Review

Kijkje in de hel van 334 voor Christus

Paul Doherty is niet alleen een eminente geleerde (binnenkort verschijnt zijn essay over de dood van Alexander de Grote, waarvan hij op goede gronden vermoedt dat het een moord was), hij schreef ook, onder verschillende pseudoniemen, meer dan zeventig historische thrillers.

In sommige daarvan is de hoofdpersoon Alexanders lijfarts en detective Telamon, die door de Egyptenaren in zijn kunst is opgeleid. Zo ook in 'The Gates of Hell'. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat sommige figuren, of misschien beter gezegd images, niet alleen de eeuwen maar de millennia overleven. Zo'n figuur is Alexander, die vanuit zijn geboorteland Macedonië als een vlammende speer de toenmalige wereld veroverde. Ongetwijfeld achtervolgd door zwermen furiën, want hij kwam uit een waar slangennest. Noch zijn vader Philippus, noch zijn zijn moeder Olympias schrokken terug voor een moordje meer of minder als het ging om behoud van de macht.

Alexander zei eens tegen een van zijn generaals: ,,Mijn moeder vraagt wel een woekerrente voor de negen maanden die ik in haar buik heb doorgebracht''. En wie en wat was Alexander zelf? Als we de overlevering moeten geloven een vat vol tegenstijdigheden: wreed en grootmoedig; drankzuchtig en geslepen; driest, vermetel en bovenmenselijk dapper, dat zeker.

In 'The Gates of Hell' schrijven we het jaar 334 v. Chr. en staat zijn leger voor de poorten van de toen grote en belangrijke Perzische stad Halicarnassus. Spionnen, zowel binnen de poorten als daarbuiten, doen hun werk, geleerden buigen zich over het Pythische manuscript, geschreven in code door de bouwer van de stad. Men zegt dat de architect daarin niet alleen vertelt waar een immense schat verborgen ligt, maar ook hoe de stad kan worden ingenomen. Doch niemand schijnt het geheimschrift te kunnen ontcijferen. Dan wordt het lichaam van Pamenes gevonden, een van de geleerden die zich met het manuscript bezighielden. Hij is kennelijk uit het raam gevallen van zijn gesloten kamer, maar Telamon heeft zijn twijfels. Die verdichten zich als er meer doden vallen: keukenpersoneel, zelfs de kat is niet veilig... Terwijl deze gewone moorden plaatsvinden gaat het grote doden voor en binnen de poorten van de stad door.

Telamons echte werk is het genezen van de gewonden (zo mogelijk), het afmaken van de dodelijk getroffenen en het verdragen van de doodskreten van de gemartelden, die soms een week aan het kruis hangen voor ze uit hun lijden worden verlost. Doherty spaart de lezer niet: hij gunt ons inderdaad een kijkje in de hel en als je bang bent voor de werkelijkheid van oorlog en onmenselijkheid, moet je dit boek niet lezen. Maar je krijgt het gevoel dat het echt zo is geweest. En het rationalisme van Telamon zorgt telkens weer voor enige afstand en bezinning. De oplossing van de misdaden is, zoals altijd bij Doherty, zeer aannemelijk en logisch. En zo krijg je een intrigerende mix van barbarij en koel intellect. Voor lezers die wat meer willen dan vakantievertier: dit boek blijft je bij, of je daar nu blij om bent of niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden