Kinderboekenweek / Geef mij maar lekker een bos met een beer

Nederland telt zo'n 350 kinderboekenschrijvers en -illustratoren. Tijdens de Kinderboekenweek, die vandaag begint, trekken zij massaal het land in. Wat bezielt de kinderboekenschrijvers? En schrijven zij stiekem niet liever grotemensenboeken?

Hoe ziet een sloddervos er uit? De kinderen uit groep 3 van daltonschool De Poorter in Gorinchem weten dat precies. De sloddervos heeft overal haren en een staart en hij stinkt een beetje. Hij bestaat uit niet veel meer dan wat rode krijtstrepen, ter plekke op het papier gesmeerd. Maar hij lééft, de sloddervos. En als Ingrid (50) en Dieter (56) Schubert vertellen dat hij hamersoep en spijkertaart eet, dan is dat gewoon zo.

Op het groene linoleum van het speellokaal zitten twintig jonge kinderen en ze zijn helemaal in de ban. Van de Schuberts, maar vooral van die wonderlijke wereld waarin kikkers kunnen vliegen en kinderen met krokodillen in bad gaan. 'Neehee, jahaa, aarch!' roepen ze, diep in gedachten en mijlen ver van school verwijderd.

,,Wij willen graag een wereld creëren waarin een kind zich echt kan verliezen,'' zegt Ingrid Schubert. Samen met haar man Dieter maakt zij al 23 jaar kleurrijke, humoristische prentenboeken, waaronder 'Woeste Willem', 'Van mug tot olifant' en 'Platvoetje'. Kinderen zijn dol op hun vrolijke fantasiewereld, ouders lezen de boeken graag voor. Inmiddels zijn de prentenboeken van de Schuberts in 25 talen vertaald. Wie nou precies wat doet in het creatieve proces, dat wil het van oorsprong Duitse echtpaar niet zeggen: ,,Dan worden we zo in hoekjes geduwd.'' Maar ze vullen elkaar goed aan en delen een voorkeur voor een veilige fantasiewereld. In hun verhalen geen gedoe met lesbische hamsters, kinderen in rolstoelen of eenoudergezinnen, zegt Ingrid: ,,We hebben de ouders zo'n beetje uit onze boeken geëlimineerd, om dit soort discussies uit de weg te gaan.'' En Dieter wil vooral ook zelf plezier hebben met een verhaal: ,,Geef mij maar lekker een bos met een beer en een egel.''

Het verlangen om een geheel eigen wereld te creëren - volgens Wim Daniëls is dat de belangrijkste drijfveer van veel kinderboekenschrijvers. ,,Voor jonge kinderen kun je een fantasiewereld heel makkelijk geloofwaardig maken.'' Voor zijn recente handboek 'Schrijven voor kinderen' deed Daniëls (zelf ook kinderboekenauteur) een onderzoekje naar schrijfmotieven van collega's. Hij vond er acht, variërend van schrijfplezier ('uit het niets iets maken') tot de behoefte om kinderen iets te leren.

In kinderboeken mag en kan veel meer dan in boeken voor volwassenen, zo motiveren veel schrijvers hun keuze voor een jong publiek. Kinderen vinden het helemaal niet gek als draken uit eieren springen en beren zich ontfermen over drie jonge weeseendjes. Die grote vrijheid om er op los te fantaseren blijkt een van de sterkste schrijfmotieven. Daarnaast koesteren veel kinderboekenauteurs de wens om kinderen met hun boeken te helpen. Daniëls: ,,Astrid Lindgren noemde 'De gebroeders Leeuwenhart' bijvoorbeeld expliciet een 'troostboek'. En vaak ervaren kinderen die troost ook. Dit soort boeken biedt misschien niet dé maar wel een oplossing voor hun probleem.'' Zijn handboek voorziet in een behoefte, denkt Daniëls, want schrijven voor kinderen is populair. Naar zijn schatting werken zo'n 75000 amateurschrijvers in Nederland min of meer serieus aan een kinderboek. Bij gevestigde uitgeverijen verschijnen jaarlijks gemiddeld 15 kinderboekdebuten.

Wie de cv's van professionele kinderboekenauteurs en -illustratoren bekijkt, ziet dat er grofweg twee soorten schrijvers zijn. In de eerste categorie vallen de onderwijzers, kleuterleidsters en kinderpsychologen: opvoeders die (ook) vanuit hun betrokkenheid bij kinderen zijn gaan schrijven. Type twee heeft de kunstacademie gedaan en is vaak bij toeval in kinderboekenland verzeild geraakt.

Zo verging het bijvoorbeeld Jet Boeke (54), de vrouw achter Dikkie Dik. Boeke studeerde grafisch ontwerp aan de Rietveld Academie in Amsterdam en leverde 25 jaar geleden haar eerste prentenboek af, met in de hoofdrol de inmiddels beroemde kater. Bij haar eerste boeken dacht zij helemaal niet na over de belevingswereld van haar 3-jarige publiek. Het kinderboek zag zij vooral als een artistieke uitdaging: hoe maak je een tekening die in één klap alles vertelt? Boeke: ,,Als grafisch ontwerper moet je in de eerste plaats een oplossing vinden voor een probleem.''

Ook Ted van Lieshout (47), van wie onlangs de poëzieverzamelbundel 'Jij bent mijn mooiste landschap' verscheen, studeerde aan de Rietveld Academie. En ook hij kwam per ongeluk in de kinderboekenwereld terecht. De bezieling kwam later, zegt Van Lieshout: ,,Het is hetzelfde als bij iemand die in een fabriek aan de lopende band gaat werken. Hij vindt dat werk misschien vervelend, maar hij raakt wel verknocht aan zijn bedrijf.'' Van Lieshout wilde altijd al schrijver worden ('maar ook popster') en is ,,op de een of andere manier toch wel geworden wat ik wilde worden''. Zijn eigen kindertijd is zijn 'ultieme inspiratiebron': ,,Je kunt nog zo goed kijken naar andere kinderen, maar die zul je nooit zo goed leren kennen als jezelf. Ik heb het kind in mezelf onderhouden en erkend, zoals een vader een kind erkent. Ik heb die band nooit doorgesneden.''

Ex-onderwijzer Jacques Vriens (57) raakte vooral geïnspireerd door de kinderen in zijn schoolklassen. Maar ook door zijn eigen kindertijd: ,,Mijn vrouw flapte er laatst uit: hij is zelf nog een groot kind. Ik kan heel snel teruggaan naar mijn eigen kindertijd, naar de gevoelens en gedachten die ik toen had.'' Met zijn lange staat van dienst in het onderwijs - Vriens was behalve leerkracht ook jarenlang directeur van een basisschool - is hij een typisch voorbeeld van een auteur uit de 'pedagogische hoek'. Schrijven wilde hij van jongs af aan, kinderen zag hij iedere dag, een combinatie lag dus voor de hand. Dat de boeken van Vriens heel goed aansluiten bij de leefwereld van kinderen, blijkt uit de talloze kinderjurybekroningen en de hoge verkoopcijfers. Zo werden van 'Achtste groepers huilen niet' (1999) tot nog toe 60000 exemplaren verkocht. Het kost hem weinig moeite om zich in kinderen te verplaatsen, zegt Vriens. ,,Als ik een kinderboek schrijf, dan bén ik die kinderen. Voor mij zijn alle boeken die ik schrijf een soort toneelstukken: ik speel er zelf in mee.''

Zoveel auteurs, zoveel redenen om uitgerekend voor kinderen te gaan schrijven. Zo miste dramadocente Mirjam Oldenhave (43), die met haar partner al jaren pleegkinderen opvangt, de 'grote-bek-kinderen' in de kinderliteratuur. Schrijfambities koesterde ze al langer: ,,Maar ik wist wel: mijn eerste echte boek moet juist over die kinderen gaan.'' (Dat werd uiteindelijk haar derde boek, 'Wedden van wel!'). Meer kinderboekenauteurs zijn zo met schrijven begonnen: ze lazen hun kinderen voor, verdiepten zich in het boekenaanbod. En daarin misten ze iets: dat ene boek dat er nog niet was en dat ze daarom maar zelf gingen schrijven.

Maar krijgen kinderboekenschrijvers na verloop van tijd niet genoeg van hun jonge publiek? Willen zij niet liever schrijven voor volwassenen? Nee hoor, zegt Ted van Lieshout, hij schrijft gewoon door voor zijn 'imaginaire lezer' vanaf 10 jaar. Zijn doelgroep beperkt hem wel in zijn onderwerpskeuze. Een gedicht over iemand die door zijn partner verlaten wordt, past bijvoorbeeld niet bij het perspectief van een kind. Van Lieshout: ,,Ik heb het gevoel dat ik in een vijver vis, terwijl schrijvers voor volwassenen in een oceaan vissen. Maar een oceaan kan 10 meter diep zijn en een vijver 100 meter.''

Ook bij Jacques Vriens staat een boek voor volwassenen 'niet hoog op mijn lijstje': ,,Ik vind het nog zo leuk om in die kinderwereld te stappen.'' Francine Oomen (43), auteur van het kinderboekenweekgeschenk 'Het Zwanenmeer (maar dan anders)', werkt wel aan een 'grotemensenboek'. ,,Dat heeft te maken met de verdieping van mijn eigen talent. Ik zie schrijven als een soort onderzoek naar wie ik ben en wat ik kan. En als ik iets kan, vind ik het heel leuk om naar het volgende over te stappen.''

De Schuberts, die allebei afstudeerden aan de Rietveld Academie, ergeren zich wel eens aan die vaakgestelde vraag: 'Zitten jullie nou nog stééds in de kinderboeken? Jullie eigen kinderen zijn toch al lang groot?' Ingrid: ,,Je bent niet kinderlijk als kinderboekenillustrator, maar je hebt die kinderwereld niet verlaten.'' Het kinderboek blijft hem uitdagen, zegt Dieter: ,,Kinderen hebben oog voor hele kleine details, daarin worden ze vaak onderschat. Ze tasten elk hoekje van een pagina af.'' Vroeger had hij nog wel eens last van het feit dat hij kinderboeken maakte en geen vrije kunst. ,,Een goede vriend van me zei: je speelt in een majorettevereniging, terwijl je in een symfonieorkest zou kunnen spelen. Daar had ik de eerste jaren wel problemen mee. Maar ik ben er overheen gegroeid.''

Intussen zal het kinderen een zorg zijn waarom schrijvers schrijven en kunstenaars tekenen. ,,Hoe oud zijn jullie eigenlijk?'' vraagt Dieter Schubert aan groep 3 van de Poortersschool. ,,Drie jaar zeker?'' Neehee, joelen de kinderen, wat een domme meneer! Maar even later zijn ze alweer verdwenen in het bos, heksen en spookjes en de sloddervos achterna.

De Kinderboekenweek (1 t/m 10 oktober) heeft als thema 'Diep in het bos. Van Ko de Boswachter tot Roodkapje en Robin Hood'. Zie www.kinderboekenweek.nl. Voor informatie over kinderboekenschrijvers op school: Stichting Schrijvers School Samenleving, www.sss.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden