Kerstverhaal / Ruth

Morgen is het Kerstmis, gelukkig, ik ben weer thuis.

Joost van Velzen

Doodmoe zak ik in mijn stoel neer. Ik ben weggeweest, maar weet niet meer waarnaar toe.

Het is zo dof in mijn hoofd. Er is vast iets mis met me.

Kerst, o, ja, want daar staat mijn boompje.

Er wordt gebeld, rare tijd denk ik, het is toch bijna nacht? Zal ik wel open doen? Er wordt door de brievenbus iets geroepen. “Buurvrouw, je sleutels zitten nog in de deur.” Is het dat? Ik zucht van opluchting. “Dank je wel, buurman, fijn dat je het zag.”

“Welterusten,” zegt hij. Ik sluit de deur goed af.

Wat heb ik een slaap. Ik zal toch niet die enge ziekte hebben? Ik vergeet steeds van alles.. Soms kijken mensen me raar aan als ik wat zeg, dan heb ik vast een verkeerd antwoord gegeven.

Hoe heet die ziekte ook weer? Heininger? Nee, alf, wolf? Wolfsheimen, nou weet ik het weer.

Ik zal het toch eens aan de dokter vragen, als ik, als‿Nu weet ik goed hoe die ziekte heet: Alzheimer, maar die ziekte heb ik niet. Ik weet niet wat er met me aan de hand is, ik ben zo suf, ik geloof dat ik maar naar bed ga. Ik ga even zitten lezen, ik heb wel slaap hoor, ik geeuw hartgrondig. De slaap is me overvallen, hier in mijn stoel. Hoe laat is het? Drie uur, zie ik, dan mag ik wel opschieten, ik wilde bij Ria thee gaan drinken..’t Is wel vroeg donker vanmiddag. Maar kijk nu, het sneeuwt, opgewonden klap ik in mijn handen. Sneeuw, een witte Kerst. Op het plein waar ik loop, is een grote kerstboom, met allemaal lichtjes erin..

Waar moet ik heen? Opeens ben ik alles kwijt, ik weet de weg niet meer, alles is anders, met die sneeuw.. Dit klopt niet, ik wil naar huis.

Daar is een bushalte, In het hokje ga ik zitten, tot de bus komt. Brr, het is wel koud, als die bus nu maar gauw komt. Ik ben zo moe, hoor ik daar klokken luiden? Kerstmis? Is het nu Kerstmis? Er komen Engelen aan, twee prachtige witte gedaanten, ze wenken me.”Ruth, kom maar,” O, wat mooi, wat prachtig.

Heb ik geslapen, dat moet wel.

“Meneer, agent?”

“Mevrouw,u zit hier in het bushokje te slapen. Midden in de nacht rijden er geen bussen. Zal ik u thuis brengen?”

Thuis? Mijn warme bed?

“Kom dan maar. Kunt u lopen?” Lopen? Ja hoor, waarom zou ik niet kunnen lopen?

“Waar woont u? Waar is uw huis?” Dat ik dat niet meer weet.

Die agent blijft daar ook maar staan.”Heeft u misschien een briefje, waar uw adres op staat?”

Wacht eens, een briefje? Ik zoek in mijn zak en ja hoor, daar is het, maar ik kan het niet lezen..Die agent misschien wel. “alstublieft,”zeg ik

“Aha, “ zegt de agent.. “U woont hier vlakbij, weet u het nu weer?” Ik weet niet waar ik ben, of waar ik heen moet, ik doe maar alsof ik het weet...

“Wilt u me een arm geven?”vraagt de man. Maar ik ben niet mal, ik ga midden in de nacht niet gearmd met een agent over straat. Ik kijk wel uit, maar ik struikel, het is ook glad.. Ik weet niet wie er naast me loopt.. Iemand pakt mijn arm. Zo, dat gaat een stuk beter.

Ik probeer mijn gedachten te grijpen. Net als ik er een heb, glipt hij weer weg. Wat is dat toch naar. Het is zo’n warboel in mijn hoofd. Wat zegt die man nu weer? Ik moet niet ’s nachts op straat gaan lopen.? Ha, denkt hij dat ik dat doe? Dat doet geen normaal mens.

Kijk nu, daar is mijn huis. Wieke, mijn dochter staat op me te wachten. Huilend pakt ze me vast. Waarom huilt ze?

“Koud, ik heb het koud, ik wil naar bed.” Heerlijk warm stopt ze me in. Ik soes weg, nee ik moet nog bidden. Ik ga slapen, ik ben moe. Daar zijn de Engelen weer, en ze wenken me. Ja, ik kom, ik ga mee Nu is alles alleen maar Licht en Warmte. Nu weet ik alles weer.

Ruth mag in het eeuwige huis van haar Vader Kerstfeest vieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden