Kijken in de kop van de coureur

In Melbourne gaat morgen een nieuw Formule 1-seizoen van start, met onder anderen Max Verstappen. Schrijver Koen Vergeer volgt de sport al jaren. Onlangs verscheen van zijn hand 'Faust Racer', een bijzonder autosportboek.

NANDO BOERS

Nog altijd kijkt schrijver Koen Vergeer (1962) met 'heel veel plezier' naar de start van een grand prix. Honderden zag hij er al. Hij raakte begeesterd door de sterren uit de vroege jaren zeventig als Jackie Stewart, Emerson Fittipaldi, François Cevert en hij blijft evenzeer gebiologeerd door de eigentijdse versies van die racelegendes, zoals Fernando Alonso, Lewis Hamilton en Max Verstappen.

"Alleen al die start", zegt Vergeer. "Die kleuren, die wirwar van autotjes. Ik zit nog elke keer gespannen voor de buis."

Vergeer is al jaren een erkend schrijver over autosport. Ook is hij columnist voor het blad Formule 1. Zijn schrijversdebuut 'De Formule 1-fanaat' uit 1999 werd later ook in Engeland bewierookt, voorwaar een prestatie als je kennis hebt van de Engelse eigen-autosport-dunk.

Sinds kort ligt in Nederland 'Faust Racer' in de winkels, zijn vijfde autosportwerk. Het is het boek dat definitief toont wat de schrijver Vergeer in zijn mars heeft als hij zijn aandacht richt op de racerij. In 'Faust Racer' dient Vergeer vijf verhalen op en allemaal hebben ze betrekking op coureurs die zijn gestorven achter het stuur: Guiseppe Campari (1933), Carel Godin de Beaufort (1964), Jim Clark (1968), François Cevert (1973) en Ayrton Senna (1994).

Vergeer vervlecht in 'Faust Racer' de rauwe werkelijkheid van toen met fictie van nu, waardoor je het boek kunt beschouwen als een beknopte, alternatieve geschiedenis van de racedood: zo hád het kunnen gebeuren en dit is wat het is. Vergeer geeft in 'Faust Racer' de werkelijkheid als het ware een slinger. Hij laat bijvoorbeeld in 'De Knoop van Maarsbergen' de in Duitsland verongelukte Nederlandse racer Carel Godin de Beaufort vlak voor zijn fatale crash een ontmoeting hebben met schrijver Harry Mulisch, een man gefascineerd door toeval, dood en techniek. "Ze ontdekken elkaars wereld", zegt Vergeer over het verhaal. "Mulisch heeft bij mijn weten één keer over een autocoureur geschreven, en dat is in zijn boek 'De zaak 40/61', over het proces tegen nazi-kopstuk Eichmann. Dat boek speelt in de tijd dat De Beaufort racete. Ik berekende dat ze elkaar hádden kunnen ontmoeten op 24 mei 1961. Ik kon met deze ontmoeting allerlei literaire grapjes uithalen. De schrijver Mulisch is als het ware de dood die met Carel meerijdt in zijn laatste ronde over de Nürburgring. Het was echt een belevenis om dit te schrijven."

"Met fictie kun je dieper in de kop van de coureur kijken", zegt Vergeer. "Je trekt de lezer in het verhaal, dat hij misschien kent van de journalistieke kant. De lezer gaat zo helemaal met het personage mee. Ik wilde vooral een verhaal vertellen, geen weergave geven van losse feiten."

De huidige Formule 1 teert volgens Vergeer nog steeds op de onweerstaanbare cocktail van snelheid, glamour en de dood. Dankzij de dood heeft de sport een aura gekregen, waarmee zij nog steeds is omgeven. Maar de dood, zoals de sport die werkelijk kende tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw, is zo goed als verdwenen. "Ik mis de dood absoluut niet", zegt Vergeer. "De aura was aanlokkelijk en bijzonder, maar ik vond die tegelijkertijd ook vreselijk. Elke keer wanneer er weer een dodelijk ongeluk gebeurde, deed dat zeer. Maar het leven ging verder. Het was ook een levensles: the show must go on."

Vergeer noemt het een 'magische fascinatie'. "Toch is de dood is zeker niet onmisbaar voor mij", zegt hij. "Maar, een goeie crash hoort erbij in deze sport. Een crash laat je in één klap de power en de energie van de sport zien."

In 1978 kwam de 'omslag'. In september van dat jaar werd de Zweedse coureur Ronnie Peterson vlak na de start van de Italiaanse Grand Prix door collega's uit zijn brandende wrak gesleept. De ravage was enorm en een dag later stierf Peterson alsnog. Vergeer: "Ik keek naar de televisie die middag en herinner me dat nog heel goed. Ik dacht: ze gaan echt dood. Dit wil ik niet meer."

undefined

De kansen van Max

Koen Vergeer kent weinig twijfels. Max Verstappen, die morgen aan zijn tweede Formule 1-seizoen begint, zal zeker weer punten gaan scoren. "Maar een podiumplaats wordt wel heel moeilijk", denkt Vergeer. "Er zijn volgens mij zeker vier teams sterker dan Toro Rosso: Mercedes, Ferrari, Williams en Force India."

De 18-jarige Verstappen noteerde vorig seizoen in zijn debuutjaar twee vierde plaatsen in de Toro Rosso, dit jaar aangedreven met de krachtige Ferrari-motor. Vergeer: "In de loop van het seizoen zal Max het lastiger krijgen, denk ik. De klanten-motor van Ferrari zal niet echt doorontwikkeld worden en ik vraag me af hoe Max ermee zal omgaan als hij wat tegenslag te verduren krijgt. Kan hij zich dan beheersen op de baan? Ik denk het overigens wel."

Over wie de titel gaat winnen in 2016. "Moeten we het daar nog over hebben? Het wordt weer Lewis Hamilton in zijn Mercedes."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden