mutsjes. Of ze banjerden door het park. De ene keer was ik stikjaloers, de volgende keer leek het me oersaai.

Het voelde óók een beetje als verraad. Stoppen met werken, dat deed je niet als stoere, zelfstandige vrouw. Zeker niet als je een stevige hbo- of universitaire opleiding achter de rug had. Wij waren tenslotte in de jaren tachtig als slimme meid op onze toekomst voorbereid. Met moeders die zelf veel minder kansen hadden gehad, en riepen dat we economisch zelfstandig moesten zijn en dat wij tenminste zoveel keuze en vrijheid hadden.

De emancipatiepleidooien van Joke Smit en Betty Friedan zaten nog vers in het collectieve geheugen. Zoals Smit in 1967 in haar beroemde artikel 'Het onbehagen van de vrouw' schreef: 'Een moeder van kleine kinderen krijgt op het ogenblik praktisch geen kans zich een normaal mens te voelen, een volwassene te midden van volwassenen. Dit heeft gevolgen: wie zelden of nooit gelegenheid krijgt zijn sereniteit (kalmte, red.) te hervinden gaat zich ellendig voelen. Mijn indruk is dat deze periode diepe sporen nalaat in het latere gedrag van vele vrouwen.' Of Friedan in 'The Feminine Mystique' (1963): 'Women who grow up wanting to be just a housewife, are suffering a slow death of mind and spirit.'

Dat wilde ik zeker niet, een langzame dood van geest en ziel. Toch gebeurde het. Onverwacht, zonder vooropgezet plan. Mijn dochter was een half jaar oud en werd zo ziek dat ze weken in een kinderziekenhuis lag. Ik was niet bij haar bedje weg te slaan en belde vanuit het ziekenhuis mijn chef om mijn ontslag aan te kondigen. Als ervaren, alleenstaande moeder reageerde hij heel kordaat: "Weet je wat, ontslag is wel heel definitief, neem maar een sabbatical, daarna zien we wel verder."

Dat klonk perfect. Zo kon ik voor mijn dochter zorgen en daarna weer aan de slag. En ik kon het thuismoederen uitproberen. Misschien was het inderdaad wel paradijselijk, zo thuis met de kids. Na een paar

maanden knapte mijn meisje gelukkig op en kwam ik in een normaal ritme. Tegelijk zakte ik vrij snel weg in een wel heel relaxte kinderwereld. Niets hoefde echt, deadlines bestonden niet meer. Boodschappen doen duurde eindeloos, om mezelf uit te dagen bedacht ik ingewikkelde recepten. De fotoboeken van de kinderen waren helemaal up-to-date en ik wist precies op welke dagen vriendinnen vrij waren om even te buurten. Ik was zo vaak in de speeltuin te vinden dat de beheerder vroeg of ik vaste vrijwilliger wilde worden.

Ik werd steeds mopperiger. Ik verveelde me dood, had het idee dat ik eigenlijk nergens meer diep over na hoefde te denken. Op een dag zei mijn moeder: "Volgens mij moet jij weer gaan werken, daar knap je vast van op." Mijn 'ontslag' duurde exact tien maanden. Ons spaargeld was op en ik ging weer aan de slag. Dankzij een chef die mij goed kende en wist dat ik veel te onrustig en ambitieus was voor het thuismoederschap.

En met mij kennelijk meer moeders. Cijfers van het CBS laten een gestage afname zien van het aantal vrouwen dat stopt met werken na de geboorte van het eerste kind. Tegenwoordig blijft meer dan 50 procent van de vrouwen na het krijgen van kinderen werken of gaat zelfs meer werken - dat was in 2001 nog maar 34 procent.

Onveranderd is de populariteit van part- time werken - dat betekent minder dan 35 uur per week. Hoeveel emancipatieministers vrouwen ook aansporen om fulltime te gaan werken, Nederland blijft kampioen deeltijdwerk. Driekwart van de vrouwen werkte vorig jaar in een parttime baan, beschrijft de Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau. En niet alleen jonge moeders, ook twintigers die geen zin hebben om vijf dagen te werken en veertigplussers die inmiddels wel beter weten. Een groot deel van deze vrouwen verdient haar brood als kleine zelfstandige. De laatste twintig jaar is het aantal vrouwelijke zzp'ers gestegen van 120.000 naar 280.000. Beweeglijke, zelfstandige vrouwen met oog voor af en toe een rustmoment in de week. Prima toch?

Toch blijf ik erg benieuwd naar hoe het nu is afgelopen met de vrouwen die jaren geleden kozen voor het thuismoederschap. Zijn zij nog steeds gelukkig met hun keuze of zijn ze weer volop aan het werk? Beatrijs Hofland, Marente Schnoing en Liselotte van Caspel vertellen hun verhaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden