Review

Kerstmis door engelenogen

Het geloof in engelen is overweldigend: 42 procent van de Nederlanders twijfelt niet aan hun bestaan. Museum Catharijneconvent stelde een fraai boek samen over de engelen in haar kunstcollectie en laat dit jaar de engelen, bij de herders in het veld en knielend naast het kribje, het kerstverhaal vertellen.

Een van de ’publiekslievelingen’ van het Utrechtse Museum Catharijneconvent is de Napolitaanse kerststal. Deze kerstgroep van ruim zestig beelden – Maria, Jozef, het kindje Jezus en een bonte schare van marktkooplui, straatzangers, muzikanten en bedelaars – brengt het kerstverhaal tot leven in de pittoreske entourage van 18de-eeuws Napels.

Eind 2004 keerde de engel met wierookvat – een van de beeldjes die nog waren achtergehouden door de schenkers van de stal – bij de groep terug. Geïnspireerd door deze terracotta kerstengel koos het museum, dat ieder jaar een ander facet uitlicht uit het kerstverhaal, deze keer voor de engelen. Verkondigend, zingend en aanbiddend afgebeeld op kunstwerken uit de eigen collectie van het museum, vertellen engelen het aloude verhaal, in een tijdelijke expositie die vanaf vandaag te bezichtigen is.

Alleen het Lucasevangelie voert engelen op als de verkondigers van Jezus’ geboorte. Van hen horen de eenvoudige ’herders die bij nacht in het veld lagen’ als eersten het grote nieuws. Maar blijkbaar is het optreden van de engelen een zo sterk tot de verbeelding sprekend verhaalmotief, dat geen kerststal compleet is zonder minstens één engel, en zij op schilderijen en prenten van het geboorteverhaal vrijwel nooit ontbreken.

Nu het toch al met de kerstengelen in weer was, heeft het Catharijneconvent het onderwerp meteen maar groots aangepakt. Kunsthistorica Inge Schriemer inventariseerde álle voorstellingen van engelen in de museumcollectie. Van de keuze die ze daaruit maakte, is een boek samengesteld, ’Engelen in de kunst’. Daarin figureren de goddelijke boodschappers in vele soorten en maten. Schriemer voorzag elk afgebeeld kunstobject van een uitvoerige beschrijving.

Theoloog en journalist Twan Geurts schetst in het boek de hedendaagse omgang met de pendelaars tussen hemel en aarde. Hij ging daarvoor te rade bij recente studies, over de cultuurgeschiedenis van de engel en over het wegwieken van de engelen uit kerk en theologie, maar bezocht ook De Angelshop in Utrecht en ging op engelenspreekuur in Capelle aan den IJssel.

Alle mogelijke verschijningsvormen van engelen – in film, literatuur en reclame, in visioenen en in concrete mensengedaante – laat hij de revue passeren. Nu voor grote groepen het geloof in een traditionele religie passé is en God en Jezus daardoor aan zeggingskracht hebben ingeboet, lijken veel mensen in de engelenverering een nieuwe ingang te zien om met het hogere in contact te treden, constateert Geurts.

Ook kardinaal Simonis, hoofd van de rooms-katholieke kerk in Nederland, komt in Geurts’ inleiding aan het woord. De kerk van de kardinaal onderschrijft van harte het bestaan van engelen: ’Dat is een geloofspunt, zij zijn de boodschappers van God’. Ook gelooft hij dat iedereen zijn eigen engel heeft. In de auto, voor een moeilijk gesprek, en elke avond voor het slapen gaan bidt de kardinaal tot zijn engelbewaarder.

Toch zijn engelen in zijn eigen kerk een ondergeschikte rol gaan spelen, moet Simonis beamen. En die kerkelijke verwaarlozing van de engel gaf weer de new-agebeweging de ruimte om met de engelen aan de haal te gaan. Bij het hoge new-agegehalte van de engelen-revival heeft de kardinaal zo zijn bedenkingen. Hij vindt het niet gezond dat veel new age-opvattingen engelen verabsoluteren, en: „Je mag engelen niet los zien van Christus en de Vader in de hemel. We moeten heel voorzichtig zijn met allerlei openbaringen uit de onzichtbare wereld en met heel concrete beschrijvingen van engelenervaringen. Het verschil tussen verbeelding en werkelijkheid is soms moeilijk te bepalen”, aldus de kardinaal.

Terug naar de engelen in de kunstcollectie van het Catharijneconvent. Het museum heeft ze in schier eindeloze variatie: schattige, kleine kinderengeltjes, angstaanjagende wraakengelen, serafijnen, cherubijnen, aartsengelen, beschermengelen en boodschapperengelen – zonder vleugels en mét, soms zelfs wel twee of drie paar tegelijk.

Hun kleding is afhankelijk van de kunstzinnige mode van de tijd waarin zij geschilderd, gebeeldhouwd of gebakken werden. Zo dragen engelen tot ongeveer 1400 meestal lange witte gewaden, geïnspireerd op de Romeinse tunica. In de Middeleeuwen en opnieuw in de 19de eeuw zijn ze vaak gekleed in liturgische gewaden, zoals een albe. Een enkele moderne engel verschijnt in spijkerbroek of balletpakje.

In de Bijbel lijkt de aanwezigheid van engelen vanzelfsprekend. Genesis beschrijft uitvoerig de schepping van aarde, dier en mens, maar over het ontstaan van engelen geen woord. Misschien was hun bestaan zo vanzelfsprekend dat ze geen introductie meer behoefden. Want engelen zijn van alle tijden en windstreken, en een stuk ouder dan de Bijbel. Eeuwen voor het ontstaan van de joodse religie was er al een wijdverbreide overtuiging dat geheimzinnige ’tussenwezens’ – in vele vreemdsoortige gedaantes als dieren, mensen en droomfiguren – tussen de goddelijke en de menselijke wereld als boodschappers optraden. De waarschijnlijke geboorteplaats van de engelen zoals die bekend zijn uit de monotheïstische tradities, is Iran, in de 12de eeuw voor Christus.

Veel van de engelen uit de Catharijnecollectie zijn te relateren aan bijbelverhalen. Op schilderijen en prenten met oudtestamentische bijbelscènes verschijnen ze geregeld als statige figuren in lange gewaden. Meestal komen zij met een boodschap van God, soms als straf- of wraakengel.

De nieuwtestamentische engelen zijn aanwezig bij de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van Jezus: zij kondigen zijn geboorte aan en getuigen van zijn opstanding. Hun aanwezigheid in kunstwerken moet Jezus’ belangrijke rol en goddelijke afkomst accentueren. Verder is in het Nieuwe Testament vooral het bijbelboek Openbaring rijkelijk gevuld met engelen, blazend op bazuinen of aan de zijde van aartsengel Michaël strijdend met de draak.

Engelen spelen ook een rol in de eredienst, die sinds vroegchristelijke tijden wordt gezien als een afspiegeling van de eeuwige, hemelse liturgie. Daarom sieren zij wel liturgische voorwerpen en worden ze liturgisch handelend afgebeeld.

De engelbewaarder krijgt van Schriemer een apart hoofdstuk. In de Bijbel worden beschermengelen enkele keren genoemd. Jezus vertelt zijn volgelingen over engelen die over ’de kleinen’ waken, en Paulus schrijft dat God ’dienende geesten’ uitzendt. Beschermengelen zijn altijd belangrijk geweest in de volksdevotie. Vanwege hun populariteit erkende paus Clemens X (1590-1676) officieel dat elke mensenziel beschermd wordt door een engel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden