Kijkje in de werkplaats toont hoe kunstenaar verandert van bohémien tot gewone ondernemer

David Oyens, La pose, 1890, particuliere collectie. (Trouw) Beeld
David Oyens, La pose, 1890, particuliere collectie. (Trouw)

Het atelier is een plek waar creativiteit wordt geboren. Verf en penselen staan binnen handbereik, een schilder verandert doek in kunst. Het hele productieproces is met mythen omgeven waar kunstenaars ook doelbewust gebruik van hebben gemaakt, signaleert Teylers Museum in Haarlem. „In de 19de eeuw veranderde de kunstmarkt en werd het steeds belangrijker dat kunstenaars zich goed wisten te positioneren. Aan het einde van deze eeuw wilden kunstenaars zichzelf neerzetten als een genie dat een bijzonder product maakte. Dat beeld vind je terug in hun werk, in hun zelfportretten en in de schilderingen over hun ateliers”, vertelt conservator Terry van Druten. „Ze schilderen zichzelf bijvoorbeeld met vlammende ogen, de ateliers zijn rommelig. Alles straalt uit dat de buitenkant er niet toe doet, maar het innerlijke wel. Ze zijn bohémiens, losbandig en bijzonder.” Kunstenaars zouden alleen maar moeten leven voor de kunst, was de boodschap. Zo gebruikte Toorop een gebroken bord als pallet.

Hester Otter

Aan het begin van de 19de eeuw hadden kunstenaars juist een tegenovergestelde boodschap. Zij sloten zich aan bij de belevingswereld van hun klanten en dus portretteerden de schilders zichzelf als chique heren, die met veel te mooie kostuums achter de ezel zaten. Het atelier werd sfeervol, met draperieën en lambrisering. Sommige kunstenaars gingen zo ver, dat ze hun ateliers lieten ombouwen tot kunstenaarspaleizen, waarin zij hun rijke klanten konden ontvangen.

„Het is puur marketing”, merkt Van Druten lachend op. „Na de Franse Revolutie vielen oude opdrachtgevers, zoals de kerk en de adel, weg en opeens moesten kunstenaars werk leveren aan de middenklasse. Ze waren ondernemers geworden. Dat vroeg om een andere manier van werken en opdrachtgevers benaderen.”

Oude meesters als Rubens en Rembrandt maakten er geen geheim van dat zij met hulp van leerlingen hun werk konden leveren. Ook nu nog zijn er kunstenaars, zoals Damien Hirst en Joep van Lieshout, die het uitwerken van hun artistieke ideeën uitbesteden. Toch overheerst bij het publiek nog steeds het romantische beeld dat de schilders in de 19de eeuw schiepen, constateert Van Druten. „De mythe van de eenzame kunstenaar leeft nog steeds heel sterk.” Dat is volgens hem nog steeds belangrijk, omdat het een stempel zet op het werk. „Er zijn nu weinig handproducten meer. Mensen kopen behalve een schilderij er ook graag een stukje mythe bij.” Voor de tentoonstelling ’Mythen van het atelier’ is het atelier nagebouwd van de Nederlandse schilder Christoffel Bisschop, die een Oudhollandse wereld bouwde in zijn atelier Villa Frisia. Van Druten: „Je stapt het universum van zijn schilderijen binnen.”

t/m 9 januari 2011, Mythen van het atelier, Teylers Museum, Spaarne 16 in Haarlem. Meer info: tel. 023 - 5160 960 en www.teylersmuseum.nl. Vanaf 4 februari is de tentoonstelling te zien in Museum Het Valkhof in Nijmegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden