Kerry moet uitstijgen boven het negatieve

Bush is misschien niet de beste president, maar de Amerikaanse kiezers weten wat ze aan hem hebben. Het heeft geen zin Bush neer te halen. Kerry moet gewoon persoonlijkheid tonen.

Opinieonderzoeken in de Verenigde Staten wijzen uit dat het vertrouwen in de wijze waarop George W. Bush zijn ambt vervult ongekend laag is. Niettemin blijft zijn score in de prognoses voor 2 november opvallend hoog.

Elke poging tot verklaring moet beginnen met de vaststelling dat voor de meeste Amerikanen de richtlijn 'Welke kandidaat ook, zolang Bush maar niet wordt herkozen!' niet geldt. Het Kerry-team gaat hieraan kennelijk voorbij. Het tweede televisiedebat stelde vooral teleur, omdat John Kerry na zijn eerste geslaagde aanval op Bush niet was geswitched naar de lijn: 'Hier staat iemand en die stáát ergens voor!' Kerry c.s. lijkt nog niet te beseffen dat zelfverdediging - 'ik ben niet wishywashy' - en tegenaanval - 'deze president maakt een grote fout door mij als wishy-washy te kenschetsen' - in dit stadium van de verkiezingsstrijd tekortschieten. De herverkiezing van John Howard in Australië kan ten voorbeeld strekken: een grote meerderheid van de bevolking aldaar verwerpt de deelname aan de oorlog in Irak; toch wordt de eerstverantwoordelijke daarvoor herkozen.

Bill Clinton zegt het zo: 'De Amerikanen hebben liever een sterke leider die fout zit dan een zwakke leider die het bij het rechte eind heeft.' Leiderschap, daar gaan zulke verkiezingen om. Mét een meerderheid van de Amerikaanse burgers hebben ook Europeanen belang bij een tegenkandidaat die zijn leiderscapaciteiten toont.

Vermeldenswaard zijn drie puntjes uit het virtuele handboek voor de campagnevoerder. Punt 1: Verwijs niet voordurend naar je tegenstander en vermeld vooral niet steeds zijn naam. Noem hem zeker niet 'President' hoezeer dat ook zou passen in het gewenste decorum. Ik zou denken aan zoiets als 'the incumbent': degeen die er nu zit. Bush zelf heeft klaarblijkelijk wel het nodige communicatieve advies gekregen: 'Senator Kerry' komt niet over zijn lippen; zijn tegenkandidaat is 'he' en op zijn best 'my opponent'.

Punt 2: Voer campagne vanuit een eigen positie. Wat ze aan Bush hebben, weten de weifelende kiezers, over Kerry zijn ze veel minder zeker. 'Kerrybashing' is daarom effectiever dan 'Bush-bashing'. Voor Kerry ligt de uitdaging in een uitstijgen boven het neJeugdzorg gatief campagnevoeren en juist daarin persoonlijkheid te tonen.

Punt 3: Verwijs niet steeds naar plannen. 'Mijn plan', 'ik heb een plan' hoe vaak hebben de luisteraars het niet moeten horen. Bush had eenvoudig kunnen riposteren: 'Zijn plan, zijn plan, laat hem eens iets gaan doen!' Een gouverneur van een staat en zeker een zittende president heeft daadwerkelijk bestuurd. Kerry's kwetsbaarheid ligt in onbewezen leiderschap in de buurt van het niveau dat in presidentsverkiezingen op het spel staat.

Conclusie: in het derde en laatste debat zal Kerry moeten afstappen van die zelfverdediging, tegenaanvallen en de verwijzingen naar tal van plannen. Het zou al een enorme verademing zijn als hij bij elke vraag simpelweg begon met een direct antwoord. De uitdaging is uit te stralen dat hij dat superland met al die macht en al die machteloosheid in deze penibele tijd kan leiden. Bush spéélt de leider, op een soms kinderlijk populistische manier. Daartegenover wordt een manifestatie gevraagd van serieus leiderschap: 'Ik besef wat het van me vraagt, heb mij voorbereid op de moeilijkste omstandigheden en weet dat ik kan rekenen op de meest gemotiveerde en competente mensen.' Vreemd is immers dat beide kandidaten in die debatten doen alsof alles uitsluitend om henzelf draait, terwijl iedereen weet dat het in feite een strijd is van het ene kamp tegen het andere.

Op 2 november staat er nogal wat op het spel, ook voor Nederlanders. Slechts één op de tien hier blijkt een voorkeur te hebben voor Bush. In Europa geldt voor velen wel 'Als Bush maar wordt weggestemd!' Vanuit die negatief bepaalde voorkeur valt te hopen dat daar vannacht een man staat die weet wat hij wil, die overbrengt dat hij de beste mensen om zich heen heeft, een leider kortom: niet simpel maar wel vastberaden.

Bas de Gaay Fortman, thans hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, was politiek leider van de PPR in de tijd van het kabinet Den Uyl. Over strategie en tactiek in de politiek schreef hij het boek 'De kunst van het ivoordraaien. Handleiding voor het politieke ambacht'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden