Kiezen uit 797 eilanden

De Bretonse eilanden hebben alle hun eigen karakter. Je vindt er ruige kliffen en verlaten vuurtorens, maar ook witte zandstranden aan een azuurblauwe zee.

Langs de Bretonse kust liggen 797 eilanden. Onderling zijn ze verschillend genoeg om ook de meest verwende reiziger iets nieuws te laten ontdekken. Wie houdt van ruige rotsen, schapen, een woeste zee en de heroïek van eenzame vuurtorenwachters, zet koers naar het eiland Ouessant, het meest westelijke puntje van Frankrijk. Voor een lieflijker omgeving is de Golfe du Morbihan een ideale bestemming: meer dan veertig eilanden beschut in een binnenzee. De bekendste: Île aux Moines, Île d'Arz en Gavrinis, met zijn mysterieuze grafheuvel uit de prehistorie.

Voor vogel- en natuurliefhebbers is een tochtje naar natuurgebied 'Sept îles' een must. Het wemelt hier van de jan-van-genten en papegaaiduikers. Op de stranden (verboden toegang voor de mens!) liggen zeehonden te zonnen. Vreemd genoeg zijn het trouwens vijf en geen zeven eilanden - de naam is een verbastering van het Bretonse 'Ar Jentilez', dat monnikeneilanden betekent.

Echt zeven eilanden telt de archipel Les Glénans, even ten zuiden van vissershaven Concarneau. Azuurblauw water, witte zandstranden, zeilboten en een uitzonderlijk zacht klimaat: je zou je op een Caribisch eiland wanen. Ook het eiland Batz bij het stadje Roscoff, waar de ferry's naar Engeland vertrekken, heeft een uitzonderlijk mild klimaat. Hier prachtige tuinen met tropische bomen. Wie zich liever een Robinson Crusoë wil voelen, kiest voor Houat. Buiten de haven van Saint Gildas zijn er geen wegen, alleen maar zandpaden en kliffen.

Uit zoveel verschillende bestemmingen de mooiste kiezen is eigenlijk niet te doen. Maar voor wie zoekt naar cultuur, natuur of rust hebben we de volgende absolute aanraders:

Kleurrijk Bréhat
Bréhat is een paradijs voor wandelaars. Het eiland is verboden terrein voor auto's en alles is er afgestemd op voetgangers en fietsers. Zelfs de maat is perfect. Klein genoeg om in een weekeind te ontdekken, maar groot genoeg om voor een langer verblijf nog wandelingen in petto te houden. Vanaf de vroege lente tot in de late herfst bloeien naast de visserswoningen de mimosa, camelia en hortensia. Langs de wandelpaden zie je wuivende echium, met lange pluizige bloemen, agave en eucalyptus. Maar de kroonjuwelen van 'bloemeneiland' Bréhat zijn de blauwe en witte agapanthe. Deze Afrikaanse lelie is uitgegroeid tot hét symbool van dit bloemeneiland. Meegenomen door Bretonse kapiteins van verre kusten, zoals zoveel andere van de tropische bloemen en planten in deze streek. Ze doen het verrassend goed voor deze breedtegraad, maar alleen aan de zuidkant van het eiland. De noordkant is droog en heideachtig. Hier staat de oude vuurtoren eenzaam tussen de roze granieten rotsen. De zuidkant wordt bewaakt door een fort, dat tegenwoordig een vreedzame bestemming heeft. Een voormalige discotheekmagnaat uit Parijs begon hier een glasblazerij. De luxe eindproducten zijn terug te vinden tot in China, Brazilië en Oman.

Voor een overzicht van de hotels, chambre d'h¿tes en gîtes kunt u kijken op www.brehat-infos.fr. Een aanrader is de direct aan het strand van Guerzido gelegen B&B La Potinière de Bréhat: www.lapotinieredebrehat.com. Daarnaast heeft Bréhat ook een camping. De Vedettes de Bréhat zorgen meerdere keren per dag voor de verbinding met de vaste wal.

Totale rust op Île Louët
Op een klein eilandje voor de kust van Carantec staan als enige bebouwing de vuurtoren en het bijbehorende huis. Tot in de jaren zestig woonde hier de vuurtorenwachter met zijn familie. Nu is het te huur.

Dit soort vuurtorens zijn het symbool bij uitstek voor Bretagne, en ze zijn er in vele soorten en maten. Die van Île Louët viel in de categorie 'Phare du Paradis'. Aangezien hij niet ver van de vaste wal ligt, kon indertijd de vuurtorenwachter er een gezinsleven opna houden. Iets verder op zee komen we al in de categorie 'vagevuur' (Purgatoire). Maar het moeilijkst hadden de wachters het op de geïsoleerde Phares d'Enfer (vuurtorens van de hel). Daar beukten zee en stormen erop los, terwijl de vuurtorenwachter ervoor verantwoordelijk was dat alles het bleef doen, om de scheepvaart voor ongelukken te behoeden.

In de vuurtoren van Ar-Men, in het uiterste westen van Bretagne, draaiden de vuurtorenwachters diensten van twee weken op, twee weken af. Dat wil zeggen: als de weersomstandigheden toelieten dat de aflossing kon komen. Regelmatig was dat niet het geval. Als het stormde, schudde het hele gebouw en vielen de schilderijen van de muur. Niet vreemd dus dat vanaf de jaren zestig steeds meer vuurtorens geautomatiseerd zijn. Inmiddels zijn er in Bretagne nog maar vijf bemande vuurtorens over. Maar het idyllisch gelegen wachtershuisje op Ile Louët is van april tot en met oktober bijna permanent bewoond door huurders die zich voor een paar dagen eigenaar van een privé-eiland kunnen wanen.

Boekingen van de vuurtoren lopen via het Office de Tourisme van Carantec. Tel: +33-298-670043, e-mail: carantec@tourisme.morlaix.fr Voor meer info: www.tourisme-morlaix.fr/je-reserve-ile-louet.

Wees op tijd met boeken, vanaf eind januari loopt het snel vol. Capaciteit: 8-10 personen. De watersportclub Carantec Nautisme verzorgt de overtocht voor 100 euro, heen en terug (vaste prijs voor 1 tot 10 personen maximaal).

Meer algemene informatie over de Bretonse eilanden is te vinden op de officiële site van het Bretons verkeersbureau: www.bretagne-vakantie.com/ontdek-bretagne/eilanden-en-schiereilanden.

Artistiek Belle Île
De excentrieke actrice Sarah Bernhardt werd in 1894 zo overweldigd door de ruige schoonheid van dit eiland, dat ze prompt een leegstaand fort aan de noordkust opkocht en het in de daaropvolgende jaren veranderde in een artistieke pied-à-terre voor haarzelf en haar kunstenaarsvrienden. Bernhardts fort en de bijgebouwen zijn nu open voor bezoekers. De omgeving en de tentoonstelling geven een mooi inkijkje in het strandtoerisme van vóór de Eerste Wereldoorlog, met enorme hoeden, parasols en veel zilverwerk.

De Franse superster was niet de eerste artiest die geraakt werd door de ruige schoonheid van dit grootste van de Bretonse eilanden. De Franse schilder Claude Monet kwam hier aan in de zomer van 1886 voor een kort bezoek, maar bleef hangen tot eind november. Met name de ruige rotskust bij Port Coton fascineerde hem. Hij schilderde er in wind en regen tientallen doeken die groot succes oogstten in Parijs. Zo maakten de Parijzenaars, voor wie Bretagne in die tijd een verafgelegen en exotisch oord was, kennis met de ongerepte schoonheid van deze provincie. Toen Auguste Rodin voor het eerst in werkelijkheid de Bretonse rotskust zag, zou hij hebben geroepen: "Het is een Monet!"

Behalve de ruige westkust heeft Belle Île ook een lieflijker kant. Er zijn brede zandstranden en kleine vissershavens met witgekalkte huizen en kerkjes. Overal bloeien wilde bloemen. De burcht in Le Palais herbergt het historisch museum, waar onder andere te zien valt hoe een vloot van 72 Hollandse schepen onder leiding van Cornelis Tromp voor een zwarte bladzijde zorgden in de plaatselijke geschiedenis. Voor een vrolijker noot zorgen de jaarlijkse grote muziekfestivals. Ongetwijfeld had Sarah Bernhardt het internationale operafestival Lyrique-en-Mer weten te waarderen.

Belle Île biedt overnachtingsmogelijkheden in alle prijsklassen: hotels, chambre d'h¿tes, gîtes en campings. Voor een overzicht en informatie over de veerdiensten: www.belle-ile.com. Bijzonder is het museum-hotel in de haven van Le Palais, gevestigd in de citadel: www.citadellevauban.com. Hoog op de kliffen langs de westkust, op loopafstand van de rotsen waar Monet zo door gefascineerd was, ligt hotel Grand Large. Fantastisch uitzicht!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden