Kerkvoogden in de voorste linie/Met alleen 'de Heer zorgt voor Zijn kerk' neem je geen zakelijke besluiten/'Het zou beter zijn de hervormde kerk in tweeën te splitsen'

ZEIST - Als de koster met pensioen gaat, nemen vrijwilligers zijn taak over. Kerken worden gesloten, wijkcentra verkocht. De nieuwe predikant wordt een parttimer. Dit alles is in protestants Nederland aan de orde van de dag. En als kerkeraden talmen met pijnlijke besluiten, zullen de mensen die zich met de financiën bezighouden hen wel met de feiten confronteren.

AGNES AMELINK

De praktische gevolgen van de secularisatie zijn in de grote steden in het westen al jarenlang zichtbaar. Kerken worden gesloopt, wijken samengevoegd en diensten komen te vervallen. Maar wat er in hervormd Schiedam gebeurt, ziet Zeist liefst nog even als de ver-van-mijn-bedshow.

Ten minste, dat was tot voor kort zo, want ook welvarende gemeenten kunnen niet om de realiteit heen. Grotere provincieplaatsen kunnen zich spiegelen aan de ontwikkelingen die zich in de steden hebben voltrokken. Kleinere plaatsen hebben plattelandsdorpen ten voorbeeld, waar de activiteiten al eerder tot een minimum moesten worden teruggebracht.

Met droge ogen schetsen kerkvoogden de situatie waar ze dagelijks voor staan. Eerder dan dominees en ouderlingen beseffen zij dat aan pijnlijke ingrepen niet valt te ontkomen. De kerkvoogden zijn degenen die in de hervormde kerk het materieel beheer van de gemeente verzorgen. Vroeger was een kerkvoogdij betrekkelijk zelfstandig, maar sinds een paar jaar vallen ze meestal onder de verantwoordelijkheid van de centrale kerkeraad.

Komende zaterdag viert de Vereniging van kerkvoogdijen haar 75-jarig bestaan. Maar ondanks alle treurigheid van een krimpende kerk zijn de kerkvoogden welgemoed. De vereniging kan meer dan ooit van betekenis zijn voor de leden (95 procent van de gemeenten is lid): taken overnemen, adviezen verstrekken, de belangenbehartiging bij de synode (het hoogste gezagsorgaan in de hervormde kerk).

En bovendien, zegt mr. B. van den Broek, secretaris van de vereniging: “het zijn lastige tijden voor kerkvoogden, maar je kunt er in een zekere ontspannenheid mee omgaan. God zelf houdt immers de kerk in stand. Wij mogen erop vertrouwen dat de dingen die we doen vrucht dragen.”

Zulk soort uitspraken, maar dan van zijn centrale kerkeraad, irriteren F. Ligterink altijd buitengewoon. Sinds hij een paar jaar geleden als ondernemer in de Rotterdamse haven met pensioen ging, is hij kerkvoogd in Zeist. Officieel zelfs president-kerkvoogd, maar date gebruikt hij liever niet. Net zoals hij niet veel op heeft met het 'broeder Ligterink' waarmee de kerkeraadsleden hem aanspreken.

Dat heeft alles te maken met de manier waarop hij tegen zijn werk als kerkvoogd aankijkt. Een kerkvoogdij heeft een zakelijke klus te doen en dat moet dus zakelijk gebeuren. Opmerkingen als 'de Geest waait waarheen Hij wil' of 'De Heer zorgt voor Zijn kerk', ze zijn wel waar, maar er moeten beslissingen worden genomen.

Zeist is zo'n plaats waar het effect van de kerkverlating pas de laatste jaren voelbaar begint te worden. Op het oog gaat het nog prima. Er zijn ruim 10 000 hervormden, verdeeld over acht wijkgemeenten, zeveneneenhalve predikantsplaats, 23 mensen staan op de loonlijst en er is een vastgoedbezit van zeven kerken, drie wijkgebouwen en zeven woningen (verzekerde waarde: 28 miljoen gulden).

Ligterink: “Ik heb te maken met personeelsbeleid, beleggingen, administratie en vastgoedbeheer. De kerk is alles bij elkaar een fors bedrijf. Om dat goed te leiden is een grote mate van professionaliteit vereist, terwijl de kerkorganisatie juist veel met vrijwilligers werkt. En dat maakt je kwetsbaar.”

Tot volgend jaar juli, wanneer zijn termijn als voorzitter van het college van kerkvoogden erop zit, doet Ligterink er alles aan om de organisatie van hervormd Zeist af te stemmen op de veranderende werkelijkheid. Per jaar vermindert het ledental met ongeveer 300. Er is al fors bezuinigd - het kerkelijk bureau goedkoper gehuisvest, van drie naar één betaalde kracht, het niet meer uitbesteden van de boekhouding, meer opbrengst uit vermogen - maar het eind van dit soort besparingen is in zicht.

Ligterink heeft nog wel wat pijlen op zijn boog, maar dan moet de centrale kerkeraad wel besluiten nemen. En dat gaat niet zo hard. Een mogelijke reden daarvan is onder meer de kerkelijke tweedeling. Vier van de acht wijkgemeentes zijn van orthodoxe snit (confessioneel en gereformeerde bond), de rest is vrijzinniger; in maar één wijk zijn de hervormden samen op weg met de gereformeerden. Door die verhouding staken de stemmen nogal eens. “Ik ben ervan overtuigd dat je een veel slagvaardiger beleid zou kunnen voeren als je de zaak in tweeën splitst”, zegt Ligterink. De suggestie dat uitvoering van dit idee de niet-orthodoxen wel eens lelijk op zou kunnen breken weerspreekt hij met klem. Brengt de rechterflank niet veel meer geld in het laatje dan de rest? “Dat is een sprookje.”

Een uitspraak voor de hele kerk kan dit niet zijn, weet mr. Van den Broek van de Vereniging van kerkvoogdijen. Daarvoor zijn er teveel verschillende manieren waarop gemeenten hun financiën kunnen regelen. In de ene plaats zal de centrale kas het belangrijkst zijn, in andere hebben de wijken een grote mate van zelfstandigheid, ook materieel. En in bepaalde gereformeerde bondsgemeenten op de Veluwe gebeurt het nog altijd dat een dominee op zondag zegt 'Ik heb 20 000 gulden nodig' en dat zo'n bedrag dan woensdag op tafel ligt.

In het algemeen is de financiële situatie van de hervormde gemeentes echt zorgelijk, maar de hele grote en de hele kleine gemeenten worden het hardst getroffen. Verder maakt het nogal wat uit of een gemeente sterk afhankelijk is van 'levend geld'. Dat zijn inkomsten via giften aan de jaarlijkse actie Kerkbalans. Het aantal mensen dat geeft, neemt af, al wordt het bedrag per gever nog altijd hoger. Kerken met inkomsten uit bezittingen hebben het iets gemakkelijker.

Hervormd Zeist heeft een begroting van 1,8 miljoen en een aardig vermogen. Uit de opbrengst van dat vermogen worden twee predikantsplaatsen betaald, vertelt Ligterink. Dat is bij dalende inkomsten uit Kerkbalans, waaruit het tractement van de overige dominees betaald wordt, toch een veilig idee. Haast grimmig is hij over pogingen om dit vermogen - uit onder andere legaten en de verkoop van huizen - op te eten. “Dat vermogen is opgebouwd door de offervaardigheid en zuinigheid van het voorgeslacht. Het is onze taak om dat ongeschonden te bewaren. De komende generatie zal het hard nodig hebben.”

De Nederlandse hervormde kerk beschikt ook over eigen vermogen, maar dat neemt de noodzaak van bezuinigen op het eigen apparaat niet weg. De gezamenlijke kerkvoogdijen leggen graag het accent op de noodzaak hiervan, want dan kan de bijdrage die de gemeenten moeten betalen aan Leidschendam, waar het hoofdbureau zetelt, ook binnen de perken blijven. Dit ene streven verenigt kerkvoogden van rechts-orthodox en vrijzinnig. In de Vereniging van kerkvoogdijen bestaat een opmerkelijke eensgezindheid, als je dat vergelijkt met het geheel van de kerk. Bijvoorbeeld wat Samen op Weg betreft is het doel van de kerkvoogden alleen maar om het financiële beheer in de kerkorde van de Verenigde protestantse kerk zo goed mogelijk te regelen.

Van de ergernis van Ligterink, dat een zo verdeeld huis zakelijk niet goed te leiden is, is bij Van den Broek niets terug te vinden. “Wij moeten het toch samen doen. En daarbij niet een gezicht trekken van 'het is bijna afgelopen'. Er zijn zoveel vrijwilligers actief; er zijn steeds weer mensen bereid om hun handen uit de mouwen te steken voor die kerk. Wie weet dat er ook niet een mooi stukje gemeente-opbouw uitgaat van het feit dat de koster niet meer betaald kan worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden