Kerkelijk milieuwerk is wel erg klein

Interne weerstand houdt de kerkelijke milieubeweging klein. De oproep van de Wereldraad om het klimaat te beschermen, kan de groep die warm loopt voor duurzaamheid een tikkeltje harder doen groeien. Daar zijn nu ook rechtzinnige gelovigen bij.

In een zaaltje achter de Tuindorpkerk te Utrecht buigt een club bezorgde gemeenteleden zich andermaal over het thema duurzaamheid. Eerder keken ze de film ’An inconvenient truth’ van Al Gore en in de dienst van afgelopen zondag ging een aantal leden met de billen bloot door hun ecologische voetafdruk te presenteren.

Na een lezing over de verantwoordelijkheid van christenen voor de schepping - de bijbel begint immers niet voor niets met het scheppingsverhaal - komt het tot de praktische uitvoering. Zijn spaarlampen nou goed, of slecht omdat er kwik in zit, vraagt een meisje zich af. Een oudere vrouw breekt een lans voor vegetarisme, de spreker vertelt over zijn frustratie met de wasdroger van zijn vrouw.

Een aantal wijken verderop in de Geertekerk kijken leden een dag later ook de film van Al Gore, gevolgd door een discussieavond. Voor het project Zorg om de Aarde, een samenwerking met een moskee uit de Utrechtse wijk Overvecht, zijn ze op de website een blog begonnen waar gemeenteleden ’groene initiatieven’ kunnen uitwisselen.

Een willekeurige week, twee willekeurige kerken. Toeval? Hans Bouma, sinds de jaren zeventig actief voorvechter voor een beter milieu, komt als gastpredikant in velerlei kerken. „Ik lees dan de kerkbodes, bekijk programma’s, zie de posters aan de muur, en er zijn plaatselijk allerlei activiteiten op dit gebied.” Ook Peter Siebe, voorzitter van het Christelijk Ecologisch Netwerk, merkt een toenemende belangstelling van kerken voor milieu-onderwerpen. De themapakketten van het CEN voor het vieren van Scheppingszondag vinden gretig aftrek. Siebe: „De laatste jaren worden er honderden besteld, terwijl we alleen via wat kerkbladen reclame maken.” Voor hem een teken dat de belangstelling voor kerk en duurzaamheid zich niet beperkt tot wat bevlogen eenlingen.

Is er na de milieubewuste bewegingen als Nieuwe Levensstijl uit de jaren zeventig en het Conciliair Proces uit de jaren tachtig (zie kader) een nieuwe groene golf in kerkenland?

De film van Al Gore en de actuele aandacht voor klimaatverandering lijken ook op kerkleden hun beslag te hebben. Er is de laatste jaren een aantal nieuwe christelijke organisaties rondom het thema milieu ontstaan, zoals het Interkerkelijk Milieunetwerk en het jongerennetwerk Time to Turn. De Werelkdraad riep vorige week op tot bescherming van het klimaat.

Ook oudere organisaties van ’kerk en milieu’ zoals het Franciscaanse Milieuproject Stoutenburg, het Christelijk Ecologisch Netwerk en de werkgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken merken een groeiend bewustzijn en toenemende belangstelling bij kerkleden. Maar de belangstelling lijkt vooral gedragen door enthousiaste individuen, plaatselijke gemeentes en de organisaties die zich speciaal met dit thema bezig houden.

„Institutioneel staat milieu bij kerken op een laag pitje. Theologisch zit het vast.” zegt dominee Bouma. „Het is ons niet gelukt de Scheppingszondag op de landelijke kerkagenda te krijgen.” betreurt Siebe. „Daarom beginnen we gewoon van onderaf.” „De urgentie bij theologen is niet groot genoeg om het thema op de landelijke kerkagenda te krijgen.” vertelt ook Kees Tinga, van werkgroep Kerk en Milieu. „Nu verzorgen we materiaal dat iedereen in zijn eigen gemeente kan gebruiken.”

Landelijk de aandacht voor milieu concreet maken blijkt problematisch voor kerken. Toen Kerk in Actie zijn handtekening zette onder het burgerinitiatief Stop Fout Vlees, tegen de bio-industrie, werd het teruggefloten. Het leek net alsof ze met het initiatief zeiden dat de boeren in Nederland fout bezig waren, verklaarde Arie van der Plas van de PKN. Daardoor kwamen boze reacties uit de achterban.

De samenwerking tussen kerkelijke organisaties en bijvoorbeeld Milieudefensie, is overigens niet ongebruikelijk. „Voor praktische dingen verwijzen we vaak door naar Milieudefensie.” vertelt Tinga van werkgroep Kerk en Milieu. „ Maar iedereen heeft zijn eigen core-business. Bij ons gaat het om de motivatie, dat is een specifiek kerkelijke boodschap. Namelijk eerbied voor de schepping.” Hij is zich bewust van de kleine plek die de kerk inneemt in het landschap van milieuorganisaties, maar kerkelijke organisaties hebben nu eenmaal hun eigen netwerk en bereik.

„De belangen van trouwe kerkgangers die veel in de landbouw werkzaam zijn, maken het lastig als kerk hier iets over te zeggen.” beaamt dominee Bouma. „Als een dominee op de Veluwe preekt over het vierde gebod, rust voor de mens, maar ook voor het vee, is dat confronterend. Vee in de bio-industrie krijgt helemaal geen rust. Als ik het woord bio-industrie noem op de kansel, ontstaat er weerzin en lopen mensen weg. Soms bereik je meer als je iets tussen neus en lippen door zegt.”

Ook Wanda Schuurman, sinds een jaar actief bij het jongerennetwerk Time to Turn, dat als kernpunten duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid heeft, merkt dat hun boodschap confronterend kan zijn voor mensen. „Wij geloven dat we verantwoordelijk zijn voor de schepping en onze medemens en dat dit tot uitdrukking zou moeten komen in een bewuste levensstijl: minder consumeren, groene stroom, het kopen van eerlijke en biologische producten. Dat vindt niet iedereen leuk om te horen, dus we krijgen ook wel negatieve reacties.”

Naast de achterban speelt de erfenis van eerdere ’groene golven’ mee. De Nieuwe Levensstijl, na het verschijnen van het rapport van de Club van Rome en de oliecrisis, propageerde onder kerken een sobere levensstijl. Het Conciliair Proces, voor vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, kreeg met uitspraken tegen kernenergie en grote aandacht voor het milieu ook al gauw de naam links en activistisch te zijn. Zowel het sobere, als het activistische schrok veel mensen af. Weerstand van mensen nu zou daar volgens Tinga mee te maken kunnen hebben.

Aan veel kleinere kerken ging het Conciliair Proces dan ook voorbij. „Orthodoxere kerken waren toen nog niet bezig met verantwoordelijkheid voor de schepping.” verklaart Siebe, die daar zelf ook bij hoorde. „Men wantrouwde het linkse, activistische karakter van het Conciliair Proces en vond het te horizontalistisch.” vertelt hij. „De mens kan de wereld niet redden, dat moet God doen, zo dacht men. En die bleef teveel uit beeld.”

Om deze achterstand in te halen is het Christelijk Ecologisch Netwerk, sinds 2001 officieel, ontstaan. Het CEN, met organisaties als de Evangelische Alliantie, A Rocha Nederland en de wetenschappelijke bureaus van het CDA, SGP en CU, richt zich met name op de kerken die niet mee deden aan het CP.

Waarom het nu wel in strengere kringen aanslaat? Siebe: „Het vocabulaire is anders. Veel van onze achterban gelooft in de zes scheppingsdagen. Dan moet je niet in een folder zeggen dat de aarde 35 miljard jaar oud is. En mensen ontdekken dat het goddelijke te maken heeft met het dagelijks leven, met wat je in de supermarkt koopt. Je gelooft niet alleen meer op zondag, maar ook doordeweeks.’’ Ook Bouma ziet verschil in benadering. „Aandacht voor milieu is nu veel meer gericht op levenskwaliteit, in plaats van soberheid en onthouding.”

Waar het aan ontbreekt, zo vindt Bouma, is echter structurele aandacht. Tijdens het Conciliair Proces werd het thema milieu ’van bovenaf’, door de Raad van Kerken, onder de aandacht gebracht. Als gevolg hiervan ontstonden ook veel plaatselijke initiatieven. Het einde van het Conciliair Proces, in 1992, betekende een vermindering van deze regionale netwerken. Tinga noemt het stoppen ermee een onverstandige zet. „Die aanjagersfunctie was nodig, je moet een concentratiepunt hebben.” Voor de werkgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken is het sindsdien bergafwaarts gegaan. Drie jaar geleden zette het Ministerie van Vrom de subsidies stop.Tinga: „Het is nu nog maar een bescheiden club. We hebben geen eigen kwartaalblad meer en vragen per project subsidie aan bij andere fondsen.”

In het zaaltje in de Tuindorpkerk denkt men ondertussen na over de theologische problemen van het thema. Het idee van mede-schepselijkheid, gepropageerd door Hans Bouma, heeft het gevaar in zich de mens gelijk te stellen aan de dieren, meent een predikant. Zou je niet juist vanuit de verhevenheid van de mens christenen op hun verantwoordelijkheid kunnen aanspreken? De andere dominee waarschuwt dat dit ook weer een gevaar met zich meebrengt. De mens is bijna goddelijk, maar je moet er voor waken dat we verworden tot een heersende mens die zich helemaal goddelijk waant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden