Kerstkransjes

Samenstelling:

Tarwebloem, suiker, plantaardige oliën en vetten (palm-, kokos, en raapolie, aroma, kleurstof: E180a, emulgator: E471/E322, vitamine A/D3, voedingszuur: E270), amandelen (7%), lupinemeel, melkeiwit, invertsuiker, rijsmiddel: E500, zout.

Nodig voor circa 30 stuks:

300 g (Zeeuwse) bloem, 200 g zachte boter, 140 g witte basterdsuiker, 1 eetl melk, 1 theel bakpoeder, geraspte schil van ½ citroen, snufje zout.

Garnering:

1 losgeklopt ei, 100 g amandelschaafsel, 75 g kristalsuiker

Wie bakt er nou nog zelf koekjes? Het is niet meer van deze tijd en met supermarkten vol pakken in alle soorten en maten zou je wel gek wezen. Maar als we eerlijk zijn: niets zo lekker als een zelfgebakken koekje. Al was het maar omdat je huis er zo heerlijk van gaat ruiken. Wel liggen er voor de thuisbakker tal van gevaren op de loer; al te vaak blijkt de nijvere huisvlijt uiteindelijk te hard, te droog, te vormeloos of domweg te verbrand. Nee, dan de banketbakker. Die heeft er tenminste voor doorgeleerd. Voor de lekkerste kerstkransjes ging ik dan ook te rade bij dé banketbakker (in ruste weliswaar) van Nederland: Cees Holtkamp. Het recept staat in zijn boek ’Koekje’, dat helaas finaal is uitverkocht. Maar er gloort hoop: in de loop van 2011 verschijnt er een goedkope herdruk.

Holtkamp zweert bij Zeeuwse bloem, gemaakt van een graansoort met weinig gluten: ’Daardoor smelten ze op de tong’. Verkrijgbaar bij molenaars, banketbakkers en de firma Holtkamp zelf. En anders neem je gewone bloem hoor.

Jaja, maar is dat bakken niet een enorme hoop werk in vergelijking met een pak winkelkoekjes? hoor ik u vragen. Inderdaad. Maar je moet het ook niet zelf doen, je moet kinderen inschakelen. Die van jezelf of de buren. Kleinkinderen of neefjes. Die hangen toch achter de spelcomputer, en zo’n kerstvakantie duurt lang hoor! Je keuken is na afloop een slagveld, maar het levert de kids later wel onvergetelijke jeugdherinneringen op. Die wil je ze toch niet onthouden?

Meng de boter met basterdsuiker, melk en zout. Roer de geraspte citroenschil er doorheen. Kneed de gezeefde bloem en bakpoeder erdoor. Laat het deeg 1 uur in de koelkast rusten. Verwarm de oven voor op 160°C. Rol het deeg op een licht bebloemd werkblad uit tot een dikte van 3 mm. Steek er met een uitsteekvorm kransjes uit. Kwast de koekjes in met losgeklopt ei, doop ze in het amandelschaafsel en vervolgens in de suiker. Leg ze op met bakpapier beklede bakplaten en bak ze in 15-20 minuten goudbruin.

Rol het deeg uit op een bebloemd vel bakpapier. Het rolt wat lastiger, maar de koekjes komen veel makkelijker los. Gebruik een pannenkoekmes.

Heb je geen kransvormig stekertje? Een glas werkt ook.

Een echt kransje heeft een gat, lang leve de appelboor.

Let op: eerst amandelschaafsel, dan pas suiker, anders plakken de amandeltjes niet meer.

Verkruimel het amandelschaafsel een beetje, anders bloezen ze zo over de randen (en het zorgvuldig gemaakte gat) heen.

Elke oven is anders: blijf in de buurt, laat ze niet te donker worden!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden