Keti Koti: eerst maar luisteren

Het doet geen pijn hoor, zo'n spiraaltje', had mijn toenmalige huisarts lachend gezegd, terwijl hij de ijskoude eendebek inbracht. Om daar even later, toen hij mij hoorde kermen van de pijn, aan toe te voegen: 'Kom, kom, een beetje flink zijn, meisje. Zo erg is het nou ook weer niet.'

Een man van middelbare leeftijd, die mij, meisje, even uitlegt hoe het precies zit, met zo'n baarmoeder. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen ('Zo deed hij het al jaren en er had nog nooit iemand geklaagd'), maar daar ging het niet om. Ik had pijn, hij bagatelliseerde die.

Woest was ik. En ik werd nog bozer toen hij maar niet wilde snappen waar ik mij nou zo druk om maakte. Het spiraaltje zat er in toch? Nou dan. Dat ik recht had op mijn pijn, en hij niet het recht had daar iets van te vinden, dat was voor hem duidelijk een brug te ver. 'Het gaat hier niet om jou, het gaat hier om mij!', had ik hem willen toeschreeuwen toen. Maar ik hield mijn mond en nam een nieuwe huisarts.

Ik moest weer aan dat voorval denken toen ik deze week in een felle discussie belandde naar aanleiding van een artikel van Quinsy Gario in NRC, waarin hij beschreef hoe sommige witte mensen zich menen te moeten mengen in het debat over racisme, en daarbij meer bezig lijken met hun eigen plaats in dat debat dan met de inhoud en oorsprong ervan.

Of, zoals hij het zelf verwoordde: 'Het articuleren van de primaire behoeften en het uitstippelen van de tactieken en de strategie om de strijd aan te gaan met racisme en uitsluiting, moet niet uit mensen komen die er niet direct door worden geraakt.'

Dat was voor veel - voornamelijk witte - mannen in mijn omgeving erg moeilijk te verkroppen. Ze voelden zich, zo bleek al gauw, aangevallen, buitengesloten, weggezet, gediskwalificeerd. 'Zo doe je precies wat je wilt bestrijden: mensen indelen in hokjes.'

Dat ze met hun gekrenkte reacties precies bewezen wat Gario in zijn stuk beschreef, namelijk het hardnekkige onvermogen om over het eigen privilege heen te kijken en de autonomie van 'de ander' te erkennen, is op zijn zachtst gezegd ironisch. Want eigenlijk zeggen ze daarmee, ongetwijfeld onbewust en met even goede bedoelingen, precies wat mijn huisarts zei: 'Een beetje flink zijn. Zo erg is het nou ook weer niet.'

Deze discussie roept een fundamentele vervolgvraag op: moet je iets zelf hebben meegemaakt om er iets van te kunnen vinden? Ik denk het niet. Maar dat ontbreken van eerstegraads ervaringsdeskundigheid brengt wel een bijzondere verantwoordelijkheid met zich mee: die om te luisteren. Bescheidenheid, zo u wilt. Een bescheidenheid, die in het Nederlandse debat over, ik noem maar wat, Zwarte Piet, alledaags seksisme of institutioneel racisme, maar al te vaak ontbreekt.

Morgen is het precies 153 jaar geleden dat Nederland, als een van de laatste landen in Europa, officieel de slavernij afschafte in Suriname en de Nederlandse Antillen. Keti Koti, verbroken ketenen, dat vanavond en morgen weer op verschillende plekken wordt herdacht en gevierd, lijkt mij een uitgelezen gelegenheid om te beginnen met luisteren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden