Kernproeven toch niet de grootste zorg op Frans Polynesië

AMSTERDAM - Frans Polynesië is een junkie, aldus een Tahitiaanse beambte. Verslaafd aan de Franse franc, aan reisjes Las Vegas. Niet de kernproeven zijn er de grootste zorg, maar de angst dat Parijs de archipel na de laatste kernproeven in de steek laat, en de economische luchtbel uiteenspat.

Een gevangenisbewaarder in Tahiti verdient ruim 8000 gulden per maand, een leerling-docent 5000. De inkomens bij de overheid zijn exorbitant hoog, vanwege het magische cijfer 1.84, waarmee Parijs elk salaris vermenigvuldigt. Aanvankelijk moest deze regeling Fransen lokken om te werken voor de kernproeven, maar sinds 1968 geldt ze ook voor Polynesiërs. Geen wonder dat iedereen voor de overheid wil werken, en dat zakenleven en landbouw er weinig voorstellen. De archipel exporteert nagenoeg niets, op wat vanille, kokos en enkele parels na. Maar de hang naar luxe is groot, en men importeert ongeveer alles: van chocolade-cookies en video's tot brandstof. De hoge prijzen vormen voor de middenklasse geen probleem: van de 200 000 inwoners boekten er vorig jaar 60 000 een vakantie Hawaii, Parijs of Los Angeles. Maar de krottenwijken op Tahiti groeien. En ook toeristen kunnen zich nauwelijks een pizza veroorloven.

De kunstmatige economie is immers volledig het gevolg van de kernproeven die Frankrijk er 29 jaar geleden begon. Voordien was Frans Polynesië nog het paradijs dat kapitein Louis Antoine de Bougainville het in 1768 aantrof. “Ik dacht dat ik was verplaatst naar de hof van Eden”, schreef deze, nadat een bloedmooi meisje naakt en glimlachend aan boord was geklommen. Na De Bougainville kwamen Gaugain, die de mooie mensen schilderde, en Melville, die lyrische boeken schreef over de onbedorven eilanden.

Hoewel Frankrijk de 130 eilanden in 1842 inlijfde, keek Parijs er een eeuw nauwelijks naar om. De bewoners woonden in hutten, vingen vis en verbouwden groenten. Het eerste cultuurschokje vond begin jaren '60 plaats, met de opnames van de film 'Muiterij op de Bounty', met Marlon Brando. Veel eilandbewoners vonden een betaald baantje als figurant.

Intussen was Frankrijk in 1962 begonnen met de aanleg van een internationaal vliegveld, ter voorbereiding op de kernproeven, die alles op zijn kop zouden zetten. Duizenden Polynesiërs kregen banen op Mururoa en Fangataufa en het nucleaire onderzoekscentrum op Tahiti. Van de ene op de andere dag lieten ze hun vissersboten en groentetuinen in de steek, om er nooit meer naar terug te keren.

Binnen enkele jaren was de zelfvoorzienende economie verdwenen en stond alles in het teken van de kernproeven en de sterk gegroeide dienstensector. Ook de komst van meer dan tienduizend Franse militairen, technici, wetenschappers en ambtenaren leidde tot grote veranderingen. Zij brachten luxe en andere gewoonten met zich mee, waardoor de Tahitiaanse vrouw al gauw conservenblikken open stond te trekken in haar formica keuken.

“In sommige opzichten was het goed om de militairen hier te hebben, omdat ze banen creëerden waardoor we contant geld konden verdienen. Maar een van de slechte kanten was dat ze probeerden de lokale meiden te versieren. Het probleem was dat de militairen cadeautjes en sieraden hadden voor de vrouwen, en alcohol voor de mannen, om iedereen te plezieren”, aldus Hiro, die jarenlang op Tureira woonde, 78 zeemijlen ten noorden van Mururoa.

In een uitgave van Greenpeace vertelt hij over de bunkers waar ze in moesten als er een test in de atmosfeer werd gehouden. “Ik vond het leuk binnen. Er was alles wat we nodig hadden, ook een ijskast met gratis voedsel en alcohol. Het was als een goed feest. De volgende ochtend was iedereen dronken. Ik denk dat sommige mensen, vooral de burgemeester en wethouders, vrij veel geld kregen van de militairen na elke test. Ik kreeg nooit geld, drank was genoeg.”

- Vervolg, en meer nieuws op pagina 5

De paddestoelwolk hangt in de zitkamer aan de muur Als een vrouw die niet wil scheiden al is haar man een uitbuiter VERVOLG VAN PAGINA 1

Hiro vindt de testen nog steeds een prima zaak. “Als alle hoge militaire mensen zeggen dat de testen veilig zijn, wie ben ik dan om iets anders te denken?” Kritiek op de kernproeven was lange tijd taboe in Frans Polynesië, indachtig het gezegde 'Wiens brood men eet . . .' Er bestond zelfs een zekere trots; verschillende families hadden een foto van een paddestoelwolk in hun woonkamer hangen.

Maar vanaf begin jaren tachtig ging het slechter en begonnen Polynesiërs zich bewust te worden van hun kunstmatige rijkdom. De grote werken waren beëindigd, veel arbeiders werden overbodig, maar bleven wel op Tahiti, waar nu drie kwart van alle Polynesiërs op een kuststrook woont waar nauwelijks plek voor landbouw is. Ze wijzen vaker op hun gehandicapte of doodgeboren kinderen en kankergevallen. Ze zien hun sloppenwijken groeien, psychatrische klinieken vollopen, druggebruik en zelfmoordpogingen toenemen.

De hoofdstad Papeete is lelijk, vol beton, met files die Bangkok bijna evenaren. De stranden zijn naargeestig en bezaaid met afval, en de kust is volgebouwd met Franse bungalows met ijzerdraad er omheen, aldus de Amerikaanse schrijver Paul Theroux. “Niemand glimlacht hier”, klaagde een landgenoot tegen hem, toen het toeristenbureau een campagne 'Glimlach meer' was begonnen. Theroux begreep het wel: “Een kort uitstapje naar elk Frans gebied in de Pacific is voldoende om zelfs de meest nonchalante toeschouwer ervan te overtuigen dat de Fransen behoren tot de meest egoïstische, manipulatieve, kleingeestige, hinderlijke, cynische en corrumperende volkeren ter wereld.”

Maar de Polynesiërs willen hun beschermheer niet kwijt; de onafhankelijkheidsbeweging Tavini Huiraatira heeft slechts 4 van de 41 zetels in het parlement. Conservatief als het volk is, stemde bij de Franse presidentsverkiezingen dit jaar 60 procent op Chirac, die heeft verzekerd dat de geldstromen niet meteen zullen opdrogen als er volgend jaar een wereldwijd testverbod komt. Parijs heeft beloofd tot 2003 jaarlijks evenveel aan Frans Polynesië te besteden als nu: 5 miljard francs (1,7 miljard gulden).

Maar wat daarna? Paul Ronciere, hoge commissaris voor Frans Polynesië, zei onlangs: “We zouden inderdaad in 1996, als de experimenten voorbij zijn, kunnen zeggen: We hebben het niet nodig, we trekken onze handen er van af en we gaan er vandoor. Ik kan u verzekeren dat dat niet Frankrijks houding is.”

De hoop van de Polynesiërs is dat hun wit-strand-blauwe-zee-folders meer toeristen zullen lokken dan de 160 000 vorig jaar. Maar de angst voor armoede blijft groot, en hun huidige protest tegen de kernproeven lijkt mede ingegeven doordat er toch een testverbod komt. Ze weten dat de nieuwe testen de kip met gouden eieren niet opnieuw tot leven zullen wekken, maar dat ze zonder Parijse cheques nergens zijn. Zoals Theroux over Frans Polynesië schrijft: “Een vrouw die zich zorgen maakt over een scheiding, uit vrees voor eenzaamheid, zonder ondersteuning, ook al is haar echtgenoot een opportunist, een uitbuiter.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden