Kinderboekenmuseum in nieuw jasje gestoken

In het verbouwde Kinderboekenmuseum kunnen kinderen verhalen ontdekken, beleven en zelf maken. (FOTO MIKE BINK)

Na een verbouwing van drie jaar heeft het Kinderboekenmuseum in Den Haag zijn deuren weer geopend. De vijftien nisjes langs de vide van het Letterkundig Museum, waarin je voorheen kon kennismaken met de Nederlandse jeugdliteratuur, hebben plaatsgemaakt voor een hypermodern, multimediaal ’grottencomplex’ van 750 vierkante meter. In zes spelonkachtige ruimtes, die elk een genre vertegenwoordigen, kunnen kinderen ’verhalen ontdekken, beleven én zelf maken’.

„We wilden aansluiting zoeken op de beeldcultuur, het zapgedrag van kinderen en tegelijkertijd de jeugdliteratuur serieus nemen”, zegt directeur Aad Meinderts. „We moesten bovendien op zoek naar een originele opzet. Toen het Kinderboekenmuseum zestien jaar geleden openging, waren we één van de eerste musea voor de jeugd en was dit de enige plek waar je tentoonstellingen rond kinderboeken kon zien. Sindsdien zijn er talloze musea voor kinderen bijgekomen en organiseren steeds meer bibliotheken en musea exposities rond kinderboeken.”

Projectmanager Annelie Grob kreeg de opdracht om met 1,6 miljoen euro een eigentijds Kinderboekenmuseum te maken. Ze bedacht het land van Papiria, dat bedreigd wordt door de Inktvraat, een amorf monster dat woorden, zinnen, lijnen, kleuren en hele boeken opeet. Jonge bezoekers krijgen in een korte introductiefilm de opdracht om de Inktvraat op hun tocht door het museum te verslaan.

Dat doen ze door de aangevreten verhalenvoorraad aan te vullen met hun eigen verhalen. Gewapend met een rubberen polsband, voorzien van een chip, trekken kinderen door de sfeervolle grotten heen. Onderweg maken ze aan de hand van hoogtepunten uit de kinderliteratuur speels kennis met de verschillende facetten van een boek. Er zijn filmpjes en animaties te zien, geluidsfragmenten te horen en interactieve spellen te spelen. Op de polsband verzamel je, als in een computerspel, allerlei digitale informatie.

Aan het eind van elke grot leest een computer die informatie van de polsband af en kunnen de kinderen hun eigen personage ontwerpen. Heb je net gehoord dat Fiep Westendorp altijd wipneuzen en wilde haren tekende? Op het ’ontwerpstation’ kun je een neus en haren kiezen voor je eigen verhaalfiguur. En als je hebt geleerd dat Thea Beckman veel onderzoek deed naar de historische setting van haar jeugdromans, kun je op de computer een decor voor jouw eigen verhaal kiezen.

Het klinkt ingewikkeld, maar Grob verzekert dat de zes ’testklassen’ die het museum al hebben doorlopen het begrepen. „Kinderen spelen allemaal computergames en hebben snel in de gaten hoe alles werkt.”

Uniek in Nederland zijn de interactieve ’pepper ghost-animaties’, waarmee onder andere de boeken van Paul Biegel tot leven worden gewekt. In een miniatuurlandschap achter glas kun je met een druk op een knop personages van Biegel laten verschijnen. Ze lopen rond en beleven een verhaal, waarvan de bezoeker zelf de wendingen kan bepalen.

De pepper ghost-techniek wordt vaker gebruikt, maar dat interactieve element is nieuw. Grob: „We hopen dat kinderen hierdoor enthousiast worden gemaakt voor Biegels werk. Uit de uitleengegevens van bibliotheken blijkt dat zijn boeken weinig worden gelezen.”

Tussen al het spektakel door biedt het museum ook een ’stille expositie’. Er zijn leeshoekjes met boeken en door het hele museum hangen 111 originele kinderboekillustraties. Ook de vitrines met schrijversparafernalia ontbreken niet. „We hebben die stiltemomenten bewust ingelast”, zegt Grob. „Mocht er iets misgaan met de techniek, dan is er nog genoeg moois te zien.”

Bij de realisatie van de grotten zijn, naast een indrukwekkende lijst techneuten en ontwerpers, ook bekende kinderboekenschrijvers en -illustratoren betrokken. Zo beschilderde Charlotte Dematons tafels in de ’Dekselse Duivelsgrot’, waar een geraamte bezoekers uitnodigt voor een ’griezellig diner’. Het zijn ware trompe-l’oeils: je zou zweren dat de tafels gedekt zijn.

Paul van Loon schreef de monoloog voor het skelet. Sjoerd Kuyper en Jacques Vriens schreven welkomstboodschappen voor andere grotten. De laatste kruipt in een filmpje zelfs in de huid van zijn personage Meester Jaap en spreekt de bezoekers van de ’Dansende Dagdromerskloof’ toe.

Tussen alle Nederlandse auteurs en illustratoren duiken ook buitenlandse namen op. „We vonden dat Harry Potter of Astrid Lindgren niet konden ontbreken.” Directeur Meinderts verwacht 30.000 bezoekers per jaar te trekken. Dat zijn er 10.000 meer dan het oude Kinderboekenmuseum.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden