Kerkmuziek / Creatief in mixen met minimale middelen

Bernard Huijbers leverde als componist samen met lieddichter Huub Oosterhuis in de jaren zestig en zeventig een grote bijdrage aan de vernieuwing van de liturgie in de rk kerk en daarbuiten. Wat is het erfgoed van de vorige week in zijn Zuid-Franse woonplaats Espeillac overleden Huijbers? Stemmen van vier vakbroeders.

Anton Vernooij (hoogleraar Liturgiewetenschap, Universiteit van Tilburg):

,,Huijbers zei zelf: 'Mijn grootste verdienste is dat ik de melodie gedemocratiseerd heb''. Hij componeerde muziek die paste binnen het karakter en de mogelijkheden van het volk en waarin men zich goed kan uitspreken en uitzingen. Oude koorzangers, die de muziek benaderen vanuit de Grote Kunsten, keken erop neer. Als je zijn muziek vergelijkt met de missen van Mozart, stelt het ook niet zoveel voor. Maar Huijbers vond dit een verkeerde benadering. Volkszang was voor hem een vorm van eigenwaarde.

Hoe lang zijn muziek nog zal klinken? 'Eeuwig' is een lastig begrip, maar ik denk dat die muziek nog lang tot het repertoire van allerlei koren zal behoren, met name zijn werk uit de periode tot 1975, toen hij met Oosterhuis samenwerkte. Over honderd jaar noemen ze zijn naam, als belangrijkste kerkmusicus uit de tweede helft van de 20ste eeuw.''

Willem Vogel (componist, leeftijdgenoot -1922- wel 'de protestantse Huijbers' genoemd. Oud-cantor/ -organist Oude Kerk, Amsterdam):

,,Het is niet helemaal terecht hoor, als ze mij met Huijbers vergelijken. Hij ging veel verder in zijn vernieuwingen. Maar wat is nieuw? Muziek draagt altijd het ritme en de polsslag van deze dag, ondanks jezelf en je traditie. Ik sta dichter bij de 'oude' Huijbers dan bij de nieuwe. Ik heb hem niet gevolgd in zijn laatste ontwikkelingen. Maar hij was altijd een kunstbroeder van me. We hebben wel eens samen een plaatje gemaakt, zo rond 1960. Dan hoorde je hem overal bovenuit; echt onbescheiden was hij nou ook weer niet.

Ik ben niet echt door hem beïnvloed, we komen duidelijk uit verschillende tradities. Zijn liederen in het Liedboek voor de kerken zijn erg goed, maar ze veronderstellen een koor en een dirigent, een spel tussen koor en gemeente, dat is wezenlijk anders dan de protestantse kerkzang. Een paar liederen van hem beklijven echt, die zijn elke keer weer nieuw. Zijn bewerking van psalm 8 of psalm 25 bijvoorbeeld.''

Siem Groot (stafmedewerker stichting Unisolo, dirigent Thomaskerk te Huizen): ,,Huijbers was op twee vlakken vernieuwend. Hij benadrukte in zijn werk de functionaliteit: de samenhang tussen muziek, tekst en rite. En hij zorgde voor 'complete deelname', muziek 'voor podium én zaal'. Dat werd tot dan toe nog niet gedaan. Dat is breed nagevolgd en dat zal ook nog lang meegaan. Op muzikaal vlak heeft hij niet echt school gemaakt, zijn eigen leerlingen, zoals Antoine Oomen en Tom Löwenthal, gingen al eigen wegen. Natuurlijk zal het deel dat in zangbundels is beland nog lang blijven. Maar ik vermoed dat er binnen de rk-kerk juist weer meer oog komt voor esthetiek, meer kunst met de grote K. De kerk is niet meer zo van het volk, geloof ik.''

Tom Löwenthal (componist, leerling van Huijbers, dirigent in de Amsterdamse studenten Ekklesia van Oosterhuis): ,,Hoe nieuw het was? Voorheen zongen de katholieken überhaupt niet mee. Muzikaal gezien ging Huijbers terug naar de basis. Hij putte onder meer uit gregoriaanse muziek. Ik was negentien jaar toen ik naar het Instituut voor katholieke kerkmuziek kwam, Huijbers gaf daar toen ook les. Hij heeft me erg gestimuleerd en gezorgd dat ik naar het conservatorium ging. Hij was ook schoolmusicus, een echte leraar. Thom Jansen, Henri Heuvelmans en ik hebben enorm van hem geleerd in smaak, wat kan en niet kan. Daar was hij heel stellig in en hij wist ons daar gevoelig voor te maken.

Ik nam hem weleens mee naar moderne concerten. Dan zat hij zich erg op te winden. Hij had al heel vroeg door dat er een kloof bestond tussen de moderne componist en het publiek. Hij wilde geen piep-knars-muziek, hij maakte liedjes, was creatief met minimale middelen. Hij liep voorop in het mixen van allerlei stijlen in heel basale muziek. In de postmoderne tijd is dat heel gangbaar geworden.

Als ik met iets nieuws aankwam, eiste hij altijd dat het idee in de basis goed was. Anders moest je niet doormodderen, maar opnieuw beginnen.

Wat Antoine Oomen nu maakt is concertanter, wat ik maak is theatraler dan wat hij deed. Je moet je eigen weg gaan, zei Huijbers tegen ons.

Zijn succes schuilt voor een groot deel in zijn samenwerking met Oosterhuis. Het is jammer dat ze later theologische meningsverschillen kregen, maar toen hebben die twee elkaar enorm geïnspireerd en aangejaagd. Den maar aan de combinatie van Brecht en Weil. Toen die uit elkaar gingen is Weil ook solo doorgegaan, maar minder markant, minder geïnspireerd. Het miste Schwung, dat geldt ook voor Huijbers' late werk.

Wat is blijvend? 'Altijd' is onzin, maar een paar dingen kunnen echt nog héél lang mee, zoals het veelgezongen lied 'Ik sta voor u in leegte en gemis': een ijzersterke melodie, ook in Duitsland, een regelrechte hit, een van de vele.''

Herdenking Bernard Huijbers in de Dominicuskerk, Spuistraat 12, Amsterdam. Vandaag, 19.30 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden