Kies Eerste en Tweede Kamer tegelijkertijd

Dit moeten de laatste verkiezingen van provinciale staten zijn waarbij tevens de senaat wordt gekozen. De volgende keer moet de Eerste Kamer door middel van een directe stem tegelijk worden gekozen met de Tweede.

Van kiezers wordt op 11 maart weer een onmogelijke keuze gevraagd. Enerzijds wordt er via spotjes op gewezen dat de provinciale staten echt belangrijk zijn, anderzijds zeggen landelijke politici dat kiezers ook de verhoudingen in de Eerste Kamer in het oog moeten houden. Kan het anders en zouden we de Eerste Kamer niet ook direct moeten kiezen?

In 1848 was Thorbecke voor een rechtstreeks gekozen Eerste Kamer. Alleen omdat de conservatieve -indirect gekozen- Tweede Kamer zich verzette, werd een getrapt stelsel ingevoerd.

Het kiesstelsel van 1848 beoogde een direct verband te leggen tussen provincies en landsbestuur. Iedere provincie had een vast aantal afgevaardigden. Limburg bijvoorbeeld vier en Gelderland zes. Aan het begin van de vorige eeuw bleek dat die band fictie was geworden. Kandidaatstelling in een provincie gebeurde niet op regionale overwegingen, maar op grond van de kansen om gekozen te worden. Zo waren de Hagenaars Colijn en Lely senator voor respectievelijk Gelderland en Friesland.

In 1923 werd de band met de provincies formeel verbroken. In 1983 werd definitief een landelijk kiesstelsel ingevoerd. De stemmen van alle statenleden bepalen de uitslag van de Eerste-Kamerverkiezingen. Een vertegenwoordiging van provincies is de senaat dus allang niet meer.

De invoering van het getrapte kiesstelsel was een gevolg van conservatief verzet. Als 'wisselgeld' voor het realiseren van andere hervormingen, stemde de liberale minister Donker Curtius ermee in. In 1848 werd ook gesteld dat voorkomen moest worden dat Tweede en Eerste Kamer te veel op elkaar zouden gaan lijken. Er werden aan de verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer daarom tevens financiële eisen gesteld. In 1887 werden die verlaagd, waardoor ook personen die een ambt hadden bekleed konden worden gekozen. Sinds 1917 gelden voor beide Kamers dezelfde vereisten.

De vraag is of het kiesstelsel ervoor zorgt dat er in de Eerste Kamer 'andere' (lees onafhankelijker) politici komen dan in de Tweede Kamer. Door indirecte verkiezing, zo is de redenering, staan Eerste-Kamerleden wat verder van de dagelijkse politiek af. Dat is echter maar betrekkelijk. De Eerste Kamer zit vol met partijkopstukken. Stekelenburg (PvdA) werd zelfs genoemd als kandidaat-premier, het CDA heeft een oud-voorzitter en oud-vice-voorzitter in zijn midden, en de fracties van VVD en D66 tellen diverse oud-bewindslieden. Als regel zijn Eerste-Kamerleden zeer trouw aan de eigen partij, en zullen zij niet snel tegen de partijlijn ingaan.

De andere politieke rol die Eerste-Kamerleden soms wel kunnen spelen, hangt veel meer af van het feit dat zij geen beroepspolitici zijn. Het lidmaatschap kost maar één dag in de week en wordt vaak gecombineerd met een andere baan. Senatoren zijn in die zin wel onafhankelijker.

Tegenstanders van rechtstreekse verkiezing zullen er ongetwijfeld op wijzen dat indirecte verkiezing heeft geleid tot een terughoudende opstelling van de Eerste Kamer. De senaat erkent immers het primaat van de direct gekozen Tweede Kamer. De vraag is echter of dit staatsrechtelijk enig hout snijdt. Zolang beide Kamers eenzelfde soort meerderheid hebben geldt die terughoudendheid en zijn er niet al te veel problemen te verwachten. Maar als de Eerste Kamer een andere meerderheid heeft dan de Tweede Kamer is er voor die meerderheid geen enkele beperking om alles tegen te houden wat verwerpelijk wordt geacht. Met andere woorden: je kunt van oppositiepartijen niet verlangen dat ze willoos alles slikken wat wordt voorgesteld door een regering met een andere politieke kleur. Dat is tegelijkertijd de zwakte van het huidige stelsel: Tweede en Eerste Kamer moeten 'anders' zijn, maar ook weer niet te veel.

Die constatering leidt tot de conclusie: laat Tweede en Eerste Kamer direct en tegelijkertijd kiezen. Ook dan bestaat de kans dat beide Kamers enigszins in samenstelling verschillen, omdat kiezers hun 'tweede' stem anders kunnen gebruiken. Maar omdat de machtsvraag veel nadrukkelijker aan de orde is, is de kans daarop ook weer niet zo groot. Bijkomend voordeel is dat als er een conflict ontstaat, ontbinding van de Eerste Kamer mogelijk wordt. Nu kan dat niet, omdat bij ontbinding van de senaat de provinciale staten niet worden ontbonden.

Rechtstreekse verkiezing betekent in ieder geval dat we de statenverkiezingen niet belasten met een oneigenlijk landelijk element en kiezers geen onmogelijke keuze voorleggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden