Kieft weet van geen faalfobie, Ajax des te meer

AMSTERDAM - Hoeveel hele en halve scoringskansen zou Ajax per competitie eigenlijk missen? Zestig? Tachtig? Honderd? Honderdtwintig? Veel, in ieder geval. Zo veel, dat de UEFA Cuphouder ten opzichte van PSV voor het zoveelste jaar - om met Louis van Gaal te spreken - achter de feiten aan loopt.

MATTY VERKAMMAN

Vroeg in 1988 had PSV voor het laatst een competitiewedstrijd in Amsterdam gewonnen. Dankzij exAjacied Soren Lerby werd het toen 0-1. Even later maakte Romario zijn opwachting in Eindhoven, maar die leed in Amsterdam alleen maar nederlagen. Zonder de disciplinair gestrafte Braziliaan werd het gistermiddag 1-2. Het gekke was dat Ajax veel sterker een type-Romario miste dan PSV. De regerend kampioen had zich tactisch goed ingesteld op de nationale rivaal en voer blind op een andere ex-Ajacied, Wim Kieft. Romario is een eenling in de Philipsfamilie, maar voor Ajax zou hij een uitkomst zijn. Dan konden de Amsterdammers verlost worden van hun faal-fobie voor de goal.

Romario heeft voor dit seizoen aangekondigd veertig doelpunten te maken. Zo'n score is eerder bij die andere club van rood en wit bereikbaar. Ajax speelt immers altijd puur aanvalsvoetbal. De ene golf na de andere beukt op de wering van de tegenpartij, maar hoe goed de diepste spits Stefan Pettersson ook meevoetbalt, op het gebied van de afronding laat hij het steeds weer afweten. Van Gaals voorganger Leo Beenhakker heeft daar wel eens voorzichtig-kritische opmerkingen over gemaakt, maar Pettersson daadwerkelijk hard afvallen is een ander verhaal. De Zweed is namelijk een opofferende teamspeler, die door coaches en medespelers ten zeerste wordt gerespecteerd.

Pettersson is een gentleman, een heer in en buiten het veld. Zo iemand valt men niet gauw af. Hoewel het natuurlijk wel zorgwekkend is, dat hij even goed - en min of meer rechtstreeks - verantwoordelijk is voor de drie verloren punten in een week. Tegen Sparta verspeelde hij vorige week de eenvoudigste kansen en gisteren was het niet anders. Zelfs de eenvoudige in-tikker blijkt nu al een probleem voor Pettersson. Invaller Van Loen zette hem in de tweede helft in de best mogelijke positie voor Hans van Breukelen, maar nog bleef een doelpunt uit. Zoals Pettersson halverwege de eerste helft ook niet thuis gaf bij een ideale voorzet van Frank de Boer. Overigens kon men de zaak ook van twee kanten bekijken. Pettersson mocht dan falen, evenzeer was er een glansrol voor Van Breukelen, nog altijd Nederlands beste doelman. Het hoge cijfer voor de oude man werd achteraf ook door PSV-coach Hans Westerhof benadrukt. "In de eerste helft waren we te veel in de problemen. Van Breukelen heeft ons toen gered." Zo was het precies. En even zeer was waar dat de tactiek van PSV goed uitpakte. In de aanpak was voor de niet al te snelle Erwin Koeman geen plaats ingeruimd. Hij bleef de hele middag in zijn trainingspak toekijken. Westerhof: "Dat heb ik Erwin vrijdag verteld. Voor mij was het geen gemakkelijke beslissing. Erwin kon het begrijpen dat ik in het belang van de ploeg die beslissing had genomen. Daarom hebben we hier ook dankzij Erwin hebben gewonnen."

Dat dankzij Erwin Koeman stond in direct verband met Dennis Bergkamps snelheid-van-lopen-en-handelen. Die combinatie van vaardigheden zou voor de oudste Koeman waarschijnlijk te machtig zijn geweest. Nu werd de als voetballer niet hoog in te schatten, maar als breker wel nuttige Faber op Bergkamp gezet. De man die volgens de Spaanse media volgend seizoen in het Barcelona van Johan Cruijff speelt, zorgde na een actie van de op of over de rand van buitenspel vertrokken Kreek weliswaar voor de gelijkmaker, maar in algemene zin was Bergkamp bijna net zo onzichtbaar als vorige week bij Sparta. Toen werd hij door een andere PSV'er uit de derde categorie uitgeschakeld, de Belg Van Mol.

Een falende Pettersson, een tegenvallende Bergkamp en dan ook nog zwakke spelers aan de buitenkanten: Roy en Overmars. Nee, dan Wim Kieft. Deze Amsterdammer was het uiteindelijk die de hoofdrol speelde in de nogal saaie, emotiearme topper. Hij bracht de beslissing door kort na Ajax' gelijkmaker Numan met een doorkopbal voor Menzo te zetten. Veel eerder al had Kieft (hij zegde overigens af voor de interland Nederland-Italie) raak gekopt. Bij een voorzet van Vanenburg kroop PSV's beste kopper voor Ajax' beste kopper, De Boer. Laag zwevend boven de grond werd de bal achter Menzo geslagen. Het was Kiefts 146ste eredivisie-doelpunt, dat hem op de ranglijst aller tijden op de met Willy Brokamp en Piet Keizer gedeelde dertiende plaats bracht.

Voor Vanenburg was de triomf van die eerste goal minstens zo groot. In de wederzijds-enge tribunesfeer van racisme, anti-semitisme en Vanenburg-haat, moest de aanvoerder van PSV zich staande zien te houden. Tienduizenden warhoofden begonnen te joelen zodra Vaantje - een wonder van techniek toch - aan de bal kwam. "Doet me niets" , zegt Vanenburg doorgaans en doe dat met de zelfverzekerde houding van een ter dood veroordeelde. Maar toch leuk voor die tienduizenden, want die moeten de volgende dag tenslotte ook weer naar een vervelend baantje. Zo heeft iedereen zijn eigen functie in voetballand. De een is held, de ander is Koeman-klootzak, weer anderen zijn zwart en hebben op het veld al helemaal geen leven en tientallen randdebielen staan een uur na de wedstrijd nog op Hans van Breukelen te schelden. Wat kan een voetballiefhebber verlangen naar 1960.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden