Kijk uit, een teem!

We denken wel dat we de techniek voor onszelf gebruiken, maar gebruikt die techniek eigenlijk niet ons? Of, nog onrustbarender: zullen de 'temen' ons straks helemaal niet meer nodig hebben om zichzelf te reproduceren?

Herman de Regt en Hans Dooremalen zijn als wetenschapsfilosofen verbonden aan het Departement Filosofie van Tilburg University.

De smartphone, de flatscreen led-televisie, het implantaat dat de blinde doet zien, en straks de Google-bril voor iedereen: we hebben nog steeds het idee dat wij controle hebben over de techniek die we gebruiken.

'Wat kortzichtig!', zo waarschuwt de Britse psychologe Susan Blackmore. Volgens haar zijn we hard op weg naar een Machine-Wereld waarin wij helemaal niet meer in control zijn: de smartphone gebruikt ons, in plaats van wij de smartphone. Met onze techniek hebben wij de Doos van Pandora opengetrokken. Ooit gebruikten wij die techniek om te overleven, maar die techniek gaat nu ons gebruiken om te overleven.

In de filmklassieker 'The Matrix' (1999) gebruiken machines mensen als energiebron, niets anders dan biologische batterijen. Om te voorkomen dat die mensen in opstand komen, krijgen ze machinaal via hun hersenen een zeer krachtige illusie als opium voorgeschoteld: de wereld waarin zij denken te leven, is een simulatie in hun hersenen, The Matrix, de wereld zoals die er in 1999 uitzag.

In deze sciencefiction rond een almachtige Machine-Wereld delven wij het onderspit. Maar is 'The Matrix' nu een zinloos gedachten-experiment of een realistisch toekomstscenario? Blackmore meent dat laatste. Om dat te beargumenteren maakt ze gebruik van de opvattingen van de beroemde bioloog Richard Dawkins.

In zijn boek 'Het Zelfzuchtige Gen' populariseerde Dawkins al in 1976 het idee dat onze lichamen de machines zijn die onze darwiniaanse genen laten ontstaan, zodat die genen zich kunnen reproduceren. Wij menen de baas te zijn over ons gedrag, maar het zijn slechts onze genen die ons zo sturen dat zijzelf gedupliceerd worden. Genen zijn 'replicatoren': ze maken kopieën van zichzelf. Ons lichaam is slechts een 'overlevingsmachine voor genen'.

Volgens Dawkins worden onze lichamen niet alleen door genen gebruikt, ook memen doen dat. Memen zijn het culturele equivalent van genen. Net als biologische genen gebruiken ook culturele memen ons lichaam om kopieën te maken.

Een melodie is bijvoorbeeld een meme. Sommige deuntjes gaan in ons hoofd zitten, of we dat nu willen of niet, en breiden zich als een virus uit onder de wereldbevolking. Neem het liedje 'Gangnam Style' uit 2012, van de Zuid-Koreaanse popzanger Psy. Dat is een succesvolle meme, inclusief andere bijbehorende memen: het 'paardedansje' en de officiële video (bijna twee miljard keer bekeken).

Susan Blackmore werkte Dawkins' idee van een meme uit in haar boek 'The Meme Machine' (1999) en onlangs heeft ze daar het nieuwe radicale idee van techno-memen, of temen, aan toegevoegd. Temen zijn memen die onze wereld dreigen te annexeren, desnoods met geweld.

Denk opnieuw aan een Matrix-achtige wereld: stel je voor dat geraffineerde 3D-printers ook weer geraffineerde 3D-printers printen op zo'n manier dat wij ze niet kunnen stoppen. Uiteindelijk zit er voor ons niets anders op dan te vluchten voor de woekerende machines, zoals de laatste mensen dat doen in Machine-Wereld: Zion is de enige overgebleven, en onderaardse, stad.

Of denk aan de kredietcrisis van 2008. De algoritmes die bedrijven gebruiken om (zo slim mogelijk) te handelen in aandelen (algotrades) zijn memen. Die memen namen in 2008 de beurshandel over en de analisten (quants) stonden erbij en keken ernaar, terwijl de financiële markten instortten, ten koste van onze welvaart. De algotrades van de quants lijken op temen: via informatietechnologie nemen ze onze wereld over.

Het idee van memen en zelfstandig opererende temen is gebaseerd op het universeel darwinisme: evolutie door selectie kan ook buiten de biologische wereld plaatsvinden - overal waar variatie in, een kopieermechanisme voor en selectie van informatie voorkomen.

In de biologie zijn het de genen die zich repliceren via genenmachines, die ze zelf laten groeien. Bacteriën, schimmels, planten, dieren, inclusief mensen, zijn genenmachines. Gebruikmakend van het lichaam als voertuig, vermenigvuldigen genen zich. Dat gaat niet altijd foutloos. Soms wijken kopieën af van het originele gen. Zo ontstaat variatie via mutatie. Selectie van de genen vindt plaats door de natuurlijke omgeving, die maakt dat niet alle genenmachines van de soort overleven.

Neem jachtluipaarden die genetisch zo in elkaar zitten dat ze net iets harder kunnen lopen dan andere jachtluipaarden. Deze individuen zullen beter aangepast zijn aan een omgeving waar het voedsel er razendsnel vandoor gaat dan hun soortgenoten die het voedsel niet te pakken krijgen. Daardoor verhogen de genen van die jachtluipaarden hun overlevingskans en daarmee hun reproductiekansen.

Bij de mens gaat het net zo: genen gebruiken ons om zich te reproduceren. Blackmore gaat vervolgens op zoek naar een evolutionaire analogie tussen genen, memen, èn temen.

Naast genen vormen memen een nieuw en tweede type replicator. Denk aan een verhaal, bijvoorbeeld het verhaal over een bejaarde man die zomaar cadeautjes uitdeelt aan kinderen. Dat is een verzameling informatie die doorverteld wordt. Wanneer mensen die informatie onthouden, is het verhaal gekopieerd. Het menselijke brein is hier de memenmachine (het voertuig), zoals ons lichaam drager van de genen is. Blackmore stelt dat het menselijk brein de enige memenmachine is die we nu kennen, en dat ons imitatievermogen het kopieermechanisme voor memen is.

Variaties op de oorspronkelijke meme ontstaan doordat we nooit alle elementen van (bijvoorbeeld) een verhaal onthouden, maar op zijn best de kern en wat details. Een heidens verhaal wordt in Nederland Sinterklaas of in Zweden Tomte en evolueert verder tot Santa Claus in de VS. De selectiedruk op zulke memen en hun variaties moet dan komen van de culturele omgeving: menselijke breinen worden dagelijks gebombardeerd met allerlei memen die onthouden 'willen' worden, en die de eigenschap hebben onthouden te 'willen' worden door, in capaciteit beperkte, menselijke breinen. Aantrekkelijke memen (lekkere recepten, gokspelletjes, tong piercings en tattoos) onthouden we, worden gekopieerd en zijn zo evolutionair succesvol. Blackmore meent dat zulke memen bepalend zijn geweest voor de evolutie van de hersenen, de structuur van taal, en de richting waarin cultuur zich ontwikkelt.

De kern van de wetenschap over memen, de memetica, is dat memen een tweede type darwiniaanse replicator zijn. Ze bestaan in principe onafhankelijk van genen, maar zijn in ieder geval net zo zelfzuchtig als genen. Memen maken kopieën van zichzelf, het brein is hun voertuig, en bij de mens is imitatie het kopieermechanisme. Memen pikken als een parasiet het brein van de genenmachine homo sapiens in als gastheer, en maken er een memenmachine van. Niet alleen genen, maar ook memen gebruiken ons dus om zich te reproduceren.

Blackmore ontkent daarmee dat cultuur zich onttrekt aan de evolutionaire neo-darwinistische regels. Cultuur kent, net als de biosfeer, variatie, selectie en transmissie. Die verschijnselen gehoorzamen allemaal aan dezelfde darwiniaanse mechanismen en wetten. Dat memetica-inzicht zou winst kunnen betekenen: één theorie is dan van toepassing op twee gescheiden domeinen (natuur én cultuur).

Tegelijkertijd kunnen we zo met het idee van memen wellicht veel beter begrijpen wat de mens zo uniek maakt, wat de oorzaak is geweest van het evolutionair steeds groter worden van ons brein, het ontstaan van taal, muziek, en religies. En: het zet ons aan het denken over wat de volgende stap zal zijn in de evolutie op aarde: het ontstaan van die dekselse, autonoom opererende temen.

Maar gaat de vergelijking van genen met memen (en temen) eigenlijk wel op? Genen bevatten informatie voor het maken van een genenmachine die hen moet kopiëren, maar bevatten memen de informatie voor het maken van een memenmachine die hen moet kopiëren? Simpel gezegd: het gen wordt via het lichaam dat het zelf bouwt, getoetst op evolutionaire levensvatbaarheid. Maar de meme bouwt niet een memenmachine. 'Gangnam Style' of 'Sinterklaas', 'parlementaire democratie', of 'fitness is gezond' bouwen geen breinen. Memen parasiteren op breinen en worden gekopieerd (via imitatie) omdat ze door die breinen aantrekkelijk gevonden worden om te onthouden - dat is alles. De parasiet bouwt niet de gastheer.

Blackmore laat zich door dit argument niet uit het veld slaan. Want wat, zegt ze, als die memen in de nabije toekomst wél de informatie in zich dragen om memenmachines (kunstmatige 'breinen') te bouwen, die vervolgens diezelfde memen kopiëren? En zo introduceert Blackmore haar eigenzinnige idee van temen. Temen zijn techno-memen die precies dat doen: ze bouwen hun eigen memenmachines! Blackmore beschouwt de komst van temen als een serieuze mogelijkheid.

Mocht dit gebeuren, dan is dat gevaarlijk voor mensen, omdat temen de mens niet langer per se nodig hebben voor duplicatie. Ze kunnen de planeet dusdanig veranderen, dat wij er niet meer kunnen leven - wat vanuit hun perspectief niet erg is, want wij zijn niet per definitie nodig. Voor ons mensen is het dan wel te hopen dat nét niet iedereen zal worden gebruikt als Machine-Wereld-batterijen, zodat de kiem van een opstand tegen de Machines bewaard blijft...

Dit is een angstaanjagend sciencefiction- scenario, maar in de echte wereld heb je daarmee nog geen memen gevonden die hun eigen memenmachines maken. Temen bestaan dus niet. Nog niet. Als in de toekomst computer-programma's in robots zitten die de informatie bevatten om robots te maken, die ook weer een kopie van die informatie in zich meedragen om robots te maken, dan zijn de temen geboren. Die robots zijn dan de temenmachines en de variërende software om robots te maken die zelf robots maken, is dan een darwiniaanse teme. Het download- en installeerproces van die software in die nieuwe robot, die daarmee tot leven komt en ook weer zichzelf gaat reproduceren, is dan het kopieermechanisme.

Wat momenteel het dichtst in de buurt komt van temen is een familie van computervirussen. Maar ook een computervirus heeft nog altijd mensen nodig om de computers te maken waarop het zich voort kan planten. Dat stelt ons gerust en maakt dat wij denken dat wij nog altijd de controle hebben over de technologie.

Toch eindigt Blackmore ook hier met een waarschuwing: moeten we niet toegeven dat wij nu al door computers, smartphones en iPads slim gebruikt worden om meer van die apparaten te maken? Zijn dit geen tastbare memen die het in zich hebben om te muteren naar echt agressieve temen: techniek die ons niet meer gebruikt, maar misbruikt of zelfs uitroeit?

Het is te hopen dat Blackmore schrijft aan 'The Teme Machine' en ons daarin antwoorden kan geven op zulke vragen. Ongetwijfeld zal ze in dat boek dan een Machine-Wereld beschrijven waarin de mens op z'n best een symbiose aangaat met de techniek. De techniek die we zelf uit de Doos van Pandora lieten ontsnappen. Misschien gunt Blackmore ons tijdens de Dag van de Filosofie in Tilburg een blik op de bodem van Pandora's doos: daar ligt immers, volgens overgeleverde verhalen, de hoop.

Wie? Susan Blackmore

Wat? Lezing 'Who is in charge?'

Waar? Theater De NWE Vorst, Willem II-straat 49 Tilburg

Wanneer? 12 april, 20-21u,

Www? dagvandefilosofie.nl

Programmeren pc, smartphone en iPad ons om meer van die apparaten te maken?

Het Sinterklaasverhaal benut het menselijk brein als machine om zich voort te planten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden