Kind-af als je ouders doodgaan

Menige door de wol geverfde volwassene staat ervan te kijken. Wat gebeurt er met je als vader of moeder sterft of uit het normale leven wegdementeert. Voor ons allemaal geldt: pas op dat moment houd je op iemands kind te zijn. Maja Vervoort bespreekt vier boeken, waarin op heel verschillende manieren met deze ervaring wordt omgegaan.

Maja Vervoort

Kleine kinderen durven het onbekende tegemoet te treden omdat ze altijd op een vertrouwde figuur (doorgaans de moeder) kunnen terugvallen. Men kan het opgroeien van een kind dan ook zien als een eindeloos herhaald weggaan en terugkeren, nodig om uiteindelijk als volwassene op eigen benen te kunnen staan. Maar het gevoel kind-te-zijn-van blijft. Pas als je moeder of vader sterft, wordt het gescheiden zijn definitief. Voor wie zijn leven lang een hechte relatie met zijn ouders heeft gehad, is dat moment een schok. Voor wie een slechte verhouding had, roept het sterven herinneringen op aan wat er in het verleden is misgegaan. Hoe dan ook, het is altijd een afscheid, van de stervende ouder en van de eigen jeugd.

De Franse schrijfster Noëlle Châtelet beschrijft zo'n afscheid in een bijzonder boek over haar moeder, Mireille Jospin, die in 2002, 92 jaar oud, besloot een einde aan haar leven te maken. Jospin was ook de moeder van oud-premier Lionel Jospin, maar is in Frankrijk vooral bekend geworden door haar werk als verloskundige en haar jarenlange strijd voor een adequate seksuele voorlichting en contraceptie. Ze was een prominent lid van de Franse pro-euthanasievereniging en haar dood was dan ook voorpaginanieuws. Al deze, in Frankrijk waarschijnlijk bekende, achtergrondinformatie ontbreekt helaas op de flap van de Nederlandse uitgave, zodat de lezer eerst moet googelen om de moederfiguur naar waarde te kunnen schatten.

Châtelets boek 'Afscheid van mijn moeder' is een ode aan haar moeder, maar geeft ook de tweestrijd van een dochter weer, die niets van een vooraf aangekondigde sterfdatum wil weten. Het besluit overvalt haar, en de moeder gunt haar daarom drie maanden extra tijd om aan het idee te wennen. Mireille Jospin hecht zeer aan haar autonomie en wil haar kinderen op geen enkel moment tot last zijn. Geen afhankelijkheid. Ze voelt haar krachten afnemen en probeert daarom het moment te bepalen waarop ze nog voldoende kracht heeft om zelfmoord te plegen. Euthanasie is in Frankrijk verboden en bovendien: ze is niet ziek, alleen heel erg moe.

Châtelet schreef het boek als een brief, gericht aan haar moeder, wat de intimiteit nog verhoogt. De innige band met haar moeder spreekt uit elke bladzijde. Ze voelt zich weer als het kind op de schommel: ,,'Je houdt me vast, hè?' - 'Ja hoor, ik houd je vast...' '' is een frase die geregeld terugkomt.

Ze beschrijft minutieus alle voorbereidingen die zij samen treffen: het opruimen van de kasten, het weggeven van bezittingen met een speciale herinnering, het klaarmaken van de afscheidsbrieven die 'erna' aan familie en vrienden moeten worden verzonden. Alles in huis wordt van etiketjes voorzien. De dochter vraagt zich af of deze rouwarbeid het afscheid makkelijker zal maken. Uiteindelijk zal blijken van wél. Ze accepteert na verloop van tijd ook dat het moment van sterven altijd te vroeg is, omdat haar moeder er zeker van wil zijn dat het niet te laat zal zijn. Ze voelt zich door haar moeder begeleid in het accepteren van de dood en koestert die herinnering. Een prachtig opgeschreven relaas van drie maanden afscheid nemen.

Zoals Mireille Jospin haar dochter betrok bij het ordenen van haar nalatenschap, zal het zelden voorkomen. Eerder staan de nabestaanden voor de taak een beslissing te nemen wat er na de dood van hun vader of moeder met diens bezittingen moet gebeuren. Wat weg te gooien, wat te bewaren? De Franse psychoanalytica Lydia Flem schetst in 'Hoe ik het huis van mijn ouders heb leeggeruimd' heel herkenbaar de tegenstrijdige emoties die iemand hierbij overvallen. De eigendommen roepen associaties en herinneringen op, en opruimen wordt dan een vorm van afscheid nemen, niet alleen van de overledene maar ook van het eigen kind-zijn. Vaak er is ook veel waar je geen weet van had, en al die liefdevol bewaarde voorwerpen vormen samen iemands identiteit. Hoe kun je dan opruimen en weggooien zonder je schuldig te voelen? Flem ontdekt dat het doelbewust weggeven van de nutteloos geworden garderobe, de curiosa en de meubels binnen haar vriendenkring voor haar de beste manier is.

Maar toch, het wroeten in andermans bezittingen heeft iets schaamteloos. Ze komt in intieme laatjes, ze móet er wel in kijken om te kunnen beslissen wat ermee te doen. ,,Wie aan het ouderlijk huis komt, pleegt heiligschennis'', schrijft Flem. Een heel mensenleven gaat door haar handen heen. Ze vindt onvermoede aandenkens aan het verzetsverleden van haar ouders en aan het transport naar een vernietigingskamp. Zoals een naar buiten gesmokkeld briefje dat door anderen is bewaard. Ze vindt brieven van haar grootmoeder, die in 1942 vergast is, aan haar vader. Zo wordt het verleden van haar ouders na hun dood aan haar toevertrouwd. Er is geen ontkomen aan: opruimen is rouwarbeid.

Wat haar uiteindelijk helpt, is precies op te schrijven wat ze in het huis vindt en welke gevoelens dat oproept, als een ritueel dat het opruimen begeleidt en troost geeft: zo is het goed.

Zo meeslepend als Noëlle Châtelet en Lydia Flem hun gevoelens van verweesde dochter onder woorden brengen, zo weinig laat Stella Braam van haar eigen emoties zien in het boek over haar dementerende vader: 'Ik heb Alzheimer'. In dit geval dwingt die houding bewondering af. Als goede onderzoekjournalist houdt ze haar persoonlijke reacties voor zich. Haar doel is te registreren hoe Alzheimer iemands dagelijks functioneren ontregelt. Dementeren is ook een vorm van sterven, dat wordt uit dit nuchtere verslag wel duidelijk.

Vader en dochter hebben in het verleden veel samengewerkt voor de projecten van Braam als undercoverjournalist. Nu noteert zij - met instemming van haar vader - hun laatste gezamenlijke ervaringen: het proces van toenemend geheugenverlies, de verwardheid, het onbegrip. We zien hoe een strijdbare man, optimistisch en nieuwsgierig zoals hij in zijn werkend leven geweest moet zijn, zijn ziekte met open vizier tegemoet treedt maar allengs de draad verliest. Stella Braam is erin geslaagd er ook een spannend en zo nu en dan humoristisch verslag van te maken, geheel in de geest van haar vader.

Het boek levert - hoe kan het ook anders - een onthullend kijkje in de zorginstellingen met de bijbehorende bureaucratie, het tekort aan geschoold personeel en de weinig individuele zorg aan mensen die daar juist behoefte aan hebben. Elke patiënt dementeert immers op zijn eigen manier.

Een demente vader heeft ook Julia, de hoofdpersoon uit 'Over de streep' van Marijke Höweler. Maar daar is de ziekte aanleiding tot een ander soort afscheid nemen: van een jeugd die ze dacht ver achter zich gelaten te hebben. Julia is de oudste uit een gezin van drie kinderen die zeven jaar na elkaar geboren zijn. Julia was een eenzaam kind, met een vader die veel weg was en een moeder die zich ongelukkig voelde en meer met zichzelf bezig was dan met haar kinderen.

Julia is psychotherapeut (zoals haar schepper Marijke Höweler) en heeft wat betreft haar eigen jeugd een evenwicht gevonden tussen gevoelens van frustratie en berusting. Maar de dementie van haar vader en de onverschilligheid van haar moeder, die zonder haar man in een bejaardencentrum woont en daar vooral een prettig bestaan wil hebben, doen het evenwicht wankelen. Het kind in Julia voelt zich opnieuw onbegrepen in haar pogingen het vader en moeder naar de zin te maken.

Marijke Höweler slaagt erin de terugblik op Julia's jeugd en de confrontatie met de nieuwe situatie met humor te beschrijven. Höweler heeft een trefzekere pen en kon in eerdere boeken tamelijk cynisch uit de hoek komen als het ging om de beschrijving van mensen die op zoek waren naar hun diepere zelf. Maar haar Julia treedt naar voren als iemand die zichzelf kan relativeren. Aan het eind van het boek neemt ze afstand van haar jeugd, ze kan zichzelf aanvaarden als de persoon die ze uiteindelijk geworden is. De kindertijd is voorbij.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden