Kind moet het zelf doen, met hulp van anderen

Veel adoptieproblemen zijn niet op te lossen door ze te analyseren of te definiëren. Geadopteerden zullen naar eigen inzicht erachter moeten komen hoe zij met hun adoptie omgaan. Eventueel met behulp van anderen. Wel is het voor veel geadopteerden een steun om erover te kunnen praten met mensen die het gevoel begrijpen, de geadopteerden zelf.

In onze vereniging wordt niet alleen aandacht besteed aan het geadopteerd zijn, maar juist ook aan gezelligheid. Adoptieverenigingen zijn in dat opzicht niet anders dan andere verenigingen. Meer bekendheid en toegankelijkheid, borg staan voor gezelligheid en bevorderen van het contact onderling. Adoptieverenigingen zijn geen officiële hulpverlenende instanties, maar hulp verlenen doen zij zeker wel. Meer op een indirecte manier.

De sociale contacten van geadopteerden bestaan in de jeugd voornamelijk uit Nederlandse vrienden. Net zoals ieder ander die hier opgroeit in een Nederlands gezin. Op een gegeven moment onstaat er echter behoefte aan dat andere. Een ontbrekend stukje in je leven dat mist. Wat dat ontbrekende stukje is, verschilt van persoon op persoon. De zoektocht is dan begonnen.

Het bestaan van adoptieverenigingen als Arierang biedt voor velen dan een faciliterende functie. Anderen doen het liever op hun eigen manier. Ook dat is begrijpelijk. De eerste generatie geadopteerden in Nederland wordt ook ouder en is hopelijk intussen ontwikkeld tot zelfstandige of tot goed in de samenleving geïntegreerde volwassenen, zoals René Hoksbergen (Podium, 30 november) zou zeggen. Maar ook zijn er geadopteerden die nog niet op dit punt in hun leven zijn gekomen. Nazorg is dan ook van groot belang. Iedereen die zich inzet voor verbetering en ondersteuning hiervan verdient in mijn ogen veel respect.

Dat een aantal geadopteerden problemen heeft, is zeker waar. Maar met de stelling van de sociologe Agien Roeloffs (Podium, 10 november) ben ik het niet eens. Volgens Agien Roeloffs staat in de westerse gezinnen al decennialang emotionaliteit centraal. Doordat het adoptiekind zich vaak in het geboorteland gewoonten heeft aangeleerd waarmee het kind de beroerde omstandigheden in eigen land overleefde en er geen plaats was voor emotionaliteit, zou die eigenschap nooit ontwikkeld zijn of zou hij als ballast zijn afgeleerd, al te dikwijls voorgoed.

Een generalisatie als deze doet mijn haren recht overeind staan. Ik spreek als bestuurslid van Arierang vele geadopteerden over hun huidige leven en hun levenssituatie in hun jeugd. Niets wijst erop dat zij tijdens hun jaren in hun geboorteland geen emotionaliteit hebben ontwikkeld of dit als ballast zouden hebben afgeleerd. Onder emotionaliteit versta ik een groot scala aan gevoelservaringen van het individu.

Natuurlijk hebben de meeste geadopteerden naar mijn mening wel degelijk specifieke opvoedings- en ontwikkelings'problemen' en is een deel hiervan toe te schrijven aan de ontwikkeling van hun emotionaliteit in hun kinderjaren, maar dat is wat anders dan de afwezigheid van emotionaliteit.

Anneke Vinke (Podium, 23 november) pleit voor een goede selectie van ouders. Dat zo'n selectie nodig is bij adoptie zullen wij allemaal met elkaar eens zijn. Ook kan ik wel meegaan in de veronderstelling dat het voorbereid zijn op, en het erkennen van, het bijzondere karakter van de adoptieffamilie mede een basis is voor een goed verlopende adoptie.

De vraag of er meer wordt gevraagd van adoptiefouders kan ik niet zo een, twee, drie beantwoorden. Misschien is de vraag niet zozeer dat er meer moet worden gevraagd van adoptiefouders, maar wat voor andere vaardigheden adoptiefouders moeten hebben in vergelijking met ouders met biologische kinderen. Anneke Vinke pleit voor het uitzoeken van welk kind bij welke ouders zou kunnen passen. Een heel mooi idee, maar het lijkt me niet te realiseren. Hier zou een psychologische profielschets van zowel het adoptiekind als de adoptiefouders voor nodig zijn en dan nog is het moeilijk om personen te 'matchen'.

Wel ben ik het ermee eens dat het aandacht verdient om tijdens de selectie bij dit punt stil te staan. Maar wie bepaalt dit? En wat zijn de normen?

Meer gebaat zijn we bij de suggestie van René Hoksbergen, om adoptie- en pleegzorg met elkaar te combineren. Organisatie van specialisten en kennis wordt dan mogelijk, en dat zou een goede ontwikkeling zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden