KIJK OP KRABBELS

Geef kinderen vanaf de leeftijd dat ze een potlood kunnen vasthouden een stuk papier en ze gaan tekenen. Tekenen? Het is niet meer dan krassen, vinden de meeste ouders. Het wordt pas interessant als Basje 'mamma' heeft getekend. Toch valt er in die allereerste probeersels heel wat te ontdekken, blijkt op de expositie 'Kijk op krabbels' die vrijdag begon in Tilburg. Bijvoorbeeld dat er grote overeenkomsten tussen het krabbelgedrag van peuters en mensapen zijn. De tentoonstelling 'Kijk op krabbels' is tot en met 28 maart te zien in het Noordbrabants Natuurmuseum, Spoorlaan 434 in Tilburg. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur, zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Daarna gaat de expositie naar achtereenvolgens Denekamp, Leeuwarden, IJmuiden, Groningen, Nijmegen en Maastricht.

Toen Arnulf Rainer ooit een chimpansee zag schilderen, raakte hij zo geboeid door het resultaat dat hij besloot tot een Parallelaktion, waarbij hij het werk van de aap naschilderde. Daarna kwam hij nooit meer los van de grondvormen die hij in het werk van de chimpansee ontdekte.

Krabbels van mensapen zijn, hebben biologen in de jaren vijftig ontdekt, opgebouwd uit de meest simpele basisstructuren: kleine of langere, veelal licht naar links of rechts gebogen streepjes. Die streepjes worden lusjes als de aap de verfkwast niet van het papier haalt. Dat heeft te maken met de de anatomie van het apelijf. Mensapen kunnen weliswaar net als mensen hun duim tegenover de andere vingers houden. Maar doordat de duim op een andere plaats aan de hand vastzit, zijn ze niet in staat een voorwerp tussen duim en wijsvinger (de zogenaamde pincetgreep) te houden. Meer verfijnde bewegingen met potlood of kwast zijn daardoor niet mogelijk.

Een schilderende aap klemt de kwast vast in de volle hand en fixeert pols, elleboog en schouder waardoor de op- en neergaande beweging van het bovenlichaam (onder andere door de ademhaling) wordt overgebracht op het papier. Dat verklaart waarom een mensaap wel wuivende grassprieten tekent maar bij voorbeeld nooit een strakke horizontale lijn op papier zal zetten.

Kleine kinderen die een potlood of krijtje in de hand krijgen gedrukt, blijken op dezelfde manier te krabbelen als mensapen. Zolang ze niet in staat zijn tot de pincetgreep, functioneert de hand bij het tekenen als een soort seismograaf van het lichaam. Vandaar de frappante gelijkenis tussen het schilderij van een driejarige peuter en de chimpansee Congo.

Maar er zijn meer overeenkomsten tussen het krabbelgedrag van mensapen en peuters, zegt Ignace Schretlen, die tientallen tekeningen en schilderijen van kinderen en apen bijeenbracht in het Noordbrabants Natuurmuseum. Schretlen (40), die samen met zijn echtgenote een huisartsenpraktijk heeft in 's Hertogenbosch, verdiept zich al jaren in de creatieve ontwikkeling van jonge kinderen en mensapen.

De fascinatie voor peuters en kleuters was er altijd al. De geboorte van zijn zoon Cedric, zeven jaar geleden, heeft die belangstelling alleen maar doen groeien, vertelt Schretlen. Toen hij min of meer bij toeval in contact kwam met de dierentuin van Munster, waar al jaren onderzoek wordt gedaan naar het tekengedrag van mensapen, vielen hem de parallellen op. De door Schretlen opgerichte stichting 'Kijk op krabbels' doet nu ook zelf onderzoek bij chimpansees en orang-oetans in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen en elders.

Wetenschappelijke interesse voor kindertekeningen is niet in deze tijd ontstaan. Anderhalve eeuw geleden hield men zich er al mee bezig. Dat is op zich al opvallend, omdat teken- en schildermateriaal vroeger voor de meeste mensen onbetaalbaar was. Veel kinderen tekenden alleen maar op een leitje of krasten met stenen op de muren.

De belangstelling voor kinderkrabbels is gegroeid vanuit de filosofie, de psychologie en de kunst. De filosoof Jean-Jacques Rousseau propageerde een 'natuurlijke opvoeding' waarin tekenen en schilderen een belangrijke rol speelden. De pedagoog Friedrich Frobel bracht in de vorige eeuw deze filosofie in de praktijk voor jonge kinderen. Zo 'ontdekte' Frobel dat kinderen tot hun zevende jaar niet tekenen en schilderen wat ze zien, maar wat ze voelen en ervaren. Later werd daar vanuit de psychiatrie en psychologie op ingehaakt. Een tekening zou de spiegel van de ziel zijn.

Sigmund Freud bracht tekeningen en schilderijen in verband met oerdriften, zoals seksualiteit. Kinderen zouden al op jonge leeftijd cirkels tekenen, omdat deze vorm hen doet denken aan de moederborst. Een saillant detail is dat een van de mensapen waarvan krabbels bewaard zijn gebleven, tijdens het tekenen altijd seksueel opgewonden raakte. Ook de psychiater Carl Gustav Jung was van mening dat in tekeningen het onbewuste tot uiting komt. Dat leidde later tot de ontwikkeling van allerlei testen om bij voorbeeld meer te weten komen over de intelligentie of persoonlijkheid van een kind.

En nog steeds wordt in de psychiatrie, psychologie en orthopedadogie gebruik gemaakt van kindertekeningen, maar de betrouwbaarheid van deze testen staat inmiddels sterk ter discussie. Schretlen: "Alleen in handen van ervaren ontwikkelingspsychologen en orthopedagogen kunnen deze testen relevante informatie geven."

Behalve vanuit de filosofie en psychiatrie is de interesse voor kindertekeningen ook vanuit de kunst gegroeid. Enerzijds ontdekte men hoe mooi het werk van kinderen kan zijn. Anderzijds waren kinderkrabbels een bron van inspiratie voor kunstenaars. Wassily Kandinsky, een van de wegbereiders van de abstracte kunst, huldigde het standpunt dat kunstenaars zich net als kinderen moesten laten leiden door de 'innerlijke drang tot levensexpressie'.

Paul Klee ging nog een stapje verder. Hij liet zich zo sterk inspireren door tekeningen van kinderen, onder wie zijn zoon Felix, dat hij dezelfde basiselementen als peuters gebruikte: korte en lange streepjes, punten, cirkels en onderlinge combinaties. Schretlen: "Soms konden kunstkenners zijn werk niet eens meer onderscheiden van kindertekeningen. Maar toch zijn er verschillen. Vergeleken met kindertekeningen zijn de mens- en dierfiguren van Klee meestal meer gestileerd. Verder zullen peuters en kleuters om nog onopgehelderde redenen mensfiguren bijna altijd van voren en dierfiguren van opzij tekenen." Wat verder opvalt is dat bij peuters meestal de hele tekening door een figuur in beslag wordt genomen.

Toch mag het werk van een kleuter (of van een aap) nooit als kunst worden beschouwd, ook al is het niet te onderscheiden van het werk van een kunstenaar, benadrukt Schretlen. "Een kunstenaar kiest met een specifieke intentie voor een bepaalde aanpak. Een kind en een aap kunnen deze bewuste keuze niet maken. Als ze iets tekenen, staat het ook los van elke stroming, terwijl kunst altijd in een sociaal-historisch perspectief staat."

Tientallen onderzoeken hebben volgens de huisarts aangetoond dat kinderen tot het zesde jaar ongeveer dezelfde creatieve ontwikkeling doormaken. Als je een kind van vier jaar dat nog nooit heeft getekend, potloden geeft, zal het na enige oefening tekenen als een kleuter die al ruim twee jaar tekeningen heeft gemaakt. Wil je dus meer te weten komen over de creatieve ontwikkeling van jonge kinderen, dan lijkt het logisch om in eerste instantie niet naar de tekeningen of het schilderwerk te kijken, maar naar het tekenen en schilderen zelf.

Schretlen: "Daar gaat het bij peuters en kleuters om. Ze werken niet concreet naar een doel toe, weten in tegenstelling tot oudere kinderen ook niet wat ze gaan maken. Het plezier ligt in het krassen, krabbelen en trekken van sporen op papier. Maar volwassenen komen zelden op het idee dat jonge kinderen tekenen en schilderen omwille van het plezier in deze activiteit."

Als 'bewijs' voor zijn stelling voert Schretlen aan dat kinderen ook tekenen als daar geen beloning tegenover staat. "Er is kennelijk sprake van een vitale behoefte tot expressie. Want terwijl bij de opvoeding van kinderen voortdurend beloning en bestraffing nodig zijn, geldt dat niet voor tekenen en schilderen. Bij mensapen is dat precies zo, is gebleken bij ons onderzoek in Ouwehands Dierenpark. In tegenstelling tot andere experimenten kregen de orang-oetans het tekenmateriaal mee in de kooi en werden ze dus niet aan een tafeltje gezet. Na afloop van de geslaagde krabbelpogingen leverden de mensapen het tekenkarton meestal weer in bij de apenverzorgster. Uit video-opnames komt duidelijk naar voren dat de orang-oetans net als peuters gedurende een korte tijd zeer geconcentreerd tekenen. Na afloop verdwijnt de interesse voor de krabbels. De activiteit zelf blijkt de motiverende kracht te zijn. Ze vinden het gewoon leuk, daar hoeft zelfs geen banaan aan te pas te komen."

Het fenomeen dat peuters en apen puur voor de lol tekenen, is altijd sterk onderbelicht gebleven. De meeste onderzoekers hebben het kind ook niet tijdens het tekenen geobserveerd, maar zich gericht op het resultaat. Ook de meeste ouders 'bezondigen' zich hieraan, zegt Schretlen. Tot het moment waarop er iets herkenbaars op papier verschijnt, wordt de peuter die nog niet eens goed uit zijn woorden kan komen, vermoeid met de vraag: wat is dat? Om vader en moeder een plezier te doen, putten peuters uit hun rijke fantasie en geven er toch maar een betekenis aan, die een dag later al weer is veranderd.

Jonge kinderen maken periodes door waarin ze heel veel werk maken en periodes waarin ze niet of nauwelijks een kleurpotlood aanraken. Zijn ze eenmaal bezig dan kunnen ze in een kwartier een hele reeks tekeningen maken. Ze zijn dan ook heel erg geconcentreerd, al duurt die concentratie nooit langer dan ongeveer tien seconden bij een kind van anderhalf. Bij oudere kleuters kan dat oplopen tot enkele minuten.

Zoals gezegd beginnen peuters die voor het eerst gaan tekenen, met het trekken van gebogen streepjes die lusjes worden als ze het potlood niet van het papier halen. Pas aan het einde van het tweede levensjaar kunnen ze ook een cirkel maken. Schretlen: "Het vergt een behoorlijke beheersing om exact weer bij het startpunt te eindigen."

Voor apen is het cirkelstadium waarschijnlijk het hoogst haalbare. Tot nu toe zijn er nog maar enkele chimpansees in geslaagd een cirkel te tekenen. Maar de betrouwbaarheid van dit onderzoek staat niet vast. De vraag is gerezen of de tekening niet voortijdig is weggehaald. Een doorgaande cirkel leidt immers weer tot een primitieve krabbelkluwen. Toch durft Schretlen wel de stelling aan dat de mensaap nooit verder zal komen dan een kind van twee jaar en negen maanden. Een vergelijkend spraakonderzoek heeft op dat gebied dezelfde conclusie opgeleverd.

Zijn de allereerste tekenkrabbels van kleine kinderen in de ogen van volwassenen vaak niet de moeite waard, schilderijen vallen meestal wel in de smaak. Schretlen: "De meeste ouders zien op tegen het geklieder, maar eigenlijk moet je kinderen tussen drie en vijf jaar lekker laten verven. Dat levert wonderschone doeken op. Kinderen van twee tot drie jaar zijn vaak nog bang om veel kleuren te gebruiken, die beperken zich meestal tot een of twee. Pas tussen drie en vier jaar komt er veel meer variatie in de kleuren. Vanaf het vijfde jaar gaat de lol in het schilderen meestal weer over omdat het kind dan gaat verven zoals het tekent. Op die leeftijd is het ook in staat om een strakke horizontale lijn te trekken."

Toch blijft het gevaarlijk, waarschuwt de huisarts, om aan de hand van krabbels conclusies te trekken over de ontwikkeling of zelfs maar de leeftijd van het kind. "Een kind dat ziek is of emotionele problemen heeft, kan terugvallen en zelfs weer als een peuter gaan tekenen."

Op de tentoonstelling hangt een tekening van een doodzieke en inmiddels overleden jongen van twaalf jaar. De tekening verraadt zonder nadere toelichting de ernst van de situatie. Op een groot leeg vel is een heel klein mannetje getekend in de stijl van een kleuter.

Schretlen: "Ik vind het persoonlijk onverantwoord om hele karaktertyperingen te baseren op krabbels van een kind van twee a drie jaar. Het gaat mij te ver om als een kind allemaal streepjes trekt op papier en zegt dat dat 'zware regen' is, daar dan uit te concluderen dat er sprake is van kindermishandeling. Of, nog een voorbeeld: een kind tekent twee strepen met daarboven iets van een wolk. Zelf zegt het kind dat het een boom is, maar sommige psychologen zien er een fallussymbool in."

Zolang het kind niet met overleg te werk gaat (ongeveer tot vijf jaar) moet je heel voorzichtig zijn met het interpreteren van kinderkrabbels. "Alleen al het grote aantal theorieen moet ons tot bescheidenheid dwingen: we weten het vaak niet. Tekenen en schilderen zijn zeer complexe activiteiten." Er worden associaties gemaakt, herinneringen en emoties spelen een rol, tastindrukken worden verwerkt.

Schretlen: "Ik zeg zelf altijd: geniet nou ook eens gewoon van de schoonheid van een kindertekening. Vraag niet meteen wat het is of wat erachter kan zitten. En voor de rest is het soms ook allemaal veel simpeler dan we denken" , voegt hij er aan toe. Want waarom tekent een kind altijd zulke grote hoofden? "Een kind weet dat er op een hoofd twee ogen, een neus en mond getekend moeten worden. Dat lukt alleen als het hoofd zelf groot genoeg getekend wordt." En waarom staat de schoorsteen vaak schuin op het dak? Schretlen: "Het kind weet dat een schoorsteen rechtop staat. Dus komt-ie loodrecht op het schuine dak te staan."

En dan is er tenslotte nog die bekende 'koppoter'. Waarom, oh waarom tekenen kleine kinderen geen romp? Allerlei theorieen zijn daarop losgelaten. Zo zou de koppoter model staan voor een autoritaire vader of een persoon voor wie het kind bang is. Een andere verklaring is dat het kind zelf een relatief groot hoofd heeft in vergelijking met volwassenen. Maar als je het kind een koppoter van beneden naar boven laat tekenen, blijkt het hoofd vaak veel kleiner uit te vallen, al ontbreekt nog steeds de romp.

"We weten het gewoon niet" , zegt Schretlen. "Maar de meest aannemelijke verklaring is misschien dat een kind efficient tekent. Een hoofd, armen en benen dienen ergens toe, de rest kan wel weggelaten worden. Daarom worden de benen eigenlijk altijd getekend, omdat mensen nu eenmaal op de grond staan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden