Kiekendief, karekiet en koek

Het koninkrijk en zijn natuur

Nederlandse natuur bestaat niet, vonden veel Nederlanders eind negentiende eeuw. Maar het denken daarover begon toen langzaam te verschuiven. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 27.

Hoeveel typisch Nederlands kan er in één fenomeen samenkomen? De plaatjes en albums van Verkade combineerden het koekje bij de koffie en de vaderlandse natuur met een spaaractie. Tegenwoordig geven we gretig inkijkjes in ons koopgedrag om met Airmiles nog meer en net ietsje goedkoper te kunnen consumeren. Elk internationaal voetbaltoernooi is goed voor scheepsladingen plastic prullaria waarmee supermarkten klanten proberen te trekken. In de eerste helft van de twintigste eeuw mocht achter dergelijke promotieactiviteiten nog een verheffingsgedachte zitten.

Verkade begon in 1906 met de vier seizoenen. Miljoenen albums en meer dan een miljard plaatjes verder keek de schrijver Jac. P. Thijsse tevreden terug. In een interview noemde hij de albums "een geschenk aan het Nederlandse volk, waarvan we de betekenis nauwelijks kunnen beseffen. We hebben de mensen de liefde voor de natuur niet met de paplepel maar met de koek ingegeven." Op 7 januari 1945, een dag voor zijn dood, was Thijsse nog stelliger in een brief aan de directeur van Verkade: 'In de beschavingsgeschiedenis van Nederland hebben de Verkade-albums een blijvende plaats.'

Het koekjesoffensief was hard nodig. Dat er van oudsher een band bestond tussen de Nederlanders en hun natuurlijke omgeving, bleek uit hun beroemde schilderkunst. Daarin nam het landschap een prominente plaats in.

De verhouding had wel iets dubbels. De natuur vertegenwoordigde het werk van God, Zijn schepping. Tegelijkertijd ging er veel onheilspellends in schuil. Verbijsterende krachten konden loskomen.

De mens bood steeds meer tegenwicht. Hij veroverde land op de zee. Hij bedacht machines waarvan het vermogen in veelvouden van dierlijke kracht werd uitgedrukt. Het leek bovendien alsof de elementen minder vat hadden op stedelijke gebieden. Met het groeien van de afstand tot de natuur kreeg die echter een steeds gevaarlijker imago. In de sprookjes en volksverhalen die in de negentiende eeuw werden verzameld en geschreven ging het fout zodra personages de gebaande paden verlieten en zich diep in het groen waagden.

De Nederlanders brachten meer en meer land in cultuur. Ze polderden in, ontgonnen en ploegden om. Gronden die niets opbrachten konden eigenlijk geen waarde hebben. 'Onland' werden ze in de negentiende eeuw genoemd. Voor waardevolle natuur moest je in het buitenland zijn, kregen zelfs de kinderen op school te horen. Potgieter dichtte in 1832:

Graauw is uw hemel en stormig uw strand

Naakt zijn uw duinen en effen uw velden

U schiep natuur met stiefmoeders hand

Een enkeling zag meer. "Hoe heerlijk is het hier, waar het oog vrij over een ontzagwekkende ruimte gaat! Wat plegtige grootheid heeft het heideveld", schreef de schrijver/predikant Jacobus Craandijk in 1887 in een van zijn 'Wandelingen door Nederland' over de heide in Gelderland. Veel tijdgenoten zagen arme, schrale grond. Hij jubelde: 'Hoe ernstig schoon liggen daar voor ons de zacht glooijende heuvels. Met wat purperen weerglans gloeit het donker bruin, dat allengs in violet overgaat en aan den horizon als fijn en teeder blauw zich tegen den hemel afteekent.'

Laatste oerbos
Frederik Willem van Eeden, vader van de bijna gelijknamige schrijver, introduceerde het begrip 'natuurmonument'. Victor de Stuers had in 'Holland op zijn smalst' gewaarschuwd voor de vernietiging van het stenen erfgoed: 'Nog dagelijks zet de moker zijn ondoordacht werk voort.' Van Eeden senior was in 1880 al bijna tien jaar te laat om Nederlands laatste oerbos, het Beekbergerwoud even ten zuiden van Apeldoorn, te redden. 'Dit bosch had als monument van de voormalige natuur van ons land niet minder waarde dan oude gebouwen voor de geschiedenis der vaderlandsche kunst, en het redden van zulke merkwaardige plekjes uit sloopers handen moest aan de Koninklijke Akademie van Wetenschappen worden opgedragen.'

Het besef van de waarde van de Nederlandse fauna groeide al even langzaam. In de eenentwintigste eeuw zou Nederland een dierenpartij, een dierenpolitie en een protocol voor gestrande bultruggen krijgen. Eind negentiende eeuw moest er altijd ook een menselijk belang gediend worden. In 1880 nam de Tweede Kamer een Wet tot bescherming van de diersoorten aan. Dat was niet de volledige naam. Die luidde: Wet tot bescherming van de diersoorten, nuttig voor de Landbouw en de Houtteelt.

Op 1 januari 1899 werd de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels opgericht. Het eerste jaarverslag benadrukte: 'Vogelbescherming behoort niet alleen te geschieden uit het oogpunt van medelijden en leedgevoel bij het dooden van onze zoo lieve gevederde zangers of ter waardering van het schoone en poëtische in de natuur, maar ook voor een zeer groot deel op utiliteitsgronden.'

De Vogelbescherming had in de jaren daarvoor al een voorloper gehad. Een groep vrouwen verzette zich tegen het doden uit praalzucht en richtte de Bond ter Bestrijding eener Gruwelmode op. Hoeden met een overdaad aan veren of zelfs volledige vogels erop stuitten hen tegen de borst.

Naardermeer
Toen de gemeente Amsterdam rond de eeuwwisseling haar oog liet vallen op het moerassige Naardermeer als geschikte plek om vuil te storten, kwam de hele geschiedenis van de voorgaande kwarteeuw samen in het verzet van Jac. P. Thijsse, de man achter de Verkade-albums. Hij viel Van Eeden senior bij: "Er wordt tegenwoordig veel gedaan voor het behoud van monumenten van kunst en geschiedenis. De tijd breekt nu aan dat dezelfde zorg zich uitstrekt tot de natuur zelve, dat er middelen worden gevonden om te verkrijgen het behoud van de 'belangrijke natuurhistorische landschappen'." Met de 'rijksdaaldermaatstaf' viel de waarde van lepelaars, kiekendieven en purperreigers niet uit te drukken, stelde Thijsse. Maar 'omdat de mens van brood alleen niet kan leven is er ook nodig kennis en kunst en levensvreugde; die zijn alleen te verwerven door liefdevolle aanschouwing van de rijke levende natuur. Van dit artikel leveren de onvruchtbare plassen meer op per hectare dan menig andere bezitting in Nederland.'

Na een paar mislukte inpolderpogingen moest nu het plan voor het vuilstorten van tafel. Thijsse pleitte voor een fonds om het Naardermeer op te kopen. Zou dat niet meer lukken, dan moesten andere parels worden 'behouden voor wetenschap en de poëzie'. Zijn opzet slaagde. In april 1905 werd de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland opgericht. In september 1906 kon de organisatie het meer kopen voor 150.000 gulden.

Zo werd 1906 een gedenkwaardig jaar voor de natuurbescherming en het natuurbesef. De vernietiging van het Nederlandse landschap ging ook in volgende jaren door. Anderen zullen een verband proberen te leggen tussen Thijsse en obsessieve natuurliefde, zogenaamd verwilderde postzegelnatuur en draconische beschermingsmaatregelen rond zeldzame soorten. Een ding is zeker: zonder Natuurmonumenten en Verkade-albums was Nederland slechter af geweest.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen?

In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt Trouw tot het einde van dit jaar elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden