Kil en berekenend, maar ook genereus

Met een minzame superioriteit heerste aartspoliticus Norbert Schmelzer in de Kamer. Toch kon hij niet voorkomen dat zijn partij de KVP haar oppermachtige positie moest delen met de oprukkende PvdA. En met de Nacht van Schmelzer was het vertrouwen in de KVP én hem helemaal gedaan.

Gedreven door een gezonde honger naar macht, gewapend met een scherpe intelligentie, een perfecte dossierkennis, een welgevulde trukendoos en een fysieke gezondheid even onverwoestbaar als zijn opgewektheid, heerste de aartsbedisselaar Norbert Schmelzer kwiek, stipt en methodisch over zijn fractie en regisseerde hij de coalitiepolitiek.

Getalsmatig had hij groot gelijk. Niet minder dan vijftig van de honderdvijftig leden van de Tweede Kamer zetelden in 1963 namens de Katholieke Volkspartij (KVP). Van elke denkbare regeringscoalitie vormde de partij dus het onontkoombare fundament, en maakte haar politieke leider tot supervisor van het kabinetsbeleid. Schmelzers voorganger Romme –die zijn ’ontdekker, leermeester en promotor’ was– had de weg voor hem gebaand, en hij loste de verwachtingen ruimschoots in. De functie was hem op het lijf geschreven en hij was een van de machtigste mensen in de Nederlandse politiek. Bij zijn geestverwanten in fractie en kabinet was zijn leidersrol onbetwist en buiten die kring was er niemand die vat op hem kreeg.

Het was niet te begrijpen hoe drs. W.K.N. Schmelzer (Rotterdam, 22 maart 1921) ook in de woeligste tijden zo onverstoorbaar en onaangedaan kon blijven, door geen steek boven of onder water van zijn stuk te brengen. Op de wildste aanval, de scherpste spotternij had hij altijd een gepolijste riposte paraat, uitgedeeld met een air van minzame superioriteit.

Als uit het niets was Norbert Schmelzer omhooggeschoten. Na een paar jaar als staflid van de dienst Buitenlandse Economische Betrekkingen bij het ministerie van economische zaken ervaring te hebben opgedaan, was Schmelzer naar Romme’s oordeel al klaar voor het staatssecretariaat voor ’bezitsvorming’, eerst onder vicepremier Struycken – die hij spoedig overvleugelde – en later bij de wankelmoedige minister-president De Quay, die zich dankbaar door hem liet souffleren om in het barre spel van de politiek op de been te blijven.

Achter de schermen aan de touwtjes trekkend, voltooide Norbert Schmelzer zijn politieke leerschool en rijpte hij voor de zwaarste post die de KVP te vergeven had, die van het fractieleiderschap dat hij ten tijde van de kabinetten Marijnen, Cals en De Jong zou bekleden.

Het werden jaren waarin de tegenstellingen zich verdiepten en de politieke zeden en gewoonten een stuk ruwer werden. Schmelzer nam waar dat links onbeheerster en moeilijker beheersbaar werd. De P.v.d.A. onderging de invloed van de radicaliserende vakbeweging en schikte zich niet meer als vroeger in de traditionele compromiscultuur. De KVP-leider zag onder de sociaal-democraten extremistische krachten aan het werk en hij wanhoopte dat zij zich daarvan ooit zouden ontdoen.

Het was deze analyse die uiteindelijk zijn houding tijdens zijn Nacht – 13 oktober 1966 – zou bepalen. Zelf heeft Schmelzer steeds ontkend dat hij het kabinet-Cals door moord met voorbedachten rade zou hebben omgebracht.

Dat hij lang van tevoren de crisis had zien aankomen en het vonnis ten slotte in kalm overleg voltrok, staat vast. Het kabinet had het vertrouwen van de KVP niet meer: het lag trouwens slecht bij de algemene publieke opinie.

Maar de Nacht zou de neergang van Schmelzers carrière inluiden. Groot moet om te beginnen zijn verbazing zijn geweest dat de volkswoede zich tegen hem keerde. De KVP had gedacht dat de opinie de val van het kabinet zou verwelkomen. Maar de thesis van de dolkstoot in de rug van Cals en de zijnen won aanhang en Brutus Schmelzer kreeg het odium van de achterbakse valsspeler.

Blijmoedig en onvermoeibaar als altijd begon hij een campagne om zijn standpunt uit te leggen. Tijdens stormachtige bijeenkomsten in het land ontmoette hij hevige kritiek, maar hij wankelde geen moment. Het feit zelf dat Schmelzer ook bij de meest onheuse bejegeningen het hoofd koel hield en zijn belagers hoffelijk en serieus te woord bleef staan, droeg nog bij tot het imago van doortraptheid dat hem aankleefde.

Bij de eerste verkiezingen na de val van Cals verloor de KVP acht van haar vijftig zetels en de partijleiding stelde opgelucht vast dat de schade was meegevallen. Maar in de jaren die volgden zou het stemmenverlies in duizelingwekkende vaart doorgaan – niet zozeer om de KVP te straffen voor haar ontrouw jegens Cals als wel wegens de ontkerkelijking die in katholieke milieus als een veenbrand om zich heen greep.

De partij raakte gedesoriënteerd en bood geen weerstand meer tegen de mode van de tijd die eiste dat de linkse verbeelding aan de macht zou komen. De eenheid van zijn fractie was een obsessie voor Schmelzer en hij moet het als een drama hebben ervaren dat er een stuk van afbrak toen Jacques Aarden en drie van zijn collega’s hun eigen radicale weg gingen.

Manmoedig en onverstoorbaar als steeds bleef Schmelzer zijn werk doen maar in het licht van de wilde en schone plannen tot vernieuwing die in die turbulente jaren werden gesmeed, werden zijn verhalen een beetje vlak en zijn fractie kreeg een conformistische reputatie. De roep om hervormingen, hoewel vaak onderbouwd met religieuze imperatieven, beantwoordde hij met scepsis en hij week niet af van zijn doctrine van de evenredige belangenbehartiging; de aloude KVP-lijn die aan de onderscheiden pressiegroepen een evenredig deel van de koek toekent.

Schmelzer vergat nooit te verklaren dat de KVP hierbij consequent vooruitstrevend zou zijn – een niets betekenende concessie aan de mode die hij tenslotte heeft willen doen. Maar hij placht ook te zeggen dat de tijdgeest het vermogen van de politiek om het geluk van de mensen te bewerkstelligen, schromelijk overschatte.

Na vier jaar kabinet-De Jong was zijn rol in de eerste linie uitgespeeld. Zijn partij wilde bij links in het gevlij komen en gunde hem op de kandidatenlijst voor de verkiezingen geen hoge plek meer. Schmelzer werd schadeloos gesteld met het ministerschap van buitenlandse zaken. Het departement dat door een veel te lange heerschappij van Luns kromgegroeid was, leefde op door zijn komst; hij begon het enthousiast te reorganiseren en zette de ramen en deuren wijdopen in de hoop de contacten van het ministerie met de maatschappij te herstellen. Maar hij zou nauwelijks anderhalf jaar krijgen. Het kabinet-Biesheuvel zakte in elkaar en Schmelzer verdween uit de politiek, in adviesfuncties in het bedrijfsleven en voor de Europese beweging.

Toch zou hij nog van zich laten horen. Spoedig na zijn vertrek verscheen het zeker in die tijd verbluffende boek van Robbert Ammerlaan: ’Het verschijnsel Schmelzer’. De hoofdpersoon bleek de auteur zijn nauwkeurig bijgehouden dagboek te hebben toevertrouwd en hem ook overigens zo’n beetje alles te hebben verteld wat hij wilde weten. De man die zolang manipulator achter de schermen was geweest, gunde de lezer plots een hoogst ongebruikelijke en vrijwel ongelimiteerde inkijk in een keuken waarin recentelijk zeer gepeperde gerechten waren bereid.

Waarom heeft Schmelzer dat gedaan? Het is nooit goed opgehelderd. Had hij geleden onder zijn geringe populariteit en zijn imago van glibberige konkelaar en had hij gehoopt dat Ammerlaans boek dat beeld zou corrigeren? Schmelzer zou nog verder gaan. Eerst stond hij de roddelpers te woord om zijn echtscheiding toe te lichten en later leverde hij in zijn Wassenaarse appartement aan de camera’s van Ivo Niehe zijn intimiteit uit.

Weinig collega’s zouden hem dat hebben nagedaan. Maar deze publiciteit heeft het beeld van de gepolijste, afstandelijke, onaangedane Schmelzer wel bijgesteld. Achter de herinnering aan een kille machtsmanipulator kwam een overgevoelige, genereuze oude ex-politicus tevoorschijn die opging in zijn gezinsleven, zijn muziek en zijn liedjes – hij is zelfs de componist van een symfonie voor kamerorkest. Op ’t laatst had de aardige man die hij ook was, zijn weg tot het grote publiek nog gevonden.

Pierre van Enk is oud-parlementair redacteur van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden