'Kiem van het goede is er altijd'

Niet zelden was gevangenisdominee Jan Eerbeek de enige die het nog zag zitten met een gevangene. Vorige week nam hij afscheid als hoofdpredikant van het ministerie van justitie.

Hij was net aangesteld en had nog maar amper zijn intrek genomen in de domineeskamer die volgestouwd stond met zware theologische handboeken, toen één van de jongens van de jeugdgevangenis in Vught hem toeriep: "Hé do, je moet hier niet praten maar je moet wat doen voor de mensen." Jan Eerbeek snapte direct wat er van hem werd verlangd. 'Tot op de vierkante millimeter persoonlijk zijn' in gesprekken met gevangenen en 'diep leren luisteren'.

Zijn roeping noemt hij het ook wel. "Die achttienjarige, het was toen nog nieuw voor mij, die had iemand nodig. Hij had behoefte aan begeleiding om er uit te komen." Een paar dagen later rijdt Eerbeek diezelfde jongen in zijn gele Eend naar diens moeder. Eerbeek: "Het eerste wat hij deed was de kelder induiken om naar zijn fretten te kijken."

Aansluiten bij het gewone leven, dat is wat Eerbeek al die jaren doet. "Dan krijg je een briefje of je er als dominee voor wil zorgen dat de hond een keer op bezoek mag komen." Ook dat beschouwt de gevangenisdominee als een pastoraal gesprek. Dat gaat immers om alledaagse dingen en kan ineens overgaan in diepere zaken. "In het gewone groeit het vertrouwen voor het diepere."

Eerbeek blijkt over het engelengeduld te beschikken dat hiervoor noodzakelijk is. "Ik heb in Scheveningen tweeënhalf jaar een gevangene gehad waarvan ik dacht; 'ik hoor niet wat er echt aan de hand is'. Totdat hij, nadat de man opnieuw was komen vast te zitten, voor het eerst diens levensverhaal hoort. 'Jij vertelt me nu iets dat je me nog niet eerder gezegd hebt. Hoe komt dat?', vroeg ik hem.

'Nou dominee, weet u nog? Tijdens de vorige detentie overleed mijn oma en bent u met een bos bloemen naar de begrafenis geweest en hebt daar namens mij gesproken. U kwam direct daarna naar mijn cel en vertelde hoe het was geweest. Weet u, toen had ik het gevoel dat we een beetje familie waren.' En dat is ook zo", zegt Eerbeek.

Afgaande op de vele cadeaus en bloemen die zo kort na het officiële afscheid een groot deel van de gang van zijn Haagse huis vullen, heeft de dominee op zijn minst een hechte band met gedetineerden. Een glazen schaal gemaakt door gevangenen van het forensisch psychiatrisch centrum Oldenkotte springt er met zijn opvallende kleuren uit. Eerbeek pakt het kunstwerk op en draait het rond. "Prachtig" vindt hij het geschenk, net als de Christusdoorn die op zijn vensterbank staat te pronken, en die hij ook ooit van een gedetineerde kreeg.

Er wordt hem weleens gevraagd of er gevangenen zijn die tot bekering komen. "Dat is helemaal niet de inzet van mijn werk", zegt Eerbeek verontwaardigd. "Wat ik daar te brengen heb, is dat ik in mensen geloof. Er was ooit een gevangene die zei; 'de dominee gelooft meer in jou dan je in jezelf gelooft'. En tijdens de kerkdienst, waar in de gevangenis altijd veel belangstelling voor is, dragen wij uit dat er iemand is boven ons, die je draagt, die geborgenheid geeft, die je bij je naam kent, die met jou naar de dag van morgen gaat en perspectief biedt."

De hoop in leven houden is belangrijk. Tegen het einde van een bezoek vraagt Eerbeek of er iets is om samen voor te bidden. "Jij altijd met dat bidden", schamperde een uitbehandelde tbs'er een keer. Eerbeek: "Maar hij zei ook te hopen ooit nog eens onder begeleiding zelf boodschappen te doen. Zullen we daar dan voor bidden, vroeg ik hem, om die wens van jou?"

Ja ook dat is een kwestie van geloven, vindt de gevangenisdominee. "Geloven dat ieder mens, hoe die ook in onvermogen gevangen zit, binnen zijn of haar mogelijkheden een stapje vooruit kan zetten. Dat is het mooie van het gevangenispastoraat. Wij zitten niet vast in formats of in vragen over de missie van onze organisatie, wij zijn gewoon onderweg met mensen en zoeken of er nog wat te hopen valt."

En dat kan diverse vormen aannemen, tot aan het organiseren van een bingo aan toe. "'Is dat nou een taak van een dominee', zeiden ze dan. Maar het was een pedagogische bingo, want wij spraken destijds ook de prijzen door. Dan zei ik; 'volgende week hebben we een gemeenschapsavond. Dan is het van belang dat we een goede sfeer met elkaar hebben'. 'Komt voor elkaar dominee', zeiden ze, en dan kon ik er ook op rekenen. 'Wat zijn de prijzen?', wilden ze vervolgens weten. 'Ja, daar gaan we het over hebben. Wat zou je willen winnen voor je kinderen, wat hebben ze nodig? En dan hadden we dáár een gesprek over. Ook over wat zij aan hun partners wilden geven."

Natuurlijk, Eerbeek heeft het fenomeen draaideurcrimineel van dichtbij meegemaakt en hij heeft zich weleens afgevraagd of het niet dweilen met de kraan open is. "Maar als dienaar van God zoek ik mensen op tot in de uithoeken van het bestaan. Dus als er niemand meer is die in een gevangene gelooft, dan ga ik er heen. Dan spoor ik, soms met een vergrootglas, de kiemen van het goede op. Die zijn er altijd."

Zelfs op de longstay-afdeling voor tbs'ers die geen kans hebben op een terugkeer in de maatschappij. Ook daar onderhield Eerbeek, naast het managen en vergaderen als hoofdpredikant op het ministerie van veiligheid en justitie, contact met zijn 'bewoners'. "Jaap, die ken ik al zolang ik bij justitie werk. Ik bezoek hem ieder jaar rond zijn verjaardag met gebak en een pakje. Hij vertelde me laatst dat hij had gebeld met Cor en Nel, die hij nog kent uit zijn tijd in de Scheveningse strafgevangenis. En dat is heel bijzonder, want verder is niemand in staat gebleken contact met deze vrijwilligers te onderhouden."

Als tijdens een van zijn lezingen wordt gevraagd of gevangenen zich wel van hun schuld bewust zijn, riposteert Eerbeek graag met het voorstel na de pauze in een kring te gaan zitten en het met elkaar over schuld te hebben. "Zo gemakkelijk is dat niet." De gevangenisdominee vindt het centraal stellen van het slachtoffer door staatssecretaris Teeven van veiligheid en justitie van groot belang.

"Daar moeten wij het over hebben, over het delict. Dat is een sterke taak van ons als geestelijk verzorgers. Wij kunnen dat bespreekbaar maken, omdat we een vrijplaats zijn, wat wil zeggen dat wij daar niet over rapporteren. Je kunt nooit herstellen in het leven als je niet op enigerlei wijze verantwoordelijkheid neemt voor je daden. Doe je dat, dan kun je daarvan bevrijd worden. Dat is wat wij ook doen, en dat gaat heel diep."

Aan beide kanten. 'Meneer Milan heeft naar je gevraagd', kreeg Eerbeek te horen van een collega-pastor twintig jaar nadat hij deze gevangene uit Moldavië had gesproken. Hij grijpt in de borstzak van zijn colbertje en haalt er drie geplastificeerde afbeeldingen uit van een klooster hoog in de bergen van Moldavië. "Deze kaarten zijn in dit klooster ingezegend. Die moet u bij u dragen dominee." En dat doet Eerbeek ook. "Natuurlijk, dit is een geschenk uit het hart."

Om privacyredenen zijn de namen van gedetineerden gefingeerd.

Jan Eerbeek
Na een studie theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam werkte Jan Eerbeek al snel als geestelijk verzorger in de jeugdgevangenis Nieuw Vosseveld in Vught, in het Huis van Bewaring in Den Bosch en in Scheveningen. Vanaf 1998 was hij hoofdpredikant bij het ministerie van veiligheid en justitie en gaf hij leiding aan vijftig justitiepredikanten. In 1981 richtte hij de stichting Exodus op, als hulp aan ex-gedetineerden. Inmiddels heeft de stichting elf opvanghuizen met een capaciteit van 450 bewoners per jaar. Het twaalfde huis komt op Bonaire. Eerbeek schreef een aantal boeken over zijn werk als gevangenispastor; bij zijn afscheid publiceerde hij 'Gaan in het licht van de hoop' (Ark Media).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden