Kin omhoog en schouders eronder

Met Job Cohen als lijsttrekker zette de PvdA de nieuwe premier van Nederland in. Het liep anders. De partij kwam in de oppositie, een gevoel van malaise kreeg de Tweede Kamerfractie in de greep. Niet nodig, houden PvdA’ers hun Haagse partijgenoten voor, ga gewoon aan de slag.

De druiven zijn zuur voor de PvdA. Volgende week, tijdens het debat over de regeringsverklaring, zit niet premier Cohen, maar premier Rutte achter de regeringstafel. Dat niet alleen. De op één na grootste partij, met slechts één zetel minder dan de liberale rivalen, is het zelfs niet gegund aan de regering deel te nemen.

De afgelopen maanden leefde de PvdA-fractie tussen hoop en vrees. Nu lijkt het met de hoop gedaan, althans in de Haagse politiek. In de fractie heerst een malaisegevoel. Maar is dat gevoel terecht? Nee, zeggen vooraanstaande sociaal-democraten van buiten de fractie. Er is geen reden bij de pakken neer te zitten. Schiet niet in ideologische krampen, hou vast aan oude waarden, voer zakelijk oppositie en zoek samenwerking met andere partijen waar het kan. Het is de nuchtere, praktische boodschap van een daadkrachtige lichting politici, wier benadering van aanpakken en niet meer loslaten zich onderscheidt van de ideologisch geladen teksten van de vorige generatie.

„De lijn moet zijn: kin omhoog, schouders eronder. Als ik ergens geen behoefte aan heb is het aan lange congressen waarin we gaan reflecteren op onze strategie en ideologie.” Voor Martientje Kuitenbrouwer, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam oud-West, gaat het bij de PvdA nu nog altijd om hetzelfde als bij de SDAP in 1894: verheffing en emancipatie. Kuitenbrouwer spreekt net als menig ouderwets PvdA-bestuurder over waarden: kansen, gelijke verdeling, lasten en schouders. Met één verschil: de partij moet af van de gedachte dat de overheid alles op kan lossen. Het moet samen, met burgers, met het maatschappelijk middenveld. PvdA’ers moeten aanpakken en niet meer loslaten: onderwijs, discriminatie, veiligheid.

Kuitenbrouwer is optimistisch. Ze verwacht een opleving in populariteit zodra de burgers bekend zijn met de daadkrachtige aanpak van de nieuwe generatie PvdA’ers. „Zoals Lodewijk Asscher in Amsterdam het onderwijs aanpakt. Hij zegt: ik ga er niet over, maar ik vind dat scholen aan bepaalde eisen moeten voldoen. Hij laat niet los.” Nog een voorbeeld: het huidige Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch, die zijn eigen populariteit als stadsdeelvoorzitter op het spel zette door steeds maar weer te hameren op de rechten van homo’s. Zelf maakt Kuitenbrouwer in het door geweld en overlast geplaagde Amsterdam-West een punt van veiligheid. „Ik heb nooit begrepen waarom veiligheid geen PvdA-thema was. Het is essentieel. Zonder veiligheid kun je niet verder.” Het levert haar zichtbaar waardering op van burgers.

Meer dan honderd kilometer zuidelijker, in Eindhoven, zegt PvdA-wethouder Staf Depla precies hetzelfde. „Het gaat om waarden. Iedereen moet meedoen, emancipatie. Iedereen is nodig. We moeten aan de mensen kunnen laten zien dat dit kabinet bezig is de problemen van gisteren op te lossen. Marokkanen? Ik zie al een tijd nieuwe groepen immigranten binnenkomen. Wij kunnen laten zien dat we een oplossing zoeken voor de problemen van morgen: hoe komen we tot een kenniseconomie, hoe gaan we om met de nadelen van de open en internationale samenleving.”

In Rotterdam zegt zijn collega Dominic Schrijer: „Het is verspilde energie je nu druk te maken om gezinshereniging. Daar gaat het niet om. We hebben die nieuwe mensen nodig. Iedereen, keihard. Niemand mag aan de kant blijven staan. In Rotterdam hebben we nu al schaarste op de arbeidsmarkt. In de haven, in de zorg. Om de economie draaiende te houden moet iedereen fit zijn van hoofd en lijf. Dat vergt investeringen in onderwijs, kinderopvang.”

Net als Kuitenbrouwer hecht Depla veel waarde aan het maatschappelijk middenveld. „Dat hebben we gemeen met het CDA. Met die partij kunnen we in het algemeen ook goed samen, nog steeds. We moeten oog hebben voor de noden van leraren en mensen in de zorg. Waar hebben zij het over? Daar moeten we goed luisteren. Over het algemeen vinden we daar ook het CDA. Alleen in de top ging het fout.”

Omzien in wrok heeft geen zin, meent Depla. Op een moderne en aansprekende manier politiek bedrijven wél. „We moeten problemen niet meer stilhouden. In de jaren negentig gingen we een probleem pas benoemen als we de oplossing wisten. We vergaten de zorgen van mensen serieus te nemen. Dat was verkeerd.”

Een van die problemen waar geen oplossing voor is gevonden is die van wat Depla noemt de ’open, internationale samenleving’. „In mijn ogen is dat de essentie van ons bestaan. Maar we zien dat er negatieve kanten aan zitten. Dat kunnen we niet uit de weg gaan. Het is onze opdracht die twee te verbinden. Dat is op dit moment lastig.”

Kort samengevat komt de oplossing van Schrijer, Kuitenbrouwer en Depla neer op: alternatieven bieden. Dat is één. Er is ook een twee: de Haagse fractie moet de huidige coalitie scherp in de gaten houden. Depla: „Ze moeten met scherp politiek handwerk ervoor zorgen dat de coalitie in de problemen gaat komen”. Depla ziet wat dat betreft vooral kansen op onderwerpen, maar het kan ook anders. Dominic Schrijer kiest het liefst voor de frontale aanval. „De kiezer moet op 2 maart begrijpen dat hij kan kiezen voor of tegen deze coalitie. Wat mij betreft doen we er alles aan om te voorkomen dat VVD, CDA en PVV ook een meerderheid krijgen in de Eerste Kamer. De oppositie moet een strategie voeren die enerzijds ingaat op kernwaarden van de PvdA: onderwijs, kinderopvang, arbeidsmarkt. Anderzijds is het zaak om heel duidelijk te stellen dat de kiezer een keus heeft: wil hij dit niet, stem dan geen PVV, VVD of CDA. „Dat is een maatschappelijke benadering, meer dan een politieke. Het werkt alleen maar als meer partijen meedoen.”

Depla: „En wat als de regering dan valt? Dan moeten de mensen ergens op stemmen. Dan moeten ze weten waar je voor staat, niet waar je niet voor staat.” Hij ziet deze strategie niet zitten. Net zo min als collega Jan Hamming, wethouder in Tilburg en voormalig vice-voorzitter van de PvdA, daar brood in ziet. Hamming: „Laten we eerlijk zijn. Zestig procent van het regeerakkoord zou waarschijnlijk ook hebben gestaan in een regeerakkoord waarbij de PvdA betrokken zou zijn geweest. We zouden deels dezelfde moeilijke keuzes hebben moeten maken. Zoals minder regels en minder bureaucratie. Het gaat dus niet aan om overal tegen te hoop te lopen.”

Hamming geldt in Tilburg als een populair wethouder en is van dezelfde generatie als Depla, Schrijer en Kuitenbrouwer: 40-plus. Hamming: „We moeten de confrontatie zoeken waar dat nodig is. Maar er zijn ook kansen. Als het om immigratie en integratie gaat, ben ik benieuwd wat het verschil is met ons. In het regeerakkoord staat het misschien hard, maar laten we vooral letten op de praktijk. We moeten niet krampachtig doen. Er is een verschil tussen woorden en daden. De PvdA moet scherp op de rechtsstaat zijn, maar we moeten ook perspectief bieden. In dat licht beoordeel ik het als positief dat de komende regering de nadruk legt op sociale stijging, werkgelegenheid en onderwijs. Dat zijn aansprekende punten.”

Ook Ruud Vreeman, oud-vakbondsman, oud-Tweede Kamerlid, oud-PvdA-voorzitter en oud-burgemeester van Tilburg, wil er pas vol in gaan „als de grondrechten in het geding zijn, of de gelijkwaardigheid van burgers. Dan moeten we geen compromissen sluiten.”

Ook sociaal-economisch trekt Vreeman een duidelijke grens: Nederland moet niet verder gaan op de Angelsaksische toer. Dus handen af van WW en ontslagrecht. Vreeman: „De onvrede onder de burgers wordt veel te gemakkelijk gerelateerd aan onveiligheid in de wijken of de aanwezigheid van minderheden. In Limburg wonen nauwelijks minderheden. Toch heeft Wilders daar sterk gewonnen. Dat heeft te maken met een heel ander type onvrede. Dat zit hem in de manier waarop onze arbeidsverhoudingen zich hebben ontwikkeld. Daar zijn steeds meer Angelsaksische elementen in aangebracht. Een derde van de arbeidsmarkt bestaat inmiddels uit parttimers, mensen met allerlei vormen van flexibele contracten en zzp’ers. Dat heeft geleid tot grote onzekerheid. Daar zit volgens mij de onvrede. Partijen als D66 en GroenLinks willen verder gaan met de flexibilisering van de arbeidsmarkt door de WW-duur te bekorten en het ontslagrecht af te schaffen. Ze noemen zich om die reden progressief. En de PvdA zou dan conservatief zijn, omdat onze partij wil vasthouden aan WW en ontslagrecht. Maar wat is progressief? Ik denk dat Wilders wat dit betreft progressief is juist omdat hij heel goed in de gaten heeft wat zekerheid voor burgers betekent.”

Vreeman is van een andere generatie dan Depla, Kuitenbrouwer, Schrijer en Hamming. Hij is twintig, dertig jaar ouder. Had hij bij het CDA gezeten, dan zou hij een mastodont worden genoemd. Voor Kuitenbrouwer is Vreeman dan ook een exponent van de vorige generatie PvdA-bestuurders. Zij associeert hem met wat zij noemt ’het maakbaarheidsdenken uit de jaren zeventig’, waarin de overheid zichzelf te veel taken toebedacht en te veel verantwoordelijkheden overnam van burgers. Haar eigen lijn noemt ze ’maakbaarheid 2.0’: de verantwoordelijkheid blijft liggen bij de burgers, de overheid faciliteert en lokaal bestuur regisseert. „Dat geeft grip die mensen missen.” Maar als Vreeman het over onzekerheid heeft, kan ze niet anders dan hem gelijk geven. „Er is veel onzekerheid over de grip die je hebt op je eigen omstandigheden. Alles verandert heel snel. Zekerheden zijn weggevallen.” Ze begrijpt de dreiging die daarvan uitgaat.

Ook Depla ziet dat. En Hamming denkt er niet veel anders over: „Bepaalde principes moet je niet laten varen, zoals: de zwaarste lasten voor de sterkste schouders. Daar komt onder dit kabinet niet veel van terecht. Nee, dan Engeland. Daar pakken ze de kinderbijslag voor de hoogste inkomens af. Ook defensie wordt niet ontzien. Dat spreekt me aan.”

Maar de verschillen tussen de generaties PvdA-bestuurders worden scherper als je vraagt naar samenwerking, of misschien zelfs een fusie op links. De nieuwe generatie ziet dat bijna vanzelf als een niet te voorkomen noodzakelijkheid. Depla: „De mensen snappen de nuanceverschillen niet.” Maar Vreeman noemt de vorming van één links blok lastig. Immers, GroenLinks en D66 zijn voor het aanpakken van WW en ontslagrecht, PvdA en SP niet. Anderzijds is de SP weer veel te nationalistisch en anti-Europa.

Ook Hamming vindt dat de PvdA open moet staan voor andere partijen. „De kramp tegenover de SP moet weg.” Depla: „We zullen wel moeten samenwerken. We moeten elkaar niet meer de tent uitvechten.” Kuitenbrouwer erkent dat zij zelf misschien essentiële verschillen ziet met GroenLinks en de SP, maar dat kiezers die verschillen niet als wezenlijk beschouwen. Pragmatisch zegt Depla: „We moeten misschien eerst beginnen met een lijstverbinding. Dan samenwerken op punten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden