'Kinderboeken geven beeld van maatschappij'

Uit bezorgdheid over 'haar' boeken gaat ze desnoods 's nachts het bed uit, stapt op haar felrode scooter en rijdt door slapend Winsum naar het Kinderboekenmuseum. Voor Toos Zuurveen is het museum - tien jaar geleden door haar opgericht - meer dan een uit de hand gelopen hobby. Vanuit Winsum wordt met passie gewaakt over 70 000 titels.

“Eindelijk, het heeft veel langer geduurd dan ik van plan was,” zegt Toos Zuurveen. Het schrijven liep vooral vertraging op omdat ze de afgelopen tien jaar, tegen wil en dank, ook nog directeur was van het kinderboekenmuseum, dat ontstond toen ze haar eigen collectie kinderboeken niet meer kon bergen.

Ze kijkt rond in het museum op de eerste verdieping van het voormalige raadhuis van Winsum. De stellingkasten staan dicht op elkaar, propvol met oude en nieuwe kinderboeken. In een hoek staan stapels dozen.

“Er worden bijna elke dag boeken gebracht. Ik wilde onderzoek doen naar het kinderboek door de eeuwen heen, maar ontdekte al snel dat die boeken nergens te leen waren.”

“Ik deed een oproep in het Nieuwsblad van het Noorden: 'Wie leent Toos Zuurveen boeken?' Dat leidde tot een lawine waar ik nooit op gerekend had. De telefoon bleef razen. Fantastisch, maar ik zat uiteindelijk wel met duizenden boeken. Want van veel mensen mocht ik ze houden. Zo is de Stichting Kinderboek geboren.”

Het is niet de enige kinderboekenverzameling in Nederland, maar met 70 000 banden wel één van de grootste en, zover Zuurveen weet, de enige waar mensen ook boeken kunnen lenen. Jaarlijks bezoeken zo'n vijfduizend mensen het museum, op zoek naar hun favoriete kinderboek.

Zuurveen dacht tien jaar geleden de boeken onder te kunnen brengen in een museum, subsidie aan te vragen en de collectie aan een directeur over te dragen. Zelf wilde ze zo snel mogelijk verder met het schrijven van haar studie.

“Heel naïef”, vindt ze nu, want in Den Haag kreeg ze de kous op de kop. “Bij het ministerie van cultuur vroegen ze mij onthutst hoe ik het in mijn hoofd haalde om in het hoge noorden een museum uit de grond te stampen. Tja, als je in Groningen woont is Amsterdam ook ver weg.”

Ze kreeg geen cent los, maar de gemeente Winsum regelde wel de huisvesting. Zuurveen werd, onbetaald, directeur. Met een groep vrijwilligers restaureerde en catalogiseerde ze de boeken.

Die liefde en toewijding voor het kinderboek is niet zozeer jeugdsentiment, zegt ze. Zuurveen vindt het vooral vanuit wetenschappelijk oogpunt interessant.

“Juist in kinderboeken worden tijd- en maatschappijbeelden heel goed beschreven. De verhalen spelen zich vaak dicht bij huis af.”

“Neem 'Afkes tiental' van Nienke van Hichtum. Daarin wordt het dagelijkse leven in Friesland in het begin van deze eeuw beschreven. Waar gebeurd.”

Zuurveen studeerde sociologie bij de hoogleraar Saal, met wie ze later zou trouwen. “Hij zei: als je kinderboeken zo interessant vindt, moet je er een artikel over schrijven. Maar daarin kon ik maar het topje van de ijsberg kwijt. Mijn man vond dat ik er dieper op in moest gaan. Dat werd het boek. Ik kwam er al snel achter dat het niet alleen over het kinderboek kon gaan. Ik moest ook de leefwereld van het kind beschrijven.”

“In de zestiende en zeventiende eeuw werden kinderen als kleine volwassenen beschouwd en zo werd er ook voor ze geschreven. Verhalen die we nu bijna als pornografie zouden beschouwen. Die kinderen wisten waarschijnlijk meer dan jij en ik, ze stonden overal met hun neus vooraan. Iedereen sliep in dezelfde ruimte. En toch schijnen ze er vrij ongeschonden doorheen gerold te zijn.”

“Pas in de Verlichting veranderde dat beeld van kinderen, toen kwamen er echte kinderboeken.” Met als het bekendste voorbeeld Hieronymus van Alphen, bekend van het rijmpje 'Jantje zag eens pruimen hangen'.

“Een beetje braaf, vinden we nu, maar voor die tijd was het een hele progressieve man die kinderen als kinderen benaderde. We hebben hier de eerste druk van zijn boek. Daarna kwam de Victoriaanse tijd met de brave Hendrik en de vrome Maria. Daar word je écht niet goed van.”

“Wat we hier allemaal hebben aan hypocriete werkjes. Christelijke jeugdliteratuur waarin het sterven in de Heer de enige vrolijke noot is. En dat beslaat dan een heel boek.”

Haar studie loopt tot 1990. Volgens Zuurveen is ook het moderne kinderboek nog altijd een afspiegeling van de heersende normen in de maatschappij. “Kinderboekenschrijvers zijn altijd trendvolgers. Uitgevers durven het ook nu meestal niet aan met een kinderboek bestaande taboes te doorbreken. Het moet verkopen.”

Het schrijven van een boek en het beheren van een museum, het is de 62-jarige Zuurveen niet in de koude kleren gaan zitten. “Ik draaide zestig uur in de week en dan moest ik ook nog een boek schrijven. Maar ik vond het leuk. Ik vind dat je alles met hart en ziel moet doen, of je moet het laten. Maar ja, behalve dat heb je ook een lichaam en dat zegt op een gegeven moment: 'Ik kan niet meer'. Eerst roep je nog: 'Wil je stil wezen', maar je houdt het uiteindelijk niet vol.”

Daarom droeg ze vorige maand het directeurschap over aan een andere vrijwilligster. Maar ze blijft optreden als fondsenwerver op zoek naar de 'dollartekentjes' in de ogen van potentiële donateurs. Want er is geld nodig, het museum is hard toe aan nieuwe huisvesting.

Het oude raadhuis is dan wel bijzonder sfeervol - in het torentje klingelt een carillion om het half uur vrolijke deuntjes - maar veel te klein. Het grootste deel van de collectie ligt her en der opgeslagen. En het klimaat in het pand is een regelrechte bedreiging voor de boeken, waarvan de oudste uit 1770 stammen.

“Afgelopen zomer moesten we een tijd sluiten. Met een combinatie van warmte en een hoge luchtvochtigheid heb je zo schimmels in de boeken. Dan kan binnen tien dagen je hele collectie naar de haaien zijn. Het is net de pest. Soms was ik zo ongerust dat ik midden in de nacht op m'n scooter stapte om te gaan kijken of alles nog in orde was.”

Er is nu airconditioning gekomen, een gift van een bedrijf dat haar noodkreet in de media opving. Maar Zuurveen is het hap-snapwerk een beetje zat.

“Na tien jaar pionieren is nu het moment gekomen om te professionaliseren. We zijn uit de kinderschoenen en de kinderziekten zijn overwonnen. De collectie is opgenomen in een internationale catalogus en dat schept verplichtingen.”

Boeken die de stichting dubbel heeft vinden inmiddels hun weg naar het buitenland. “We hebben honderden boeken in bruikleen gegeven aan universiteiten in Oostenrijk, Frankrijk, Canada en Nieuw-Zeeland waar Nederlands wordt gestudeerd. We maken deel uit van het Nederlandse cultuurbezit. We lijken misschien klein, maar we zijn meer dan we tonen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden