KINDERARBEID

Een keurmerk voor kleren die niet door kinderhanden zijn gemaakt, dat stelt een pas opgerichte Amsterdamse organisatie voor die kinderarbeid uit de wereld wil helpen. Universiteiten, vakbeweging en Instituut voor sociale geschiedenis gaan zorgdragen voor bewustwording bij de Nederlandse burger. "Kinderarbeid is pure slavernij."

ROMANA ABELS

The Amsterdam Foundation for International Research on the Exploitation of Working Children (Irewoc), heet het samenwerkingsverband. Voorzitter is S. Teuns, gepensioneerd medicus en buitengewoon hoogleraar op het gebied van kinderarbeid. Ter gelegenheid van de samenwerking wordt morgen een studiedag over werkende kinderen gehouden in het Vlaams Cultureel Centrum in Amsterdam.

Op dit moment is kinderarbeid door de voortgeschreden industriele revolutie en de ontwikkeling van sociale wetten al bijna honderd jaar uit Nederland verbannen. In Azie echter is er geen enkele wet die voorkomt dat kinderen worden uitgebuit, legt Willy Wagemans, vertegenwoordiger van de vakbeweging in het samenwerkingsverband, uit.

"We weten dat er in Azie, LatijnsAmerika en Afrika veel kinderarbeid voorkomt, daar zijn verschillende rapporten over geschreven. Vooral in de informele sector: in de textiel, in de horeca, en in de landbouw, komt het veel voor."

"Volgens die rapporten is er sprake van toename van het aantal kinderen dat arbeid verrricht. Dat is vreemd, want in 1979 hebben de Verenigde Naties kinderarbeid officieel verboden. Vooral heel jonge kinderen, tussen zes en tien jaar, worden steeds vaker ingezet voor verschillende werkzaamheden. Dat maakt de situatie snel veel schrijnender en dringender."

Wagemans: "Het is pure slavernij, wat er in sommige landen met veel kinderen gebeurt. Er zijn speciale systemen ontwikkeld om hele gezinnen aan een baas te binden, bijvoorbeeld bonded labour. In dat systeem zijn de werkgevers kapitaalverschaffers voor armere mensen. Dat kapitaal vragen ze tegen woekerrente weer terug, zodat er voor een arm gezin niets anders opzit dan voor de kapitaalverschaffer te gaan werken: vooral de kinderen worden daarvoor ingezet."

Wagemans vertelt dat het zwaartepunt van kinderarbeid vooral ligt in Pakistan en India. "Daar werken hele gezinnen in de stenenbakkerijen. Al jarenlang zijn er verschillende organisaties die daar iets aan willen doen, maar door de regering in Pakistan is kinderarbeid nog niet verboden. Het syteem van bonded labour is ook niet verboden in Pakistan."

"Ouders verkopen hun kinderen min of meer. Veel werkgevers beloven dat een kind een goed bestaan zal krijgen, met prettige arbeidsvoorwaarden, een goed salaris en voldoende geld om zo af en toe iets naar huis te sturen. Vervolgens komt daar natuurlijk niets van terecht en krijgen de ouders de kinderen niet meer terug."

"Het is verschrikkelijk" , vindt Wagemans. "Het grootste probleem is dat kinderarbeid door veel regeringen wordt genegeerd. Voordat er iets kan gebeuren zullen die regeringen dus eerst het probleem onder ogen moeten zien. Want jonge kinderen ondervinden niet alleen lichamelijke schade van kinderarbeid, ook hun geestelijke ontwikkeling krijgt een knauw."

Maar, denkt Wagemans, "alleen verbieden is niet voldoende. Je moet beginnen met actief de grootste uitwassen van kinderarbeid aan te pakken, vooral daar waar werkgevers misbruik maken van de omstandigheden. Daarbuiten moeten er natuurlijk voldoende scholingsmogelijkheden komen voor de kinderen, want er is gebleken dat in landen waar veel onderwijsmogelijkheden zijn de kinderarbeid daalt."

Voor Wagemans is het niet voldoende om regeringen onder druk te zetten. Er is ook actie nodig. "Bedrijven moeten internationaal onder druk worden gezet. Je moet altijd vanaf twee kanten werken: projecten financieren waarbij kinderen gestimuleerd worden om naar school te gaan, maar ook druk uitoefenen op de werkgevers om geen kinderen in dienst te nemen. Om een voorbeeld te noemen: Er is een centrum in Pakistan opgezet waar scholing en onderwijs wordt gegeven. Hetzelfde centrum is een soort ontmoetingsplaats voor mensen die proberen uit hun ellendige situatie te komen; door contacten onderling kun je ze losweken uit de situatie waarbij er op het laatst niets anders meer opzit dan de kinderen voor het hele gezin te laten werken. Op hetzelfde moment moet je ook de mogelijkheid voor kinderarbeid wegnemen: van de importeurs van Pakistaans tapijten eisen dat de produkten op een behoorlijke wijze tot stand is gekomen."

De internationale pressie waar Wagemans over spreekt wordt door verschillende organisaties ter hand genomen. Sinds kort is aan die organisaties Irewoc toegevoegd, die vooral het informeren van de Nederlandse bevolking tot taak krijgt. Wetenschappelijk onderzoek zal kinderarbeid in kaart brengen. Studenten zullen leren over kinderarbeid van vroeger, maar ook van nu, zodat in steeds grotere kringen het belang van de strijd tegen kinderarbeid onder ogen wordt gezien. Intussen komen er ook acties, met als belangrijkste punt dat importeurs eisen gaan stellen aan de arbeidsomstandigheden in het land van herkomst. Wagemans: "De vakbeweging zal samen met een actiegroep die Schone kleren campagne heet aan winkeliers vragen om een keurmerk in te voeren, zodat de consument kan zien dat de kleding op verantwoorde wijze is geproduceerd."

S. Teuns gaat als bijzonder hoogeraar de colleges over kinderarbeid aan de Universiteit van Amsterdam verzorgen. Hij hoopt dat zijn plaats binnen niet al te lange tijd wordt overgenomen door een jonger persoon die een heuse leerstoel 'kinderarbeid' krijgt, want zo belangrijk vindt Teuns het vak wel. "We hebben het over minstens tweehonderd miljoen kinderen, die zes of zeven dagen per week tien tot twaalf uur per dag arbeid verrichten. Dat getal zal waarschijnlijk nog oplopen, want in de afgelopen jaren heb ik niet meegemaakt dat het kleiner werd."

De colleges die Teuns gaat geven zullen een vergelijking behelsen tussen de kinderarbeid van vroeger en nu. Teuns: "Vroeger werkten kinderen wel mee op het land, dat was traditie. Dan heb ik het over de zeventiende eeuw, die tijd. Maar echt erg wordt het pas bij de opkomst van de grote fabrieken, als de textielindustrie in Manchester opkomt bijvoorbeeld. Daar werden enorm veel kinderen te werk gesteld, snel gevolgd door andere industrien."

Vijftig jaar na de eerste fabrieken in Manchester werkten op het vasteland ook veel kinderen in de industrie. Belgie voorop: in staal, borinage en textielfabrieken werkten duizenden kinderen. Nederland bleef niet lang achter, maar voert al in 1905 de kinderwetten in die nu nog van kracht zijn, waarna het verschijnsel langzaam uitsterft.

"Vanaf de eeuwwisseling is kinderarbeid hier op zijn retour" , weet Teuns. "Overal kwamen toen actiegroepen en wetten, men negeerde het probleem niet. In de jaren vijftig was het probleem opgelost, niemand dacht nog dat kinderarbeid voor zou komen."

Het jaar 1979 was het jaar van het kind. Teuns: "Als donderslag bij heldere hemel bleek toen hoeveel kinderen tot slaven worden gemaakt. Het International labour office bracht een rapport uit waarin het getal van 55 miljoen kinderen werd genoemd. Over de hele wereld werd er geschrokken gereageerd."

De jaren tachtig, zo heeft Teuns ervaren, "waren de jaren van bewustwording. Langzaam ontdekte de wereld wat er gebeurde. En door die bewustwording werden in 1989 de Rechten van het kind ondertekend in de Verenigde Naties. Er is dan een instrument waarmee kinderarbeid kan worden veroordeeld, een heel verschil met de vorige eeuw."

In Nederland zijn er verschillende organisaties actief. De meesten zijn internationale organisaties, die elkaar deels overlappen. Aan de rechten van het kind is bijvoorbeeld veel gewerkt door 'Defence for Children International'. "Verder is er de organisatie Society for the prevention of child abuse and neglect, een paraplu van organisaties die zich met kinderen bezig houden. De eerste is meer een actiegroep, de tweede meer een onderzoeksgroep. In Nederland hebben we toen, om het actie- en wetenschapsaspect in een organisatie te verenigen, Irewoc opgericht."

Irewoc zal, zo hoopt Teuns, "kinderarbeid de volgende eeuw de wereld uit helpen. Er komt een documentatiecentrum in het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, er komt een leerstoel en er zullen acties worden georganiseerd. Er is natuurlijk wel veel geld nodig om dat allemaal te realiseren." Gelukkig hebben veel organisaties hun medewerking verleend aan het seminar dat morgen wordt gehouden. De filmdistributeur haalde de bekroonde film Daens naar Nederland en het museum voor archeologie en textiel in Gent stelde haar tentoonstelling over kinderarbeid beschikbaar.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden