Kerstdiner met tuttifrutti

Het duurde acht jaar voordat schrijver Ernest van der Kwast het weer aandurfde Kerst te vieren met zijn ouders. Traditioneel 'iets met tuttifrutti'.

De laatste keer dat ik Kerst met mijn hele familie heb gevierd, is acht jaar geleden. Mijn ouders woonden toen in Nederland, mijn verstandelijk gehandicapte broer had nog geen hekel aan feestdagen, mijn middelste broer was niet met een moslima getrouwd en ik schreef geen autobiografische verhalen. Ik studeerde fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en in de droom van mijn Indiase moeder zou ik op een dag schitteren als de nieuwe staatssecretaris van financiën. De verwachtingen waren hooggespannen in 2004.

We zaten met z'n vieren aan tafel en wachtten totdat mijn moeder uit de keuken zou komen met eten. Iets met tuttifrutti. Dat was traditie binnen de familie Van der Kwast. Het kon kip, konijn of kalkoen zijn, maar we hadden ook een keer eend met tuttifrutti gegeten. Volgens mijn moeder combineerde tuttifrutti met alles. Sommige mensen denken bij kerst aan kaarslicht of avondjurken, ik denk aan tuttifrutti.

"Er mist iets", zei Ashirwad, mijn verstandelijk gehandicapte broer. "Ik weet niet wat, maar er mist iets."

We keken om ons heen. Ja, er miste iets, maar wat?

"Ik weet het!", riep Ashirwad. "Ik weet het! Het is de kerstboom!"

Op de plek waar normaal de kerstboom stond, stond nu een langwerpige cactus. We keken er alle vier naar toen mijn moeder de woonkamer binnen kwam met een dampende pan in haar handen. "Houtduif", zei ze blij. "Met tuttifrutti."

"Wat?", zei Ashirwad. "Hond? Eten we hond met tuttifrutti?"

"Nee", antwoordde mijn moeder. "Geen hond, maar duif."

"Lekker", zei mijn vader.

"Lekker", zei mijn andere broer.

"En die cactus?", vroeg ik.

Mijn moeder keek een moment naar de plek waar vorig jaar een kerstboom stond. "Wat is er met de cactus?", zei ze.

"Waarom hebben we een cactus in plaats van een kerstboom?"

"Vinden jullie 'm niet mooi?", vroeg mijn moeder.

Niemand gaf antwoord.

"Was hij in de aanbieding?", vroeg ik ten slotte.

Mijn moeder schudde haar hoofd. "Het is nog beter", zei ze. "Hij was gratis, hij stond te verpieteren op straat."

"Arme cactus", zei mijn vader. "Arme, zielige cactus in de kou."

Ashirwad keek naar de dampende pan. "Komt de duif ook van de straat?"

Mijn moeder schudde haar hoofd. "De duif komt van de slager, de cactus stond op de stoep."

Ashirwad keek van de pan naar de cactus en weer terug. "Ik snap het niet meer", zei hij. "Hebben we geen kerstboom omdat we al een duif hebben?"

"Nee, nee", antwoordde mijn moeder. "We hebben geen kerstboom, omdat we een cactus hebben." Ze somde de voordelen op. "Een cactus gaat veel langer mee en de naalden vallen niet uit."

Je had duurzame energie, je had duurzame kleding en je had nu ook duurzame kerstbomen. Mijn moeder was de uitvinder.

"Ik vind 'm ook veel mooier dan zo'n nepboom", zei ze.

"Gaan we 'm versieren?", vroeg Ashirwad.

"Ja, natuurlijk", antwoordde mijn moeder. "Maar eerst gaan we genieten van de houtduif met tuttifrutti."

Ik hoopte dat Ashirwad niet zou vragen of we ook een liedje gingen zingen. Bij ons thuis was alles mogelijk, zoals alles mogelijk was op de schilderijen van Salvador Dalí. Hoewel, de Catelaanse kunstenaar had nog nooit een portret gemaakt van een familie die over wonderschone takken zong voor een opgetuigde cactus.

Mijn vader schonk wijn in de glazen. We hieven het glas, maar niemand zei: Vrolijk kerstfeest.

Het had ook een donkere avond in november kunnen zijn. Zo'n avond waarop je Gerard Reve gaat zitten lezen.

Mijn moeder ging iedereen langs met de pan. Ze schepte grote porties op. Bij ons thuis werd niet gedaan aan voorgerechten en tussengerechten. Dat zorgde alleen maar voor extra afwas.

De houtduif smaakte meer naar hout dan naar duif, maar gelukkig was de tuttifrutti sappig. Je kon het werkelijk overal bij serveren.

Toen zei Ashirwad opeens: "Wat een kutkerst."

"Nou", zei mijn vader, "nou, nou."

"Wat een ongelofelijke kutkerst!"

"Niet met volle mond praten, lieverd", zei mijn moeder.

Ashirwad begon wel vaker opeens te schelden. Meestal was dat als er iets onverwachts gebeurde. Hij hield erg van routine. Van de postbode die in de ochtend kwam. Van het achtuurjournaal. Van een kusje voor het slapengaan.

"Kutcactus!", riep hij. "Ongelofelijke kutcactus!"

Van een sparrenboom met kerst.

De volgende dag had ik met Karel Vijlbrief afgesproken in een espressobar.

Karel was een oud-klasgenoot van het gymnasium, een echte kakker uit Hillegersberg. Zijn ouders woonden in een vrijstaande villa met uitzicht op de Bergse Voorplas.

"Zjezus", zei Karel. "Dat heb ik ook weer overleefd." Hij vertelde over het kerstdiner bij hen thuis. Inclusief opa's en oma's, ooms en tantes, en een dozijn neefjes en nichtjes. "Het was verschrikkelijk", zei hij. "Al die familieleden die de hele tijd zeggen hoe gezellig het is. En dat zeven gangen lang."

Ik nam een slokje espresso.

"Mijn moeder speelde zes uur lang toneel", vertelde Karel. "Ze deed de hele tijd alsof. Alsof ze nog van mijn vader houdt, alsof ze haar kinderen lief vindt, alsof ze anders nooit drinkt."

Ik nam nog een slokje espresso.

"Hoe was jouw Kerst eigenlijk?", vroeg Karel.

De cactus had het niet overleefd. Maar dat was pas aan het einde van de avond gebeurd. Eerst hadden we nog vreedzaam de houtduif opgegeten, terwijl Ashirwad de hele tijd riep wat voor een ongelofelijke kutkerst het was. Het dessert had hem ook niet op andere gedachten kunnen brengen. Hij bleef zijn woorden maar herhalen. Op een gegeven moment ben ik mee gaan doen, mijn andere broer viel niet veel later in. En na zijn derde glaasje wijn was mijn vader ook om. "Inderdaad", zei hij. "Wat een kutkerst."

Mijn moeder stond op van tafel, liep naar de keuken en kwam direct terug met haar deegroller. We hielden onze adem in.

"Ik denk dat het de laatste Kerst was", zei ik tegen Karel. "De laatste Kerst samen."

"Arme cactus", mompelde mijn vader. "Arme, zielige cactus."

We hebben het nog één keer geprobeerd. In 2011. Kerst met de familie Van der Kwast. In een andere samenstelling, dat moet gezegd. Een echt samenzijn zoals in 2004 was het niet. Ik had mijn ouders uitgenodigd bij ons thuis in Italië, waar ik tot oktober dit jaar woonde met mijn vriendin en twee kinderen. Op Kerstavond stond mijn vader voor de deur. Zonder mijn moeder.

"Ik leg het je allemaal uit", zei hij.

"Ik hoop dat mama een heel goede reden heeft", zei ik. "Ik heb de hele dag in de keuken gestaan."

Mijn kinderen besprongen hun opa en leidden hem naar de woonkamer waar de tafel al gedekt was. Voor zes personen.

"Laat maar liggen", zei mijn vader toen ik het bestek van mijn moeder wilde weghalen. "Ik leg het je zo allemaal uit."

Toen we aan tafel plaats hadden genomen, vroeg mijn oudste zoon: "Waar is oma India?"

Mijn vader pakte zijn reistas erbij. Hij haalde zijn laptop eruit en klapte deze open op tafel. "Heb je wifi hier?", vroeg hij. Ik gaf hem het wachtwoord van ons netwerk. Nog geen dertig seconden later verscheen mijn moeder op het scherm.

"Vrolijk Kerstfeest allemaal", zei ze.

"Vrolijk Kerstfeest, oma", zeiden mijn kinderen.

Ik zweeg, ik keek verontschuldigend naar mijn vriendin.

"Ze vond het vliegticket te duur", legde mijn vader uit. "Het is inderdaad niet goedkoop om met Kerst te vliegen."

"Wat gaan we eten?", vroeg mijn moeder.

Ik had zeven gangen gekookt, ik wilde mijn ouders verrassen.

"We beginnen met een salade van truffelaardappel en gerookte zalm", zei ik.

"Lekker", zei mijn moeder. "Ik kan haast niet wachten."

Mijn kinderen zwaaiden naar hun oma. Mijn moeder zwaaide terug.

"Wat ontzettend gezellig", zei ze.

Ik hoefde alleen op te staan, voorover te buigen en met mijn hand de laptop dicht te klappen. Maar ik deed het niet. Dit was mijn moeder, dit was zoals ze is. Ik liep naar de keuken en haalde het voorgerecht.

"Hmm, dat ruikt lekker", zei mijn moeder toen ik een bord voor haar neerzette.

"Eet smakelijk", zei mijn oudste zoon.

"Eet smakelijk", zei mijn jongste zoon.

We begonnen te eten. Ook mijn moeder. Ze deed niet alsof, ze speelde geen toneelstuk. Ze glimlachte, ze vond het echt gezellig.

Het hoofdgerecht was hert met tuttifrutti.

"Een goede combinatie", zei mijn moeder.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden