Kerken, red uw weidevogels

Beeld Hollandse Hoogte

Kerken moeten zich als grootgrondbezitters het lot van grutto’s, kieviten en steltlopers aantrekken, vinden de Vogelbescherming en de christelijke natuurbeweging A Rocha. Niet iedereen is enthousiast. ‘Wij zijn geen boer.’

Wat hebben de kerken met grutto’s, kieviten en schol­eksters te maken? Die vraag had Kees de Pater van de Vogelbescherming zichzelf nog nooit gesteld. Totdat het hem opviel dat hij behoorlijk wat boeren tegenkwam die hun grond pachten van kerkelijke gemeenten en parochies. “Dat bracht ons op een idee”, zegt hij. “Waarom zouden we de kerken niet inschakelen bij de bescherming van weidevogels?”

Wat maar weinig mensen weten, is dat Nederlandse kerken ook grootgrondbezitter zijn. Met alle kerkelijke weilanden en akkers zou je prima een stad ter grootte van Rotterdam kunnen bedekken (zie onderaan dit artikel). Kerken die grond hebben, verpachten die veelal aan boeren. Hoe kerken precies omgaan met hun grond is niet bekend. Er zijn geen richtlijnen. “Om die reden is het belangrijk om deze blinde vlek in kaart te brengen”, zegt directeur Embert Messelink van de christelijke natuurbeweging A Rocha. A Rocha (Portugees voor ‘rots’) is een netwerk van christenen die zich inzetten voor natuurbehoud en duurzame ontwikkeling.

De komende weken inventariseert de Vogelbescherming samen met A Rocha welke kerken hun landerijen willen verpachten op een manier die goed uitpakt voor weidevogels. Messelink vermoedt­­ dat het leeuwendeel van de kerkelijke landerijen op dit moment nog op ‘reguliere’ wijze wordt gebruikt. “Daar liggen dus volop kansen. Dat is ook wel nodig, want met de weidevogels gaat het helemaal niet goed.” Gangbare­­ landbouw laat vanwege het intensieve karakter weinig ruimte voor de steeds zeldzamer wordende vogels.

In de optiek van Messelink is het vanzelfsprekend dat christenen omkijken naar de natuur. “Natuurlijk, het is prima dat de kerkelijke grond geld oplevert­­. Tegelijk is volgens mij ook de vraag relevant hoe we als christenen omgaan met onze eigendommen. Juist ook landbouwgrond geeft de kans om na te denken welke waarden we als christenen belangrijk vinden. Wat ons betreft is zorg voor de schepping, net zoals zorg voor de naaste, een kernwaarde van het christendom.”

Duurzaamheid

Lange tijd was natuur en milieu iets dat zich afspeelde buiten het blikveld van veel plaatselijke kerken. Dat verandert volgens Messelink gestaag. Niet alleen spreekt bijvoorbeeld paus Franciscus expliciet over duurzaamheid, ook dichterbij is er een kentering, zo is zijn ervaring. “Het is veel vanzelfsprekender geworden om in de kerken het gesprek over duurzaamheid te voeren. Dat was tien jaar geleden nog wel anders.” Hij wijst op de groei van het netwerk van ‘Groene Kerken’ waarin sinds vijf jaar plaatselijk 120 (vooral protestantse) kerkelijke gemeenten kennis uitwisselen om het religieuze leven duurzaam vorm te geven.

Omdat er bij kerken meer en meer een visie op natuurbehoud ontstaat, besloot­­ de Vogelbescherming aan te kloppen bij A Rocha. “Onze motivatie kan verschillen, maar wat we gemeen hebben is een gemeenschappelijke passie en liefde. Dan maakt het niet uit of je dat nu schepping noemt of natuur”, zegt Kees de Pater van de Vogelbescherming. Messelink: “We zouden willen dat er een beweging op gang komt waarbij kerkelijke gemeenschappen zich bewust worden dat ze ook op deze manier heel concreet een bijdrage kunnen leveren aan natuurbehoud.” De bedenkers van het plan zien voor zich dat kerken hun weilanden verpachten onder strengere voorwaarden. “Bijvoorbeeld met afspraken om de biodiversiteit te bevorderen of maatregelen ter bescherming van weidevogels”, zegt De Pater.

Kerkrentmeester

Hoe denken kerkelijke gemeenten met landbouwgrond zelf over het plan? Voor de Friese kerkrentmeester Siep van Lingen is de bescherming van weidevogels iets dat in veel kerken ‘erg op de achtergrond’ speelt. “We hebben het er nog nooit over gehad tijdens een vergadering van het college van kerkrentmeesters.” De kerkrentmeester van de hervormde gemeente Reduzum-Idaerd heeft vogelbescherming ook nooit ter sprake gebracht bij de 26 boeren die grond pachten van zijn kerk. Zoals het bij hem gaat, is het regel bij het gros van de kerkelijke grootgrondbezitters, stelt hij in.

In de loop van vele eeuwen heeft zijn kerkelijke gemeente in Friesland landbouwgronden in bezit gekregen met een totale oppervlakte van 225 hectare (zo’n 450 voetbalvelden). Die hoeveelheid grond biedt mogelijkheden, erkent Van Lingen, toch voelt hij niet veel voor een verplichting aan boeren om bijvoorbeeld voor meer geschikte bloemrijke weilanden te zorgen waar kuikens veilig zijn en voldoende voedsel kunnen vinden. “Het gaat ons te ver om in de bedrijfsvoering van boeren in te grijpen of aanwijzingen te geven. Wij zijn als kerk verpachter, geen boer.”

Dilemma

Volgens hem staan kerken voor een dilemma. “Persoonlijk vind ik dat we zoveel mogelijk moeten doen voor de weidevogels. Ik kijk vanuit mijn huis ook uit op de weilanden en zie de verschraling. Tegelijk wil je de pachter niet zijn boterham uit de mond stoten. Zo’n verandering in het voordeel van de weidevogels­­ moet van de boeren zelf komen.” Van Lingen ziet dat andere kerken ook de afweging maken in het voordeel van de boeren. Dat zijn kerk aangesloten is bij het netwerk van ‘Groene Kerken’ staat hiermee niet op gespannen voet, vindt hij. “Dat geven we op een andere manier vorm. We streven naar kavelruil, zodat er minder landbouwverkeer door het dorp komt.”

De Vogelbescherming beseft dat kerken niet een-twee-drie overstag zullen gaan. Al was het maar omdat pachtcontracten soms voor lange tijd vastliggen. Kees de Pater: “Maar aan ieder contract komt ooit een eind. Het is een mooi om er vóór die tijd over nagedacht te hebben.”

Kerkelijk grootgrondbezit

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN), de rooms-katholieke kerk en de Doopsgezinde Sociëteit zijn met elkaar eigenaar van zo’n 30.000 hectare grond, berekende het netwerk ‘Groene Kerken’ (een initiatief van de kerkelijke ontwikkelingsorganisaties Kerk in Actie en Tear) een paar jaar geleden op basis van diverse kerkelijke administraties. Kerken hebben in de loop van de eeuwen de grond in handen gekregen door onder meer nalatenschappen en aankopen. Inzicht in de exacte omvang van het grondbezit van kerken is erg lastig, omdat er geen centraal register is. Protestantse kerkelijke gemeenten hebben lokaal bovendien grote autonomie. Daarbij is er een ongelijke verdeling over de plaatselijke kerkelijke gemeenten.

Foto van FOTO PETER ELKELDER, BUITEN-BEELD

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden