KINDERBOEKEN 'Vriendjes, maatjes, kameraadjes'

JURYRAPPORT 'Vriendjes, maatjes, kameraadjes' was dit jaar het thema van de Kinderboekenweek. Een onderwerp dat tot de verbeelding sprak, blijkens de meer dan tachtig reacties van lezers van Trouw.

Welke vriendschap in de jeugdliteratuur heeft grote indruk gemaakt, vroegen wij in de kunstbijlage van 30 september. Het bleken vooral klassieke vriendschappen te zijn die de inzenders zich herinnerden. 'Alleen op de wereld', het uit 1878 daterende jeugdboek van Hector Malot, over de warme vriendschap tussen Remi en Vitalis, heeft voor heel wat tranen gezorgd, al of niet onder de warme deken en bij het zwakke licht van een zaklantaarn. Maar ook de boeken van Anne de Vries ('Jaap en Gerdientje'), W. G. van der Hulst ('Peerke en zijn kameraden'), J. B. Schuil ('Rob en de Stroper van Tjot Idi') en Annie M. G. Schmidt ('De spin Sebastiaan') hebben veel emoties losgemaakt.

Sommige lezers doken letterlijk in hun verleden, gingen hun oude kinderboeken herlezen, opgeborgen in kisten en dozen op de rommelzolder. En met het opnieuw open slaan van de stukgelezen 'Kruimeltjes' en 'Merijntje Gijzens' kwamen ook de herinneringen boven: van de warme chocolademelk tot en met de gezellig knapperende kachel.

De jury, die bestond uit Lieke van Duin (jeugdboekenrecensent Trouw), Karel Eykman (auteur) en Hanneke Wijgh (literair redacteur Trouw), heeft alle inzendingen met veel genoegen gelezen. Het was moeilijk een keuze te maken, omdat er zoveel aardige en dierbare brieven bij zaten, zoals uit de citaten blijkt. Na veel wikken en wegen hebben we voor de volgende drie inzendingen gekozen:

Henk Sieben

Dr W. Slotlaan 2

7167 AT Rekken

E. F. Keulemans-Huizinga

Mathenesserlaan 362 a

3023 HA Rotterdam

Alle Lenoir

Reeweg Oost 88

3312 CS Dordrecht

Zij krijgen nog deze week de nieuwe bloemlezing uit de Nederlandse kinderliteratuur toegestuurd: 'Ik geef je niet voor een kaperschip met tweehonderd witte zeilen'.

KLEINE SLANG

Geboren in de binnenlanden van Sumatra, werden mijn broertjes en ik grootgebracht met boeken, verhalen en voorlezen. Geen wonder, dat onze eerste 'vriendjes' boekpersonages waren. 'Kleine Sjang' heette mijn boek, in 1936 geschreven door E. F. Lattmore. Het boek was groot en had een okergele linnen kaft. Naar huidige begrippen omtrent kinderboeken zag het er nogal saai uit; maar ik vond dat niet. Van buiten zag je niet, wat je binnenin wist . . .! Daar waren die ontroerende tekeningetjes van de schrijfster zelf: zo suggestief, en zo simpel; en ze klopten precies met het vertelde!

Kleine Sjang was soms ondeugend; dan riep zijn vader: “Ay-ah, wat ben jij een stout kereltje!” Maar zijn moeder zei dan: “Hij is nog zo klein. Als hij groter wordt zul je zien hoe zoet hij wordt!” En zo was het ook. Vaak stond Kleine Sjang op de drempel van hun erf uit te kijken over de velden naar de vissersschepen op de rivier. Zo stond ik op de drempel van de voorgallerij uit te zien naar onze velden en de kali, waar ik niet alleen mocht komen.

Hoewel Kleine Sjang een Chinees jongetje was, herkende ik in het boek veel uit mijn wereld. Voor mij was 'de stad', waarheen Kleine Sjang wegliep ook onbekend en ver.

Maar in de kampong waren net zulke winkeltjes - met dezelfde koopwaar - als in zijn dorpje Shegu. Dat het stroperige zoete snoepgoed bij Kleine Sjang 'tanghulur' heette en bij ons 'goela-djawa' hinderde mij niet. Vliegeren deden wij ook, met net zulke prachtige draken- en vissenvliegers. Kleine Sjangs moeder vond het prettig als haar kinderen vliegerden, want: (...) Chinese moeders geloven, dat goede geesten langs het vliegertouw naar ze toevliegen en dat de boze geesten van ze wegvliegen, de lucht in . . . Is dat niet prachtig?!

Kleine Sjang vierde Nieuwjaar en mocht een voetzoeker afsteken, waarbij hij en gaatje brandde in zijn nieuwe jasje. Ay-Ah!

Tijdens het Chinese Nieuwjaar hadden wij ook vuurwerk. Van Kleine Sjang leerde ik, dat je achteruit moest stappen als zo'n voetzoeker afgaat.

In mei 1942 gingen wij naar het kamp. Kleine Sjang mocht mee in het koffertje.

's Avonds bij het voorlezen vergaten wij door Kleine Sjang de angsten en de spanningen die vaak voelbaar waren.

Toen later alle boeken ingeleverd moesten worden, hoopten wij Kleine Sjang te mogen houden.

Maar de Japanse soldaat bladerde erin . . . en gooide het op de stapel: afgekeurd!

Jammer, maar niet dramatisch, want ik had Kleine Sjang in mijn hart en zijn plaatjes in mijn hoofd. Voor altijd.

E. F. Keulemans-Huizinga, Rotterdam

URBANUS MOET TROUWEN

De vriendschap waar ik het over wil hebben is die tussen de dierenvriend Urbanus, de vlieg en de eigenaardige hond.

Deze drie figuren komen voor in de strips van Urbanus, de verhoudingen tussen deze drie kloppen van geen kant en dat vind ik nou juist leuk aan deze strips.

De vlieg is wel een beest apart en is in elk plaatje terug te vinden en denkt dat hij voor Urbanus een aardige steun in de rug is, terwijl dat helemaal niet zo is. Dit is duidelijk te zien aan het volgende fragment uit de strip 'Urbanus moet trouwen' hier helpt hij Urbanus bij een potje handjedrukken tegen de koning door heel hard tegen Urbanus zijn hand te duwen. Dat vindt de vrouw van de koning niet eerlijk, zij helpt de koning en als beloning wordt de vlieg daardoor geplet. Urbanus helpt hem weer op de vleugel en hij vliegt in het volgende plaatje weer vrolijk rond.

De hond is ook een hele grote vriend van Urbanus en het is nog niet eens een normale hond, want zijn hoofd zweeft namelijk boven zijn lichaam. Hij probeert Urbanus op goede ideeen te brengen wat niet al te vaak lukt maar als het lukt wordt het een groot succes.

En nu Urbanus zelf nog. Een eigenaardige 'jongen' die altijd in een korte rode broek loopt met een blauwe trui en bretels. Hij volgt vaak de raad van die vreemde hond op wat dus niet altijd een succes wordt, maar als dat wel het geval is wordt hij er ook uitgebreid voor bedankt. De vlieg daarentegen, krijgt helemaal niets als beloning voor het helpen. Urbanus is dan toch wel zo aardig om hem op de vleugels te helpen. Hij vliegt in het volgende plaatje dan ook weer vrolijk rond. Dit is nou echt het vriendentrio van mijn dromen. Dit

vriendentrio is verbazingwekkend en zou natuurlijk in het echt niet kunnen.

Alle Lenoir, 14 jaar, Dordrecht

ALLEEN OP DE WERELD

September 1961. De negentiende. M'n negende verjaardag. Van m'n vader en moeder krijg ik een boek. Ik pak het uit. Alleen op de wereld lees ik. Ik ben toch helemaal niet alleen op de wereld, gaat het door me heen. Ik vind het een rare titel en wordt er stil van. M'n moeder vertelt dat ze het boek als kind ook gelezen heeft en het heel erg mooi vond. Het gaat over een vondeling zegt ze. Dat is een kind dat door z'n ouders is weggegeven licht ze toe. Nou, ik snap er niet veel van, 't zal wel. Een leren voetbal en nieuwe voetbalschoenen doen mij glunderen. Ik heb een heerlijke verjaardag.

Enkele dagen later begin ik te lezen.

Ik ben Remi, vondeling, en reis mee met Vitalis, de honden Capi, Dolce en Zerbino en de aap Joli-Coeur. We treden overal op. Ik voel me vrij, ben trots. Prachtig vind ik het zwerven naar onbekende plaatsen tot dat ik bij het hoofdstuk 'Sneeuw en Wolven' ben gekomen. Na geploeter door de sneeuw komen we bij een hut aan waar we besluiten te overnachten. Ik moet 's nachts de wacht houden. Ik val in slaap. Dolce en Zerbino lopen weg en worden verscheurd door wolven. Vitalis en ik komen op de plek waar ze overvallen zijn. Er liggen druppels bloed.

“ . . . onder knagend zelfverwijt” loop ik met Vitalis terug naar de hut. Onder Knagend Zelfverwijt dondert het door me heen. (Nooit hebben woorden me ooit meer zo verpletterd)

O, was ik maar niet in slaap gevallen. Hoe kan ik dat ooit weer goed maken. Dat kan nooit! Ik haat me zelf. Ik ben kapot. Ik had wakker moeten blijven evenals de discipelen in de nacht dat Jezus verraden werd. Ik voel me net zo'n stommeling als de discipelen. Ik ben een verrader. En Vitalis blijft maar zwijgen.

We trekken verder. We naderen Parijs. Vitalis zegt dat hij niet meer voor me kan zorgen en noemt mij een goed en dapper kereltje. Ondanks het verdriet springen er tranen van blijdschap in m'n ogen. Een goed en dapper kereltje! Gelukkig, het is weer goed. Ik voel dat altijd alles goed zal komen. Ik houd van Vitalis. En ook na zijn dood voel ik mij een goed en dapper kereltje.

En nu, 32 jaar later voel ik dat nog steeds. 'Alleen op de wereld' is voor mij meer dan een boek. Het is een verlossing.

Henk Sieben, Rekken

ALLEEN OP DE WERELD

Een stuiver van het wekelijkse zendingsdubbeltje had ik geofferd aan de kauwgom, niet zozeer om de smaak, maar voor de bazooka-joe wikkel. Met deze wikkels kon je sparen voor een zaklantaarn. Dit illegale bezit was een noodzaak om te lezen, gezien het bovenlicht en het verraad van mijn broers aan mijn moeder. In dit broeierige schijnsel las ik over Vitalis en zijn meesterlijke vriendschap voor Remi, en Joli-Coeur, het aapje. Met een hand liet ik het dikke boek staan tussen mijn buik en de dekens, de ander hand had ik nodig om te schijnen. De tranen vielen, ik had geen derde hand. Wat voelde ik me 'alleen op de wereld' !

Gerda Gombert-Koornstra, Bennekom.

ROB EN DE STROPER VAN TJOT IDI

Het grappige is dat ik het boek nu, lezend als volwassene, met ander ogen ga bekijken. Er valt nu nog een vriendschap op. Een die in mijn herinnering vervaagd is, namelijk die tussen Rob en de stroper. Die stroper is een nietalledaags figuur, dwars ten aanzien van gezagsdragers, maar met een ruim hart. Was vroeger de vriendschap met de hond belangrijk voor me, nu is het meer die andere vriendschap die me opvalt. Die volwassen man die tegen de gevestigde orde in z'n eigen weg uitstippelt.

Henk Bos, Doorn

SJORS VAN DE REBELLENCLUB

Toen ik in de winter van 1944 ziek werd door ondervoeding en steeds maar weer te kennen gaf naar mijn boek 'Sjors' te verlangen werd dit mijn moeder te veel. Ze besloot, met gevaar voor haar leven, dit boek terug te halen uit onze bezette woning. Met een smoes tegenover de bewaking drong ze er binnen en zag in mijn vroegere kast dat er nog maar weinig boeken over waren. Bladzijden waren er uit gescheurd en lagen her en der verspreid, kennelijk voor andere doeleinden. Wonder boven wonder was 'Sjors', zij 't gehavend, nog in tact.

A. A. J. Pasman-Oosterom, 't Harde.

DE LAPJESKAT

Eindelijk een boek met een luchtige toon en grote mensen die niet alles al weten. De braafheid die de W. G. van der Hulst uitgaven uitstraalden was voor mij toch onbereikbaar. En 'Jaap en Gerdientjes' kwam ik op school en straat nooit tegen. Soms lees ik 'De lapjeskat' (van Annie M.G. Schmidt) opnieuw en snap steeds beter waarom het boekje dierbaar is.

J.B. Jansen, Dodewaard.

DE WONDERKETTING

Toen ik een jaar of 24 was, las ik zelden nog iets anders dan de verplichte studieboeken. Door al dat moeten lezen, was ik het plezier in lezen helemaal kwijt geraakt. Iemand raadde mij toen aan terug te gaan naar het moment, waarop ik er nog wel plezier in had. Als kind vond ik lezen heerlijk. Van een boek herinnerde ik me in het bijzonder, dat ik het prachtig gevonden had, maar ik had geen idee van een titel of hoe het eruit zag. (...) De mevrouw in de bibliotheek wist het meteen; 'De wonderketting' van Margreet Bruyn. Als een schat nam ik het mee en toen ik het weer las, vond ik het weer even prachtig: over Rudolf en Janneke, die met behlp van het toverketeltje, dat niet gepoetst mocht worden, kralen zoeken voor de wonderketting, die de zieke moeder van Rudolf beter kan maken.

Inmiddels weet ik weer precies wat ik wel en niet wil lezen en ik geniet er weer net zo van als vroeger.

Berni de Bie, Utrecht

DIK TROM

De uren doorgebracht met de boeken van Dik Trom van C.Joh. Kieviet behoren tot de absolute toppers van mijn jeugd. (...) Denkend aan vroeger kocht ik onlangs enige 'Dik Troms' en begon ze voor te lezen aan mijn vrouw. Gelukkig dat zij er aardigheid in had, deze verhalen opnieuw te horen, gezellig breiend en voor een lekker kopje koffie zorgend, maar voor mij betekende de hernieuwde kennismaking een regelrechte deceptie.

N. Koffeman, Den Haag

PEERKE EN ZIJN KAMERADEN

Mijn moeder vroeg die avond of ik koffie wilde.

Ik knikte, met mijn hoofd gebogen over het boek, want ik huilde om het verhaal, en dat hoefde iedereen op dat moment niet te zien.

Anna Robertha Boswijk, Meppel

DE ARTAPAPPA'S

Van alle vriendschappen uit de kinderliteratur heeft die van Bloemhof Artapappa en Rob Verhey (Pukkie) mij veruit het meest ontroerd. De tiende druk van J.B. Schuils befaamde verhaal heb ik letterlijk kapot gelezen. Tien, twintig. dertig keer? En altijd was het einde hetzelfde: die huivering met tranen onbedwingbaar. ..)Helaas is mijn lievelingsboek nu verboden, en terecht. Omdat de apartheid erin niet veroordeeld werd. Het boek is besmet verklaard en daarmee is ook mijn liefde voor die vriendschap in een kwalijk daglicht gekomen. Hoe daarmee om te gaan? Inwendig kan ik wel janken. Wat ben ik door deze boekenvriendschap belazerd.

Mariet van Gelderen, Amsterdam

SOETE SUIKERBOL

Iedere dag om half zes, stonden mijn vriendinnetje en ik, de krant stevig vast, mijn vader op te wachten die dan, op de fiets, uit zijn werk kwam,. We waren kleuters en konden zelf nog niet lezen.

Maar wat duurde het ontzettend lang voor hij eindelijk het verhaal ging voorlezen. We zaten al klaar ieder op een leuning van de grote rookstoel. Eerst moesten de schoenen uit en de pantoffels aan. Dan ging hij eindelijk zitten en op zijn gemak een kopje the drinken, wat natuurlijk weer te heet was. Nog even wat praten met moeder en ik denk dat daar wel een knipoogje onze richting bij geweest zal zijn. Eindelijk was het zover. De krant werd omslachtig gevouwen zodat we de plaatjes goed konden zien.

T. Pos-Beernink, Zaandam

(ZE KAN GREETJE HETEN)

Van mijn mooiste kinderboek weet ik niet eens de titel. Ik zal tien, elf jaar zijn geweest toen ik het las; ik ben nu tweeenzestig. Het is waarschijnlijk opgestookt in het Majo-kacheltje in de hongerwinter.(...)

Wat zou ik dit boek toch graag weer eens lezen. Het was geillustreerd. Op het eerste plaatje zit een ziek meisje in de dekens in een stoel. (Ze kan Greetje heten.) Er is ook een plaat van Rudolf op het paard die het hoofdpersoontje tegenkomt.

Ik ben al in Winsum geweest bij de kinderbibliotheek, maar heb het ook daar niet kunnen vinden; geen enkel trefwoord in de kaartenbakken gaf enig houvast.

Wat in die oorlogsjaren grote indruk op me maakte was: dat het kleine zusje van de hoofdpersoon geen taart meer bliefde als dessert. Geen taart! Wat moest dat kind ziek zijn geweest!

A. Nieuwstraten, Annen

JAAP EN GERDIENTJE

De leefwereld van 'Jaap en Gerdientje' van Anne de Vries was zo helemaal de mijne: buiten het dorp wonen, dieren om mij heen, een liefdevol ouderlijk huis, lente, zomer, herfst en winter heel nadrukkelijk aanwezig. (...) ..

Jawel, Jaap en Gerdientje en ik herken de Grootmoe en Opa! in de serie. Chocolademelk en kaarslicht bestaan nog steeds!

T. Siebel-Engel, Ransdorp

TUSSCHEN DE WIELEN

Een echte vriend? Ik loop naar mijn boekenkast en pak een beduimeld, geheel uit de band liggend boekwerkje. Ik weet niet eens of dit een echt jeugdboek is. 'Tusschen de wielen', door Jack London, vertaald door W.L. Leclercq, uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1922. Als een 'nog niet droog achter de oren' ventje heb ik dit boekje gelezen. Daarna heb ik op het station het spoorwegmaterieel bestudeerd: locomotieven, wagons, dieseltreinen, electrische treinen, goederentreinen... totdat ik tot de ontdekking kwam dat een Nederlands equivalent van de avonturen niet (meer) mogelijk was. Een (nog altijd) teleurstellende conclusie. Ik beperkte me dus maar tot lezen... lezen... het telkens opnieuw ter hand nemen. Totdat het boek van ellende uit elkaar viel en tegenwoordig slechts bijeengehouden wordt door een plastic mapje.

Aan mijn zoon heb ik gevraagd dit boekje bij mijn verscheiden samen met mij in de kist te stoppen. Samen dienen wij tot stof te vergaan...

Th. Vos, Arnhem

WINNIE THE POOH

De schatkamer is open.

Dan ligt daar wat wilde vinden. Een juweel van een boek. Gaf en glanzend, met alle facette van echte vriendschap: eerlijkheid, vanzelfsprekendheid, jezelf kunnen zijn, gulheid, openheid, geluk.

En ik hoor mijn eigen stem bij de uitleen in de schoolbibliothek:

“Wat dacht je van Winnie the Pooh?”

'Winnie de Poeh? In het Engels? Ik vond het altijd wel erg leuk, vroeger...''

“Weet je nog dat Iejoor jarig was en van Knorretje een flard van een ballon kreeg? Winnie de Poeh gaf hem een leeg potje waar hij de honinh 'er ongeluk' had uitgelikt.

Maar ja, Iejoor was een vriend, zeiden ze. Hij zou het wel begrijpen, dachten ze.''

“Ja,” zegt dan de potentiele lezer met stralende ogen, “ik herinner het me. Iejoor vond het potje zo handig om dat stukje ballon in te stoppen.”

We kijken elkaar aan en lachen.

Emmy Swart-van Opstal, Voorschoten.

ALLEEN OP DE WERELD

Door het lezen van 'Alleen op de wereld' is bij mij de kiem gelegd voor mijn liefde voor Frankrijk en het Frans. Ik ben Frans gaan studeren en ik heb mijn studiekeuze nooit betreurd. Integendeel!

In 1980 heb ik 'Alleen op de wereld' voorgelzen aan mijn jongste dochter, die toen acht was. Dat boek uit 1878, zou het nog aanslaan bij haar? Ik was er niet zeker van. Er waren inmiddels zoveel leuke kinderboeken verschenen. Wel, het werden gouden momenten! Ik kon voor de tweede keer genieten van mijn geliefde jeugdboek. Bij het gelukkige einde had ik weer een brok in de keel. Hoe regaeerde mijn dochter? Ze zei niet: “Papa, waarom heb je zo'n rare stem? Ze zei: “Papa, ik ben verliefd op Remi. Ka dat eigenlijk?”

Mijn jongste dochter studeert nu Frans!

Wim Kruize, Castricum

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden