'Kijk om naar de kwetsbaren'

interview | Kim Putters, de nieuwe directeur van het SCP, heeft een lastige boodschap. Voor het eerst in dertig jaar is de leefsituatie van Nederlanders verslechterd, vooral die van kwetsbare groepen. Het valt te bezien of dat beter wordt als gemeenten verantwoordelijk worden voor rijkstaken.

Dertig jaar lang groeide het gevoel van welbehagen in de samenleving. Niet alleen het inkomen steeg, mensen gaven over de volle breedte het leven en de samenleving waarin ze verkeerden een steeds hoger cijfer. Zeker, er waren altijd al groepen in de samenleving te onderscheiden, maar dat had weinig gevolgen voor hoe men tegen het leven aankeek.

In de gisteren gepresenteerde Sociale staat van Nederland concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat zich in dat gegeven de laatste twee jaar een belangrijke kentering voordoet. Voor het eerst in dertig jaar geven Nederlanders aan dat de kwaliteit van leven, die wordt bepaald door een combinatie van hoe men het welzijn en de economie ervaart, afneemt. Bij de meest kwetsbare groepen ging de leefsituatie het sterkst achteruit.

Kim Putters, die deze zomer Paul Schnabel opvolgde als directeur van het SCP, noemt dat de belangrijkste boodschap van het nieuwste overzicht van de sociale staat van Nederland. "Er zijn kwetsbare groepen in de samenleving, die door de stapeling van problemen in de verdrukking komen. Er gloort nu hier en daar voorzichtig enig herstel in de economie, maar het is de vraag of dat op kortere termijn ook voor deze groepen effect zal hebben. Begrijp me goed, we willen geen pessimistische boodschap afgeven, maar wel een waarschuwing laten horen. Er zijn groepen te onderscheiden, bevolkt door allochtonen, laag opgeleiden, één-oudergezinnen, mensen zonder werk of met een slechte gezondheid, die worden overheerst door een gevoel van onmacht. De effecten van het beleid van de overheid, alle bezuinigingen en het snijden in voorzieningen, zullen nog een tijd na-ijlen, ook als de economie zou herstellen."

Dreigen specifieke groepen in de samenleving af te haken?

"Het is in ieder geval zorgelijk dat vaker in onderzoek wordt aangegeven dat men geen grip meer heeft op de eigen situatie. Niet alleen zorgelijk op het niveau van die mensen en groepen, maar voor de hele samenleving. Ik weet niet of er hier een nieuwe kloof ontstaat tussen, zeg maar, de meest kwetsbaren en anderen in de samenleving. Het SCP wil daar het komend jaar een verkenning naar doen. Wat zijn nu precies de scheidslijnen in de samenleving? Dat is een vraag die tegenwoordig een stuk minder gemakkelijk te beantwoorden is. Inkomen is bepaald niet de enige factor van belang. Er is zoveel wat daar op inwerkt. Doet men mee aan de toenemende digitalisering in de samenleving? Ook lagere inkomensgroepen zijn volop actief op internet. Het aantal bepalende factoren is groot en divers."

Het klassieke antwoord op het fenomeen van de maatschappelijke scheidslijnen is de herverdeling van inkomens. Wilt u zeggen dat die oplossing nu ook niet meer werkt?

"Ik denk niet dat dé oplossing daar zit. Wat we nu zien leidt eerder tot de conclusie dat we tegen de grenzen van allerlei systemen aanlopen. Dan werkt de klassieke reactie een stuk minder. We relateerden geluk en welzijn altijd aan groei. Te veel, naar mijn mening. We moeten nu veel meer denken in termen van kwaliteit van leven. Hoe richt je je gezondheidszorg in, dat soort zaken. Als je goed kijkt naar de verzorgingsstaat, dan moet je onderhand concluderen dat de voorzieningen niet goed aansluiten op wat mensen nodig hebben. De vraag wordt steeds belangrijker of we wel het goede doen. Komen we tegemoet aan de behoeften van mensen? Ik heb daar grote zorgen over, ook bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het SCP wil betere instrumenten ontwikkelen om de ontwikkelingen preciezer te kunnen volgen. Dat kan niet meer op de klassieke manier door alleen in de gaten te houden hoe het met het opleidingsniveau van de burger gaat, hoeveel zorg hij krijgt of wat dan ook. We willen weten hoe het allemaal uitwerkt op de leefsituatie van burgers. In de Troonrede figureerde de participatiesamenleving nog parallel aan het streven naar economische groei. We denken echt nog steeds veel te eendimensionaal."

Het kabinet is nu bezig met een grote decentralisatie. Gemeenten worden verantwoordelijk voor jeugdzorg, langdurige zorg en werkgelegenheid voor gehandicapten. Is dat een goede weg om kwetsbare mensen tegemoet te komen?

"Doorslaggevend is dat het systeem zo is ingericht dat taken én verantwoordelijkheden bij de gemeente neergelegd kunnen worden. Dan heb ik het ook over lokale democratie. We kennen de onderzoeken waarin raadsleden zelf zeggen dat ze soms weinig grip hebben op beleid, op keuzes, op goed kunnen controleren. Dat is echt een punt. Bij gemeenten, zeker bij kleine, is er de neiging dat er een vierde bestuurslaag ontstaat van allerlei samenwerkingsverbanden, boven het lokale. Dat moet haast wel, er wordt op gestuurd, maar raadsleden hebben niet het gevoel dat ze daar invloed op hebben. Je moet je dus afvragen hoe je daar zorgt voor de borging van de lokale besluitvorming, de democratie."

Is een goed functionerende gemeenteraad de enige voorwaarde voor een geslaagde decentralisatie?

"Nee, er zijn er nog twee. Er moet een kritische lokale pers zijn, en daar maak ik me ook zorgen over. De pers is er niet alleen voor het leuke. Een sterke lokale pers die besluitvormers aan de tand voelt, is essentieel voor deze decentralisatie-beweging. En dan is er nog de burgerparticipatie. Decentralisatie veronderstelt dat je burgers activeert en mobiliseert om mee te praten, te denken, of zelf de zorg te organiseren. Ik vraag me af of die lokale democratie, de pers en de burgerparticipatie voldoende gegarandeerd zijn. Laat gemeenten zelf hun keuzes maken hoe ouderen en alleenstaanden worden geholpen. Maar zorg dat ze de voorwaarden kennen en dat er goed wordt gecommuniceerd, dat er geen muur wordt opgetrokken uit angst dat het allemaal negatief uitpakt. Ik denk dat Rijk en gemeenten in deze overgangsfase de handen ineen moeten slaan. Het gaat niet vanzelf."

In alle adviezen staat juist dat de rijksoverheid de gemeenten moet vertrouwen. Loslaten is toch het credo?

"Ja, maar waar ik de discussie over aanga is de vraag naar de verantwoordelijkheid. Waar is de rijksoverheid nog verantwoordelijk voor, waar de gemeente? Dit is, als ik het met enige nadruk mag zeggen, de achilleshiel van de decentralisaties. Wat de rijksoverheid zich nog toeeigent als rol, niet alleen nu, bij het behandelen van de wetten, maar vooral ook straks, als er Kamervragen komen. En dan heb ik het niet alleen over ministers, maar ook over Kamerleden. Welke zaken gaan er nog in politiek Den Haag geregeld worden als er iets mis gaat in Utrecht of Enschede, en welke lokaal? Het kabinet zal ook na 2015 een beeld willen hebben van de armoede onder de bevolking, van de inkomensverdeling, of hoe de opleidingskansen zich in een bepaalde richting ontwikkelen. Maar er moet wel een idee zijn waar het Rijk stopt, en waar de zaak aan gemeenten zelf wordt overgelaten. Dat is niet uitgekristalliseerd en dat is bepalend voor het succes of het falen van de grote decentralisaties die nu voorliggen in het parlement."

Het Rijk komt er niet meer met: dat is nu aan gemeenten?

"Waar een punt zit, en veel mensen vergeten dat, is het sociale grondrecht op zorg en zekerheid. Dat recht op zorg verdwijnt nu in onderliggende wetgeving, het wordt een voorziening. Dus: zolang de voorraad strekt. Maar dat sociale grondrecht heeft wel verankering in internationale mensenrechtenverdragen en die schrijven voor dat de leefsituatie van mensen bij hervormingen niet moet verslechteren. De landelijke overheid heeft de verantwoordelijkheid voor hoe Nederland omgaat met dat grondrecht, maar gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid wat ze precies doen om de kwetsbare burgers erbij te houden. Daar zit wel spanning tussen."

Vindt u het kabinet te optimistisch over de decentralisatie?

"Wij komen tot de conclusie dat er sprake is van veel beleidsoptimisme. Op al die terreinen die we in kaart brengen - onderwijs, sociale zekerheid, arbeid, zorg - is vanuit de politiek vaak de gedachte dat als je beleid maakt en politiek draagvlak vindt, de wereld dan wel verandert. Maar beleid komt in een werkelijkheid terecht waar menselijk gedrag een rol speelt. En dat houdt zich niet aan beleid. Het menselijk gedrag is niet tot achter de komma te voorspellen."

Niemand kan met zekerheid zeggen hoe de decentralisatie gaat uitpakken. Moet het kabinet niet wachten op meer zekerheid, juist omdat het om kwetsbare mensen gaat?

"Het licht staat op oranje voor bepaalde, kwetsbare groepen. Dat signaal wil ik geven. Oranje wil niet zeggen dat je niet mag doorrijden, maar wel dat je moet nadenken, dat je naar links en rechts moet kijken voordat je doorgaat. In de besluitvorming heeft het SCP die functie, er is macht en er is tegenmacht. Als iedereen een kant op gaat, kan er een tunnelvisie ontstaan, oogkleppen. Het is goed dat er instituten als het onze zijn die daar de vinger op leggen."

Wie is Kim Putters?
Kim Putters (1973) komt uit een schippersfamilie uit Hardinxveld-Giessendam, waar hij nog steeds woont. "Ik ken er elke stoeptegel. Ik reis veel, maar Hardinxveld is mijn thuis."

Putters begon op de mavo, deed daarna havo en vwo. Hij studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en promoveerde daar in 2001. Putters is er nu nog voor een dag in de week hoogleraar beleid en sturing in de zorg in de veranderende verzorgingsstaat.

In 2002 werd Putters raadslid voor de PvdA, en vier jaar later fractievoorzitter. In 2012 hield hij ermee op. Op zijn dertigste werd de schipperszoon lid van de Eerste Kamer. Hij was vanaf 2011 vice-voorzitter van de senaat totdat hij deze zomer stopte, omdat een politieke functie niet te combineren is met het directeurschap van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Putters nam ook afscheid van de scouting, al is hij nog wel lid. Hij begon bij de welpen, was Akela en ging later zelf scoutinggroepen leiden. Ook was hij lid van het landelijk bestuur van Scouting Nederland.

Putters' partner Marhijn Visser woont in Genève, waar hij werkt als plaatsvervangend permanente vertegenwoordiger en gevolmachtigd minister bij de wereldhandelsorganisatie WTO. Volgend jaar komt Visser terug naar Nederland. Het stel heeft een politiek gemengde relatie; Visser was actief in het CDA. Putters ging vroeger met zijn Brabantse moeder naar de kerk. Op zijn twintigste, toen hem communie werd geweigerd omdat hij niet was gedoopt, verliet hij de kerk. "Ik doe het nu op mijn eigen manier."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden