Kerken kunnen blij zijn met zoveel spiritualiteit

Het christendom is zelf ooit ook begonnen als mystieke beweging.

Godsdienstsocioloog Gerard Dekker is cynisch over de nieuwe spiritualiteit. Hij noemt het een ’weeldeartikel’ dat voortkomt uit ’de toegenomen welvaart’ en van weinig nut is voor de samenleving (Podium , 27 oktober).

Toch lijkt mij niet dat de belangstelling voor spiritualiteit een materiële oorzaak heeft. Het is eerder een intrinsiek proces. Misschien hebben bewegingen als die van Findhorn (Schotland) of de ’Cursus in Wonderen’, dan wel schrijvers als Deepak Chopra en Eckhart Tolle er een impuls aan gegeven. Maar dat ze zoveel impact hebben en de traditionele kerken de laatste tijd veel minder, is niet aan consumptie toe te schrijven.

Waarom zou het niet kunnen dat er een positief spiritueel denken aan het doorbreken is – met nadruk op zelf- en godsvertrouwen, liefde, dankbaarheid en mystiek? Dit komt mede doordat het traditionele kerkelijke denken sleets geworden is, met de nadruk op zonde, schuld en kleinheid van de mens.

Positief spiritueel denken is pluriform en minder gericht op collectief en doctrinair geloven. Het is vrijzinnig en minder kwetsbaar voor uitwassen. Daarmee lijkt het op het christendom van de eerste drie of vier eeuwen van onze jaartelling. Persoonlijk en divers geloven was toen ’in’. Er waren vele evangeliën en christelijke geschriften in omloop met uiteenlopende accenten. Maar omstreeks het jaar 350 bestempelden kerkelijke autoriteiten een beperkt aantal ervan als ’waar’, de rest werd in de ban gedaan. Sinds die tijd worden christenen geacht allen hetzelfde te geloven. Mystieke stromingen gingen ondergronds. Pas in 1946 is de revolutionaire ontdekking gedaan van het Evangelie van Thomas en andere geschriften, teruggevonden in Nag Hammadi.

In de huidige tijd komen mystieke stromingen weer in volle kracht naar boven, want de gelovigen zijn geëmancipeerd. De nieuwe spiritualiteit of nieuwe vrijzinnigheid is iets positiefs, de enkele uitwassen daargelaten. Ze legt het accent op innerlijke groei, religieuze ervaring, en zelfinzicht. Ze is tolerant.

Ook de Britse godsdienstsocioloog Paul Heelas, die er een boek over schreef onder de titel ’Spiritual Revolution’ (2005) is positief. Hij signaleert dat de nieuwe vrijzinnigheid is doorgedrongen in onderwijs, gezondheidszorg en zakenwereld – en ook binnen de kerkmuren.

Gerard Dekker lijkt het vooroordeel te koesteren dat spiritualiteit geen sociale dimensie heeft. Dat wordt door het onderzoek van Heelas ontzenuwd. Dienst aan het goede en aan de mensheid staan volgens hem centraal. Dat beeld komt ook uit het recente onderzoek van Martijn Lamperts (Motivaction) en Gerrit Kronjee (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid). Zij tellen in Nederland vier miljoen ’ongebonden spirituelen’.

Om sociaal te kunnen zijn, is zelfkennis wezenlijk. Het is juist van belang dat mensen zelfvertrouwen krijgen en goed in verbinding zijn met zichzelf, zeker ook met hun goddelijke kern. Mensen moeten van zichzelf kunnen houden, voordat ze van anderen gaan houden. De nieuwe spiritualiteit ziet dat in.

Voor kerken is er dus geen enkele reden daar ongerust over te zijn of er tegen te ageren. Negeren is niet goed. Er is veeleer reden na te gaan hoe het kerkelijke en het spirituele denken van de nieuwe vrijzinnigheid elkaar kunnen bevruchten.

iHet artikel van Gerard Dekker is na te lezen op www.trouw.nl/discussie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden