Kiezer wijkt voor persoonlijke keus

Van Barack Obama en John McCain kan er maar één president worden. Toch nemen ze allebei binnenkort een belangrijk staatsbesluit.

In augustus 1988 verraste George H. W. Bush, de Republikeinse kandidaat voor het presidentschap, iedereen: hij benoemde een 41-jarige senator uit Indiana als zijn running mate, kandidaat vice-president. Twintig jaar later is Dan Quayle nog steeds spreekwoordelijk voor iemand die benoemd werd op een post waar hij niets te zoeken had. En dus ook: de eerste grote fout die Bush senior als president van de VS maakte – terwijl hij nog gekozen moest worden.

Over een paar weken zal het ook voor de huidige kandidaten voor het presidentschap, John McCain bij de Republikeinen en Barack Obama bij de Democraten, zo ver zijn. Hun persoon maakt plaats voor een ticket, een tweespan. Uit hun keus zullen waarnemers afleiden wat de strategie wordt, welke kiezers worden aangesproken. McCain heeft al drie kandidaten op zijn ranch in Arizona ontvangen, al kunnen er altijd nog namen bij. Obama wacht op het rapport van drie vertrouwelingen.

Waar moet zo’n commissie op letten? Commentatoren in de media hebben al tientallen namen met hun publiek doorgenomen, maar bleken daarbij heel verschillende principes te hanteren. Moet de partner van John McCain jeugd inbrengen? Of juist zeer veel ervaring, omdat door zijn 71 jaar de kans bestaat dat de vice-president het karwei moet afmaken? Vrouw zijn, om Hillary-fans te lokken? Of is het vooral iemand die moet garanderen dat tenminste één staat, de eigen thuisstaat, zich uit chauvinisme moeiteloos aan de zijde van het kandidatenkoppel schaart?

En Obama, kan hij nog onder Hillary Clinton uit, nu die zich zaterdag in een kranige toespraak achter hem heeft geschaard?

Het is niet anders: de keuze van een vice-president is niet de uitkomst van electorale logica of een maandenlange politieke procedure zoals de VS die net hebben afgesloten, maar van een persoonlijke afweging. En hoe belangrijk de man of vrouw ook kan worden als de president iets overkomt, de kiezer lijkt tot nu toe niet zo erg op hem of haar te letten.

De verkiezing van 1988 is daar een goed voorbeeld van. Dan Quayle, door Bush gekozen omdat hij jong en goed rechts was, bleek zich in tal van belangrijke ondewerpen nog niet zo verdiept te hebben. Hij wist niet hoe je ’aardappel’ spelde. Hij kwam onder vuur omdat hij liever in de Nationale Garde had gediend dan in Vietnam, en zich daarbij door zijn familie had laten helpen – een verwijt dat later ook Bush junior tijdens een presidentiële campagne zou treffen.

Het allerbeste bleef de Amerikanen bij hoe zijn directe tegenstander Lloyd Bentsen, running mate van Democraat Michael Dukakis, hem op zijn nummer zette toen hij het waagde zich vanwege zijn leeftijd met John F. Kennedy te vergelijken: „Senator, Jack Kennedy was een vriend van mij. Senator, u bent geen Jack Kennedy.” Ook dat was echter niet doorslaggevend vergeleken bij de val in de kiezersgunst van Dukakis. Bush senior werd president.

Dit jaar zou het echter anders kunnen zijn. Want werkelijk alle factoren spannen samen om de keus van een vice-president van werkelijk groot gewicht te maken: de Democratische kandidaat is betrekkelijk onervaren. De Republikeinse kandidaat is oud. En de zittende vice-president heeft in zijn ambt meer macht vergaard dan zijn voorgangers ooit konden of durfden. Ook zijn naam zal een generatie lang naklinken. Dick Cheney passeerde een jaar geleden Dan Quayle als de minst populaire vice-president ooit.

McCain heeft lijstje met gouverneurs

John McCain heeft al gepraat met drie kandidaten voor een plek aan zijn zijde.

Mitt Romney, voormalig gouverneur van Massachusetts. Rijk, kan goed campagne voeren, maar kan hinder hebben van zijn Mormoonse geloof.

Bobby Jindal, gouverneur van Louisiana. Maakt daar indruk met zijn strijd tegen corruptie. En is van Indiase komaf, wat allerlei niet-blanke kiezers kan aanspreken.

Charlie Christ, gouverneur van Florida, een staat waarvan de stemmen niet gemist kunnen worden.

Het is opvallend dat alle drie de kandidaten gouverneur zijn of dat zijn geweest. In het verleden gingen de kiezers vaker voor een bestuurder dan een volksvertegenwoordiger. Maar dit jaar zijn beide presidentskandidaten senator.

Obama’s alternatieven voor Clinton

Barack Obama zou Hillary Clinton goed kunnen gebruiken om de steun van vrouwen en laag-opgeleide blanken te krijgen. Als Clinton die groep tenminste weet mee te slepen in haar nu beleden enthousiasme voor de man die haar versloeg.

Hij zou ook kunnen kiezen voor:

Kathleen Sebelius. Ook een vrouw en bovendien gouverneur: van Kansas.

Bill Richardson, gouverneur van New Mexico en als Latino lid van een bevolkingsgroep die nog niet enthousiast is voor Obama.

Ook Jim Webb wordt veel genoemd, geen gouverneur maar net als Obama ’alleen maar’ senator, uit Virginia.

Hij heeft wel, net als John McCain, voor zijn land gevochten in Vietnam.

Meer over de Amerikaanse presidentsverkiezingen op www.trouw.nl/vs2008

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden