Khadija Arib: politieke overlever vaart vaak haar eigen koers

Hoeveel steun ze buiten de PvdA heeft om Kamervoorzitter te worden, is nog niet duidelijk

Van Khadija Arib (PvdA), kandidaat-voorzitter van de Tweede kamer, kan van alles worden gezegd, maar niet dat ze een grijze muis is. Binnen de fractie hoort ze tot de linkervleugel, ze heeft een scherpe tong, gaat conflicten niet uit de weg en opereert niet altijd even tactvol. Een lastige voor de fractieleiding dus.

De laatste drie Tweede Kamerverkiezingen leek het er op dat ze, gezien de peilingen en haar lage plaats op de kandidatenlijst (eenmaal op plaats 34, tweemaal op 30) op weg was naar de uitgang.

Uiteindelijk redde ze het telkens weer. In 2006, omdat een aantal PvdA-Kamerleden doorstroomde naar het kabinet-Balkenende en in 2012 dankzij een verrassende uitslag (38 zetels) voor haar partij. In 2014 werd ze, hoewel omstreden, door haar fractie verrassend gekozen tot fractiesecretaris.

Vlak voor Kerst kandideerde haar fractie haar voor het Kamervoorzitterschap, een functie die ingevuld moet worden na het vertrek van Anouchka van Miltenburg (VVD). Kortom, een politieke overlever, deze Arib (55), die in 1976 als 15-jarige samen met haar moeder van Casablanca (Marokko) naar Nederland kwam.

Sinds 1998 zit Khadija Arib - met een korte onderbreking in 2006-2007 - in de Tweede Kamer. Daarmee hoort ze tot de nestors, samen met Harry van Bommel (SP) en Kees van der Staaij (SGP). Na de sociale academie en een studie sociologie aan de Universiteit van Amsterdam werkte ze achtereenvolgens bij welzijnsstichtingen in Breda en Utrecht, had ze een baan aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en was ze beleidsmedewerker bij de afdeling maatschappelijke Opvang en gezondheidszorg bij de gemeente Amsterdam. Ze was medeoprichter van de Marokkaanse Vrouwenvereniging in Nederland.

In de loop der jaren heeft Arib zich op enkele onderwerpen scherp geprofileerd: op de positie van de vrouw, met name binnen de Marokkaanse gemeenschap; op kinderrechten - de initiatiefwet om een kinderombudsman in te stellen is mede van haar - en op bepaalde zorgthema's, zoals het bestrijden van baby-sterfte.

Als het om vrouwenrechten gaat, speelt haar familiegeschiedenis een grote rol. Haar moeder en grootmoeder waren beide zelfstandige vrouwen die na verloop van tijd hun man verlieten en hun eigen geld gingen verdienen. In de traditionele Marokkaanse samenleving van haar jeugd was dat opmerkelijk.

Beide vrouwen zijn voor Arib - zelf ook gescheiden, drie kinderen - grote bronnen van inspiratie, zo blijkt uit 'Couscous op zondag', haar boek over haar familiegeschiedenis. Van betutteling of mannelijke dominantie moet ze niets hebben. Hoofddoekjes mogen, maar wel op vrijwillige basis.

Arib heeft de naam een ruziemaker te zijn. In een interview in de Volkskrant in 2012 erkent ze dat ze stevig uit de hoek kan komen. "Ik ben uitgesproken, ik ben kritisch, ik laat me door niemand de mond snoeren." Het was haar commentaar op een 'kleine groep Marokkaanse mannen die overal roept dat ik een verlengstuk van de Marokkaanse overheid ben'.

Ze had immers in 2006, net in de periode dat ze even niet in de Kamer zat, deelgenomen aan een werkgroep van de Marokkaanse mensenrechtencommissie, een adviesorgaan van de Marokkaanse koning. PVV-leider Geert Wilders greep dat aan om haar loyaliteit in twijfel te trekken. Later, in 2009, ontstond weer een rel toen bleek dat ze op kosten van de Hoge raad voor Marokkanen in het Buitenland naar een conferentie in Marrakesh was gegaan om te praten over de positie van migrantenvrouwen.

Binnen de PvdA-fractie heeft ze het soms zwaar, zo erkende ze. Ze had aanvaringen met de toenmalige partijleider Wouter Bos over Irak en over het integratievraagstuk. Ze lag in die tijd ook in conflict met 'vrouwelijke collega's in de fractie'. "Je kunt een enorme strijd hebben met mensen van wie je het niet verwacht", concludeerde ze.

En nog steeds vaart Arib soms een eigen koers. Nog niet zo lang geleden steunde ze als enige binnen de regeringscoalitie een oppositiemotie waarin wordt gepleit voor een ruimhartiger vluchtelingenbeleid.

Tot op de dag van vandaag zijn sommige fractiegenoten van haar niet te beroerd haar anoniem een mes in de rug te steken. Zo zou ze haar personeel slecht hebben behandeld, haar Marokkaanse accent zou irritatie wekken en voor het voorzitterschap is ze 'letterlijk een maatje te klein', aldus onlangs een anonieme bron in De Telegraaf.

Geert Wilders spuit zijn mening over haar in elk geval in alle openheid. Toen Arib afgelopen zondag in het tv-programma 'Buitenhof' zei dat ze als Kamervoorzitter niet zal dulden dat Wilders de term 'nepparlement' gebruikt voor de Tweede Kamer, twitterde hij dat Arib een 'nepkandidaat' is die de vrijheid van mening om zeep helpt.

Vanwege haar reputatie werden bij de VVD de wenkbrauwen gefronst toen Arib in 2014 werd gekozen tot fractiesecretaris. In die functie moet zij overleg voeren met haar VVD-collega Ton Elias, ook al geen gemakkelijk mens. Afgelopen zomer zei Elias in de Trouw-serie 'Doordouwers': "Iedereen zei: "Die gaan ruzie krijgen, Elias en Arib. Maar nee." Voor zover bekend is het tot op heden tussen die twee pais en vree gebleven.

Tot nu toe één tegenkandidaat, uitslag stemming ongewis

Naast Khadija Arib staat ook CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg kandidaat voor het Kamervoorzitterschap. Eventuele andere kandidaten kunnen zich nog tot volgende week dinsdag melden. Woensdag kiest de Kamer in een geheime stemming de nieuwe voorzitter.

Over de kansen van beide kandidaten is het moeilijk speculeren. Ook Van Toorenburg, die voorzitter was van de Fyra-enquêtecommissie van de Kamer, geldt als een stevige kandidaat. En dan is er nog de mogelijkheid dat anderen zich melden. Bijvoorbeeld VVD'er Ton Elias. Zijn naam zoemt rond in de wandelgangen. Zelf laat hij via sms weten dat hij maandag een beslissing neemt.

Verder is de vraag of PVV'er Martin Bosma zich kandidaat stelt. Veel kans lijkt hij echter niet te maken.

Zowel Arib als Elias waren na de verkiezingen in 2012 al graag Kamervoorzitter geworden. Maar de VVD-fractie gaf de voorkeur aan Van Miltenburg. Die versloeg na drie stemrondes haar PvdA-collega Arib (90 tegen 56 stemmen). D66'er Gerard Schouw was toen de derde kandidaat.

Elk Kamerlid heeft het recht zich te kandideren, ook als de eigen fractie daarvoor niets voelt. Zo versloeg Frans Weisglas (VVD) in 2002 partijgenoot Annemarie Jorritsma, die door de fractie als de officiële kandidaat naar voren was geschoven.

De Kamer beslist in maximaal vier stemrondes over het voorzitterschap. In de eerste twee rondes kunnen de Kamerleden iedere naam invullen die ze willen. Heeft geen enkele kandidaat na de tweede ronde een absolute meerderheid dan volgt een derde ronde tussen de vier kandidaten met de meeste stemmen (als er zoveel kandidaten zijn). Eventueel volgt nog een ronde tussen de twee kandidaten met de meeste stemmen. Eindigt dat gelijk dan wordt geloot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden